Nieuwsgierigheid. En oprechte interesse [COLUMN]

7

Door Nellie BakboordBoosheid over wat A.E.G.Brouwn, districtonderwijzer en vader van Rinia is overkomen maakt plaats voor nieuwsgierigheid. En oprechte interesse. Rinia vertelt meer. Over de personages uit ‘Ons eigen leesboek’. Onder veel Surinamers bekend als ‘Loes en Mama’. Ze noemt namen die in de verhaaltjes voorkomen en denkt dat sommigen nog in leven zijn. Ze weet het eigenlijk heel zeker. Haar broer John zat samen met Toekiman in de klas. En Ram, die eigenlijk Ramanand heette zat een klas lager. Toekiman is al overleden. Geen onbekende voor hen die met Loes en Mama zijn grootgebracht. Rinia kiest zorgvuldig haar woorden. Ik luister aandachtig zonder haar in de rede te vallen. Geen van ons denkt nog aan een lekkere lunch. Wij zijn te gefocust.

Die dag in het eetcafé in het centrum van Amersfoort werd die tori met de minuut interessanter. Rinia wil graag, voordat ik aan heel Suriname het verhaal over haar vader in relatie tot ‘Loes en Mama’ vertel, dat ik ook met haar broers en zusters in gesprek ga. Twee broers, Orlando en John, die mij van informatie voorzien wonen in Nederland. Een zus, Glady’s woont in Spanje en Ann de jongste woont in Italië. De Brouwntjes klimmen allen in de pen en leveren bijdragen die ik u moet vertellen.

Glady’s noemt de naam van vrouw Lena en Ronald. Ronald die vrouw Lena helpt met de was, die vrouw Lena voor anderen doet. Vrouw Lena, zegt ze, is mijn oma. De moeder van mijn vader. En Ronald, haar zoon die haar helpt met de was, is mijn vader. Erna, het zusje van Ronald is onze moeder. Rinia de dochter met wie ik die tori als eerste ben begonnen woont samen met haar man Eddy Jozefzoon in Suriname. Vanaf die dag in Amersfoort bespeur ik soort een onrust bij mezelf. Een onrust kenmerkend bij hen die ervan uit gaan dat zij een primeur in de schoot geworpen hebben gekregen. Ik moet vooropstellen dat ik geen onderzoeksjournalist ben. En wil je gedegen naslagwerk in archieven doen dan moet je een beetje kennis van zaken hebben. Ik fungeer als doorgeefluik. Niet altijd. In sommige van mijn stukjes teken ik gebeurtenissen op die ik zelf meemaak. Als doorgeefluik besef ik dat ik een belangrijke rol kan spelen.

Wanneer Aïda de zus van Rinia in het eetcafé aanschuift besluiten wij te verkassen naar haar woning. Aïda haalt uit haar studeerkamer een stapeltje Loes en Mama boekjes tevoorschijn. Tijdens een uitgebreid homemade diner gaat ons gesprek over hun vader verder. Ik geef door wat de nazaten van A.E.G.Brouwn aan mij vertellen. Mijn kondremans moeten weten hoe de vork in de steel zit. Dat gaat door mijn hoofd. Ik moet ze wakker schudden. De leesboekjes dateren uit de periode van februari 1953. Ik blader in deel 2. De 5e druk. Wie weet, zet ik anderen aan tot verder onderzoek.

Intussen voorzien kritische lezers en vrienden als Annelies mij van bruikbare informatie. Andre Emile Gilbert Brouwn was onderwijzer in Kroonenburg. Kroonenburg ligt aan de Commewijnerivier. De verhaaltjes die hij optekende las hij eerst aan ons voor, zegt Aïda. Trots glimlachend zegt Aïda dat haar pa met een kroontjespen schreef. Van haar broer John had ze gehoord dat haar pa een stapeltje groene schriftjes had. Zijn manuscript. Vol verhalen. Hij was een grote verhalenverteller. De verhaaltjes, zegt Aïda zachtjes, verzon hij. Uit de losse pols.

©Nellie Bakboord (Deel 1)
aaybaya@gmail.com

- Advertentie -

7 REACTIES

  1. Leuk, ik ben ook met Loes en Mama opgegroeid. Ik herinner me nog: Loes en Mama, de poes, een aap, Jaap is een aap.
    En niet te vergeten het prachtige “Wij en de wereld”.

  2. Ik herinner mij het versje van Jaap de aap:
    Jaapje ons aapje, die kleine schavuit;
    Zat ik zijn hokje en wou er graag uit.
    De os liet hen los, schoof het schuifje opzij;
    Jaap riep “hoera”, nam een sprong en was vrij.

  3. Waarom zijn de andere reacties verwijderd die hier ook stonden? Niet erg hoor, maar moet een dergelijke column omgeven worden met positieve reacties? Het is nogal wat er geschreven staat! Maar als men een dergelijk verhaal in de openbaarheid brengt geldt het volgende Surinaamse spreekwoord: ‘als je een huis bouwt op troitoir moet niet verbaasd zijn als ze vaak gegroet worden……’

  4. Leuk om hierover te lezen. ik ben ook opgegroeid met de boekjes van loes en mama daarnaast ook de boekjes wij en de wereld.

  5. Een hele generatie heeft leren lezen met Loes en mama.
    Dat is nou echt knap om in je eentje een leesmethode te ontwikkelen voor beginnende lezers, die ook nog aansluit bij hún belevingswereld.
    Mijn complimenten!
    Jammer dat iemand ermee vandoor is gegaan en heeft geprofiteerd van de kennis van een ander.
    Dat is heel wrang!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.