Tina (2)

10

Door Chris Polanen – Mijn moeder biedt aan om te koken voor Tina, de Zwitserse rugzaktoerist. Ze trekt met haar hond door Zuid-Amerika en is min of meer per ongeluk in Suriname terechtgekomen. Op een steenworp afstand van mijn ouderlijk huis. Zowel mijn moeder als ik maken zich nogal zorgen over haar.
Mijn moeder heeft vis voor ons gebakken, maar Tina blijkt een echte vegetariër, die ook geen vis eet. Mijn moeder haast zich naar de keuken om een eitje voor haar te bakken.
Ik zit met Tina in de woonkamer en we bespreken haar situatie. Ze logeert bij een Nederlander in de Kosterstraat, maar kan daar eigenlijk niet langer blijven. Ze had tegen de man gezegd dat ze maar een paar nachten zou blijven en ze is er al bijna twee weken. Vanavond komt de vriendin van de man terug uit het buitenland en ze wil ze niet tot last zijn. Ik heb aan vrienden en kennissen gevraagd of ze met spoed naar iets kunnen uitkijken voor haar, maar nog niets gehoord.
Tijdens het eten spoor ik haar aan wat over haar reizen te vertellen. Tot nu toe is ze daar terughoudend over geweest, maar ik weet zeker dat ze heel wat meegemaakt moet hebben.
Als ze begint te vertellen, realiseer ik mij dat ze in haar jonge leven al meer heeft gezien, dan ik ooit zal, al word ik honderd.
Ze vertelt over een feest in Bolivia, waar dronken mannen het kennelijk leuk vonden om op stieren te rijden. Ze hadden haar uitgedaagd om het ook te proberen. Ze was op een stier geklommen en slaagde erin er op te blijven zitten, tot er een dronken kerel bij haar achter op sprong. Ze vielen er beiden af en de stier was over haar heen gerend. Ze had er een litteken op haar been aan over gehouden.
Ik vraag haar wat het leukste is dat ze heeft meegemaakt. Ze denkt even na en glimlacht.
‘Ik was op een veerboot in Brazilië en plotseling kwamen er kleine bootjes met Indiaanse kinderen langs varen. De kinderen klommen aan boord, ze hadden dolle pret. Sommige hadden spullen bij zich om te verkopen, maar de meeste renden gewoon heen en weer op de veerboot. De kleinste waren pas vier jaar oud!’
En het engste wat ze heeft meegemaakt? Ze hoeft niet lang na te denken. ’Het was in Brazilië, in de middle of nowhere. Ik wachtte op een bus, maar het werd al donker.Ik begon mij te realiseren dat er geen bus meer zou komen.
Er reden ook geen auto’s. Na uren wachten kwam er een four wheel drive aan. Hij stopte.
Er zaten vier mannen in. Ze hadden veel gouden sieraden om, ik zag direct dat het drugsdealers of gangsters waren. De man aan het stuur vroeg of ik mee wilde rijden naar de stad. Ik twijfelde. Mijn verstand zei nee en mijn gevoel ook, maar de nacht daar buiten doorbrengen durfde ik ook niet. Drie zagen er echt gevaarlijk uit, eentje leek wel aardig. Voor 200 dollar mag je meerijden, zei de man aan het stuur. Toen ik zei dat ik dat niet had, begonnen ze te lachen en reden ze weg. Een stukje verderop stopte de auto en reed achteruit. Hoeveel heb je dan? vroeg de man. 20 dollar, zei ik. Ok we nemen je wel mee, zei hij. Ik stapte in, maar ik was echt bang. Onderweg dacht ik aan alles wat er met zou kunnen gebeuren en of ik het zou overleven. Maar ze leverden mij keurig af bij een hotel in de stad en regelden ook nog een kamer voor mij!’

Het is een uur of zes en we hebben nog geen verblijfplaats voor haar gevonden. Ik overleg eerst met mijn moeder en daarna met Ralf, mijn stiefvader, of ze bij ons zou kunnen blijven slapen. Beiden worden nogal nerveus bij het idee. Begrijpelijk, want het huis is klein en met mij als loge is er eigenlijk geen plaats. Volgens mijn moeder vindt Ralf het niet goed. Als ik daarna met Ralf ga praten, zegt hij dat mijn moeder het niet goed vindt. Intussen zit Tina rustig op de bank. Ze zegt dat Suriname heel anders is dan de Zuid Amerikaanse dorpjes die ze gewend is. Daar ploft vriend en familie gewoon overal neer als ze willen blijven slapen. Ik kijk naar mijn ouders die wat zorgelijk door het huis ijsberen. Dan krijgt Ralf een idee: onze buurman Theo woont alleen in een groot huis. Theo is nog aan het werk en Ralf belt hem op. Theo heeft geen bezwaar, maar hij komt pas vanavond laat thuis.
Ik breng in de tussentijd samen met Tina de auto van mijn tante, waarin ik die dag heb gereden, terug. Daarna lopen we naar de taxicentrale op de hoek van de straat. We moeten Tina’s spullen en haar hond nog ophalen in de Kosterstraat. Een vrouwelijke taxichauffeur springt energiek op en wenkt ons.’Mevrouw, is het een probleem om een hond mee te nemen?’ Ik vraag het voorzichtig. Ze kijkt verbaasd en lacht:’Een kleintje zeker?’Haar stem klinkt hoopvol.
‘Mmm, hij is iets groter dan een Surinaamse hond,’zeg ik ‘, maar hij kan in de achterbak,’voeg ik er snel aan toe. Ze kijkt een beetje bezorgd.’Hoe groot is hij dan?’vraagt ze.
Ze houdt haar handen een flinke meter uit elkaar.’Net zo groot als mijn herdershond?’
Ik heb de hond nog niet gezien.‘Iets kleiner,’antwoord ik. Ze twijfelt.
‘Nou ja als hij in de bak gaat… Ik knik naar Tina en steek mijn duim omhoog.
We stappen in de auto. ‘Hij gaat toch niet in de bak poepen?’vraagt de taxichauffeur, terwijl ze de auto start. ‘Nee, nee, nee,’ zeg ik en maak een geruststellend gebaar.

We arriveren in de Kosterstraat bij het huis waar Tina logeert. Een groot houten huis, met een hoog balkon. Het is oud en enigszins vervallen, zoals vele huizen in de straat. Tina gaat naar binnen en komt even later naar buiten, gevolgd door een grote witte hond. Een oor staat omhoog, het andere hangt naar beneden. De taxichauffeur slaakt een kreet.’Dat beest is groter dan mijn herdershond!’ Ik glimlach verontschuldigend.
Tina heeft haar rugzak buiten gezet. Rugzak is eigenlijk niet het juiste woord. Het gevaarte heeft de grootte van een kleine tent. Ik til hem op en schrik van het gewicht. Hoe kan zo een meisje zoiets meezeulen? Als we al haar bagage op de achterbank hebben, is het tijd voor de hond.
De taxichauffeur houdt de achterbak open en tot onze verbazing springt de hond er met gemak in. Ze gaat direct liggen. Tina lacht.’Ze is het gewend,’ zegt ze. De taxichauffeur kan het nauwelijks geloven en doet voorzichtig de bak dicht. We rijden naar mijn huis, een rit van maar enkele minuten. Als de achterbak opengaat komt de hond er in een sierlijke boog uit gesprongen. Ralf en mijn moeder kijken bezorgd als de hond vrolijk de poort door draaft. Onze kat blaast en zet het op een rennen. We laden de spullen uit en ik geef de taxichauffeur een flinke tip. Ze bedankt mij en loopt naar de auto. Plotseling stopt ze en keert weer terug. Ze houdt haar hand omhoog‘Je hebt mij valse muntjes gegeven,’zegt ze.
Tussen het Surinaams geld herken ik een paar Euro munten, waarvan ik niet wist dat ik die in mijn zak had. Ik lach.’Het zijn Euro munten!’zeg ik,’wil je die niet?’ Ze doet haar hand snel dicht.‘Sorry, bedankt.’ Weg is ze.
We binden de hond aan de trap en gaan naar boven. We moeten wachten tot Theo, de buurman thuis komt. Tina heeft vast nog wel wat verhalen te vertellen.

Wordt vervolgd

Chris Polanen – h.polanen47@chello.nl

- Advertentie -

10 REACTIES

  1. ik vind ’t moedig van Tina om als vrouw steeds te trekken .Dit lijkt mij persoonlijk ook leuk alleen zou ik dit niet meer kunnen i.v.m andere verolichtingen.Maar meid ga zo door en wees voorzichtig.Trouwens Chris dat verhaal vond ik prettig lezen .ik kijk nu uit naar dl 2

  2. Chris ik vind jou stukjes altijd wel boeiend in tegenstelling tot anderen zeker niet belerend en daar hou ik van
    Groetjessss

  3. Soms vraag ik me af hoe vaak de columnist in Suriname is…lijkt meer of hij in suriname is dan in Nederland,

    maar zijn columns lees ik altijd met smaak.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.