Kiezen

0

Iwan BraveDoor Iwan Brave – Als de witte kist, met daarin het stoffelijk overschot van Tante Ilse, door de zwartwitgeklede Sherwood Brothers zingend en dansend naar het crematorium wordt gedeind, flakkert de zon goudkleurig door de boomtoppen. Met Tante Ilse is – zoals bij tachtigplussers het geval is – een tijdperk heengegaan en afgesloten. Ze groeide op in plantage Slootwijk, Commewijne, waar haar moeder vroedvrouw was. Onder omstandigheden waaruit Cynthia Mc Leod een sfeervolle historische roman zou kunnen destilleren.

Tante Ilse was de oudere zus van Tante Friede, mijn lieve pleegmoeder, die ook een tachtiger is. Ze woont in Amsterdam, lijdt aan Alzheimer waardoor ze er niet bij kan zijn. Ik heb gelukkig weer drie jaren dicht bij Tante Friedchen mogen zijn. In 2006 ving ze mij liefdevol op, toen ik terug naar Amsterdam was gegaan voor ‘totaal herstel’ en ‘innerlijke opschoning’. Het was de tweede keer in mijn leven dat Tante Friede mij behoedde van in de goot belanden. De eerste keer was ik veertien, toen ik een schooldrop-out dreigde te worden. Nu was ik een midveertiger die door verkeerde keuzes een puinhoop van zijn leven had gemaakt en alles kwijt was. Ergste van al: ik had mijn jonge gezin in Paramaribo achtergelaten. Troost was dat ik een keus had gemaakt voor het leven, omwille van mijn kinderen.

Tante Friedchen leed toen al aan een vergevorderd stadium van Alzheimer maar goede gesprekken waren nog mogelijk. Hoe dieper haar herinnering ging, des te beter wist ze die op te halen. Dus nam ze me menigmaal mee naar haar zeer gelukkige jeugd in Slootwijk met haar zus Ilse, broer Willy en haar toegewijde moeder die talloze andere kinderen ter wereld heeft geholpen.

Beschamend dat mijn bejaarde Tante Friedchen mij als berooide veertigplusser moest opvangen. Haar inspanningen van vroeger leken alsnog tevergeefs. Maar het waren haar zalvende woorden die mij aanmoedigden. “Valt gij. Het is niet met allen. Weest daarin niet begaan. ‘t Is geen schand te vallen. ‘t Is schand niet op te staan”, reciteerde ze zo uit haar blote hoofd.

Met een vertederende tachtiger als huisgenoot besefte ik: ‘Hé, als God mij ook nog eens veertig jaar geeft, dan heb ik nog tijd zat om alsnog iets moois van te maken.’ En zo zette ik van het ene moment op het andere de mentale keuzeknop om. Nu, bijna vier jaar later, ben ik weer terug in Paramaribo, mijn gezin terug, mijn ambities, mijn nederigheid maar bovenal mijn blakende gezondheid.

Van mijn pleegbroer Frank, die op vakantie is, had ik gehoord dat Tante Ilse in het ziekenhuis lag. Toch was mijn voorgenomen bezoek erbij ingeschoten. Op een middag was ik op zoek naar fastfood en op weg naar huis voor een Champions Leaguewedstrijd. Pas toen ik toevallig voorbij het St. Vincentius reed, schoot Tante Ilse me te binnen. Ik keek op mijn horloge. Nog een half uur bezoektijd. “Waar kies je voor: Naskip, voetbal of Tante Ilse?”, zei ik tegen mezelf. Zonder aarzelen gooide ik de auto in zijn achteruit. Ik had een aanspreekbare Tante Ilse verwacht. Haar jongste dochter Martha en een vriendin waren op ziekenbezoek. Tante Ilse lag op haar zij, aan het infuus en de zuurstof. Diep ademhalend met korte halen. “Ze slaapt inmiddels al een week”, zei Martha. Ik streelde haar arm en zei dat ik er was.

Martha, die zojuist ontroostbaar leek, zegt lachend naar de deinende witte kist: “Dat bedoel ik nou.” Ik loop naar haar toe en zeg: “Een mooie afsluiting van een mooi leven.” “Vind ik ook”, beaamt ze. En over mijn ziekenhuisbezoek aan haar moeder: “Je was precies op tijd.” Vlak voor het sluiten van de kist heb ook ik een roos naast het hoofd van Tante Ilse gelegd. “Namens Tante Friedchen”, had ik haar toegefluisterd.

Iwan Brave

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.