Taalparadijs

5

Iwan BraveDoor Iwan Brave – ‘Veeltalige oase of verwarrende linguïstische diversiteit?’ Met deze hamvraag wist het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) een volle zaal te trekken voor een lezing van drs. Hein Eersel – taalkundige en Surinamist – over de actuele taalsituatie in Suriname. Eersel komt met de optelsom dat onder de kleine Surinaamse bevolking, van nog geen half miljoen zielen, maar liefst 17 “echte Surinaamse talen” worden gesproken, “naast meerdere talen”. En ‘echte Surinaamse’ wil zeggen dat zij kenmerken hebben die buiten Suriname niet worden gehoord. Dat geldt bijvoorbeeld het Javaans, Sarnami en Hakka-Chinees. Inmiddels zou ook een Surinaams-Braziliaans aan het ontstaan zijn. Volgens Eersel heeft mogelijk ook het aantal zogenoemde ‘nieuwe Chinezen’ al de groep Hakka-sprekende ‘oude Chinezen’ overtroffen. Deze nieuwe Chinezen spreken het Mandarijn. “Hierdoor heb je de merkwaardige situatie dat een oude en een nieuwe Chinees het Sranantongo hanteren als onderlinge contacttaal.”

Daarnaast kent de kleine Surinaamse bevolking ook een opvallend grote variëteit aan schriftgebruik. Met name in Groot-Paramaribo komt dit tot uiting op gevels van gebedshuizen en winkelpanden, met als oprukkend fenomeen de moderne Chinese karakters. Waar de dagbladen nog steeds vooral gebruik maken van het ‘Europees Nederlands’, schalt uit de Surinaamse radio’s ‘boeiend veel’ talen. Ook de tv-stations lijken niet achter te blijven en is sprake van ‘internationale invloeden’. Maar dit wijt Eersel vooral aan het feit dat de armlastige tv-stations “lukraak plukken van de satelliet zonder te betalen”. Hierdoor worden internationale sportevenementen in Suriname – zoals het WK en de Olympische Spelen – vergezeld van Portugees en Engels commentaar. Daarnaast is Chineestalige tv in opmars.

Kortom: anno nu is het Surinaamse maatschappelijk leven en dagelijks verkeer een ‘veel talige’, concludeert Eersel op zijn zachtst. Daarentegen is het Surinaams onderwijs taalkundig “beslist géén oase!” In schoolbanken wordt goeddeels nog apathisch vastgehouden aan het Nederlands. Komt bij dat de productie van leerstof maar niet op gang komt. En als dat al zo zou zijn, dan worstelt Suriname nog altijd met de vraag: welke standaard van die Nederlandse taal? “Het Surinaams onderwijs schijnt de veeltaligheid niet aan te kunnen”, aldus Eersel. Er gaan zelfs radicale stemmen op voor het invoeren van Engels als voertaal. Maar dan is ook hier de verlammende vraag: welke standaard? Dus: wordt het Amerikaans-Engels, Brits-Engels of Caribisch-Engels?

Het moge duidelijk zijn: men is zeer bedreven in spijkers op laag water zoeken. Maar spijkers met koppen slaan, ho maar! Ondertussen wordt de put waar rondom de kalveren zich scharen, vervaarlijk diep. Hoewel er overduidelijk sprake is van een eigen volwaardig Surinaams-Nederlands, laat de Surinaamse overheid – lees: ministerie van Onderwijs – de situatie blauwblauw. Hoe passief de politiek hierin is, onderstreept Eersel met een anekdote. Een keer vroeg een minister en passant aan hem als taalwetenschapper: “Wanneer gaan jullie het Engels invoeren?”

Door deze algehele apathie op onderwijsvlak, zijn de ad-hocoplossingen vooral een ‘buitenlandse aangelegenheid’, aldus Eersel. Hij verwijst daarbij naar de Nederlandse Taal Unie en het Groene Boekje, waarin Suriname vrijwel geen stempel drukt. En als het gaat om lesmateriaal, leiden goedbedoelde inzamelacties van huiswaartsgekeerde Nederlandse stagiaires tot vervreemdende situaties voor Surinaamse leerlingen. Zo krijgen scholen ingezamelde, afgedankte boeken opgestuurd met leermethoden en thema’s die geheel geen aansluiting op hun belevenissenwereld. Er circuleren boeken die Surinaamse leerlingen bijbrengen hoe je met een metro onder de stad doorreist! Uit armoede – maar ook uit dankbaarheid – maken onderwijskrachten er toch maar gebruik van.

Hoe moet je uit deze veeltaligheid lokale leerstof produceren dat aansluit op de belevenissen van het ‘Surinaamse kind’ dat cultureel verre van uit eenheidsworst blijkt te zijn? In elk geval pleit Eersel ervoor om alvast kinderen in mono-linguale gebieden – dus ééntalige – in hun moedertaal te bereiken. Daarbij heeft hij het voornamelijk over de kinderen uit het binnenland en bepaalde districten waar in de huizen bijvoorbeeld overwegend Sarnami wordt gesproken. Dit om onnodige taalachterstanden en daarmee fnuikende leerachterstanden te voorkomen. Kinderen kunnen immers op voortgezet-onderwijsniveau makkelijk omschakelen naar een andere taal. Hier trekt Eersel de vergelijking met in het buitenland gaan studeren.

Of er gesproken kan worden van een taaloase of taalverwarring, laat Eersel als een ware objectieve wetenschapper in het midden, en het moreel oordeel aan de ‘publieke discussie’. Maar hij laat niet na te refereren aan een aloude stelling van Lou Lichtveld over Suriname, die nog altijd opgeld doet: ‘A linguistic paradise and political hell’. En over het taalkundig oplossen van het Surinaams onderwijsvraagstuk, zegt Eersel: “A hell of a job.”Als we bedenken dat onderwijs dé sleutel is naar maatschappelijk succes, dan geeft zijn slotopmerking weinig reden tot paradijselijk optimisme.

Iwan Brave
Dit is een bewerking van een radiocolumn voor Faya FM (Salto Amsterdam)

- Advertentie -

5 REACTIES

  1. Ik wil één misvatting recht zetten. Kinderen zijn juist in de lagere klassen beter instaat over te schakelen naar een andere taal.
    Ook is er nog een tweede argument. Kinderen pikken veel van hun kennis op door de media. Juist daar leren ze veel nieuwe begrippen. begrippen die onbewust bekend verondersteld worden als ze hun vervolg opleiding volgen.

    Om die reden vind ik het juist goed dat ze al jong een tweede taal leren. Dit voorkomt een achterstand op later leeftijd.

    Dat we het met boeken moeten doen die uitgebreid ingaan op hoe je met de metro moet reizen is in dit verhaal niet relevant. Welek taal we ook kiezen. SME heeft gewoon niet het geld om eigen toegesneden onderwijsmateriaal te maken. We zullen het altijd met boeken moeten doen die over de metro en de subway gaan. Het zij zo.

  2. Suriname moet haast maken met het invoeren van het Surinaams als ‘nationale taal’, het Nederlands blijft daarintegen de enige ‘officiele taal’, Spaans en Engels moeten verplichte onderwijs vakken worden…

    Het Engels invoeren als officiele taal is een Utopie daar het Suriname volledig zou afsnijden van zichzelf, zijn historie en de helft van haar in Europa wonende bevolking…
    Bovendien zou alles in het Engels moeten worden opgesteld en daarvoor beheerst de gemiddelde Surinamer het Engels niet goed genoeg voor…

    Goed (A)lgemeen (B)eschaafd (N)ederlands onderwijzen geniet eerder voorkeur daar menig Surinamer niet of nauwelijks uit zijn of haar woorden kan komen in ’s lands officiele taal en van deze mensen zitten een hoop in de DNA maar lopen er ook genoeg op straat…

  3. Welke toegevoegde waarde hebben het Sranantongo en het Nederlands als het gaat om zakendoen met de wereld, communiceren op wereldniveau?
    Geen enkele.

    Voer zo snel mogelijk de Engelse taal in, in Suriname. Zelfs in Nederland gaat men steeds meer en meer over tot het gebruik van Engelse termen in de zaken-bussiness.

    Daarnaast het Spaans en het Portugees als vreemde talen op de middelbare scholen invoeren.

    De Engelse taal zal absoluut geen belemmering zijn in de beleving van de Surinaamse historie en culturele waarden en normen.

    Vergeet daarbij niet dat veel wetenschappelijke boeken in het Engels zijn verschenen.

    Net zoals het Sarnami beetje bij beetje aan het uitsterven is, zo zal vermoedelijk op langere termijn ook het Sranantongo vergaan. Met name in Nederland zal dat het geval zeker zijn.
    In het Caraïbisch gebied zijn er ook talen verloren gegaan en is het Engels gaan overheersen.

    Voer het Engels al in op de basisscholen. Kinderen zijn heel erg flexibel en kunnen op jonge leeftijd 2 en zelfs meerdere talen leren.
    Ik neem mezelf als voorbeeld. Thuis spraken we uitsluitend Sarnami, het Nederlands heb ik op school geleerd, Sranantongo en een beetje Javaans van de buren.
    Een jong kind pikt dingen veel sneller op.

    Ik vraag me daarom ook af waarom Hein van Eersel beweert dat meerdere talen spreken met kinderen tot taal- en leerachterstand zal leiden.
    Juist zijn aanpak om kinderen alleen maar aan te spreken in de taal die ze thuis spreken, leidt tot achterstand in leren.
    Hoe moeten deze kinderen dan de Nederlandse taal leren? Het onderwijs in Suriname geschiedt nog steeds in die taal en zou daarom alleen ertoe moeten leiden om de kinderen in het Nederlands aan te spreken.

    Of is het de bedoeling van Hein van Eersel om in de gebieden waar een bepaalde taal thuis wordt gesproken, alleen maar leerkrachten aan te stellen die, die taal ook spreken.
    Uit welke boeken moeten deze kinderen dan leren?

    Hein van Eersel zijn aanpak vind ik geen juiste.

  4. ge achte Hein Eersel.
    Ik zou het nogal funtioneel vinden wanneer men het Nederlands als taal zou blijven gebruiken in Suriname als taal.
    Ik wil hierbij u het het voorbeeld noemen hoe netjes financieel een eiland als Aruba het doet in het gebied.
    Het is nogal eu functioneel. Het Nederlands blijven gebruiken en enigzins bandenblijven onderhouden wel van uwer kant. Het is nogal handig.
    Dat men anderzijds talen gaat gebruiken het mag. Natuurlijk.Ook dezen.
    Ik geen u toch eens te bedenken om het onderhoud met Nederland te blijven onderhouden.
    En ook met de taal in Nederland.
    Ik denk dat het enigzins handig is om niet ineens het land te voorzien van allerlei talen die geen mens in Europa verstaat. Ik zie in de reden waarom u het Nederlands zou willen verdonderen. Ik zou het niet doen . Voor nu spreekt velen nog Nederlands in Suriname. I wil u graag raden het zo te laten blijven.
    Het zou nog wel eens ernstig functioneel kunnen blijken in de toekomst. Ik raad u eens aan te kijken naar een eiland zoals Aruba
    Dat u wellicht niet het aardig bevindt . Dan raad ik u aan eens te bekijken het fait accomplis dat Aruba nog het rijkste eiland is in het gehele gebied.
    Zo moet Suriname natuurlijk ook blijven. Onderschat het ecoconomische taak van het tourissme niet .
    Het word vermoedelijk in de toekomst beter .
    Zo zie ik het .
    Groet Ronald Veneboer ja nu zeg ik mijn naam maar ik zie het werkelijk zo
    Groet Ronald
    Enschede

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.