Opening kindermuseum Villa Zapakara in Paramaribo

2

PARAMARIBO, 29 nov – Vandaag, zondag 29 november 2009, gaat kindermuseum Villa Zapakara open voor het publiek. Twee dagen eerder vond de feestelijke opening plaats in het bijzijn van genodigden, sponsors en vertegenwoordigers van de pers. Hierbij werd informatie gegeven over opzet, doelstellingen en achtergronden van het kindermuseum.

Op het terrein van Ons Erf verrichtte presidentsvrouwe Liesbeth Venetiaan vrijdag jl. de opening. Daarbij bracht mevrouw Venetiaan samen met een groep kinderen als allereerste een bezoek aan de tentoonstelling “Paleisgeheimen”, die geheel in het teken staat van Ghana.

Op woensdag 2 december gaat het kindermuseum van start met het scholierenprogramma.

- Advertentie -

2 REACTIES

  1. felicitaties aan de Surinaamse kinderen. En nu nog het Presidentieel paleis omtoveren tot Staatsmuseum.

  2. Paleisgeheimen.
    Men vertelt, dat er eens aap was die kon praten en rekenen. Hij heette Bablu en hielp de mensen in het dorp met hun huishoudelijk werk en paste vaak op de kinderen als de ouders van huis waren. Een keer werd de aap gevraagd op het paleis van de koning te verschijnen. De koning liet als ontvangst een dozijn bananen voor de ingang van het paleis klaar zetten voor de aap. De koning had van een waarzegster genaamd Santa gehoord dat er een lange periode van droogte op komst was en dat er hongersnood onder zijn volk zou uitbreken. Een papegaai,Ten, uit het bos die toegang tot het paleis had vertelde de koning over een aap bij wie de koning om advies kon vragen. De machtige koning schrok, hij riep zijn ministers bij zich en vroeg: “Geef eens raad ministers, wat moet ik doen? Vertel me, ministers, moet ik het advies van de aap Bablu, volgen?”

    Maar de ministers konden hem geen raad geven, ze bogen hun hoofd en zwegen. Slechts één van hen, de oudste en slimste boog zijn hoofd niet. Hij keek de machtige koning aan en sprak: “Laat de aap bij U komen’’.’’Wij zullen zijn advies volgen’’. U zult zelf kunnen zien of het helpt.”

    De aap Bablu had goede raad gegeven. De machtige koning liet alle mensen uit het land bij zich komen en toen de mannen allemaal voor zijn paleis stonden, staakte een ReuzenZapakara genaamd Maso zijn gebonk tegen de poort en hield hij op met brullen. De ReuzenZapakara keek het volk aan, pakte één van hen, de meubelmaker Soen, zette hem op zijn rug en rende naar zijn hol in het bos.

    De arme meubelmaker was half dood van angst, maar toen de ReuzenZapakara Maso hem in zijn hol op de grond zette, begreep hij waarom hij was meegenomen. In het hol van Maso lag de papegaai Ten te kreunen. Ze had ’s avonds een klein vogeltje verslonden, en er was een botje in haar keel blijven steken. De meubelmaker hielp de papegaai terwijl ook net de aap het hol van de ReuzenZapakara binnen kwam. De aap Bablu danste van vreugde toen het bot verwijderd was en gaf de meubelmaker een zak vol dukaten en voor de koning gaf hij een mand vol wonderlijke korreltjes mee.

    Toen de meubelmaker de mand aan de koning gaf, was deze zeer verbaasd. Hij riep zijn ministers bij zich en vroeg: “Geef me raad, ministers, wat moet ik met deze zaadjes doen?”

    Maar de ministers konden hem geen raad geven. Ook deze keer bogen ze hun hoofd en zwegen. Slechts één van hen, de oudste en slimste boog zijn hoofd niet en sprak: “Laat de zaadjes op het land strooien, koning, dan zult u zien wat er uit komt.”

    De oude minister had goede raad gegeven. De machtige koning liet de zaadjes op het land zaaien en binnen een paar dagen groeiden er plantjes met grote dunne bladeren en lange korrels rijst.

    De machtige vorst was zeer verbaasd en riep zijn ministers weer bij elkaar en vroeg: “Zeg me, ministers, nu hebben wij wel genoeg rijst voor de komende tien jaar maar hoe kunnen we weten of het wel of niet giftig is?”

    Maar de ministers wisten ook dit keer geen raad, ze bogen hun hoofd en zwegen. Alleen de oudste en slimste zweeg niet en sprak: “Geef een beetje rijst aan een hond, koning. Dan zult u merken of het giftig is. En laat voor de zekerheid ook iemand die ter dood veroordeeld is, er van proeven.”

    En de oude minister had ook deze keer goede raad gegeven. De hond at de rijst en er gebeurde niets. Er was in korte tijd een overvloed aan voedsel en een hongersnood is ondanks de droogte nooit gekomen. De aap Bablu kreeg een Koninklijke onderscheiding en werd nu altijd door de koning om advies gevraagd.
    Vertelling-Varma R

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.