Lezing Nationaal Archief Suriname over slavernij

29
Lezing Nationaal Archief Suriname over slavernij

PARAMARIBO, 5 mrt – Het Nationaal Archief Suriname (NAS) heeft in samenwerking met de studierichting Geschiedenis van de Faculteit der Humaniora een lezing over slavernij gehouden. Deze lezing Eigendomsstrijd “over slavernij, manumissie en emancipatie in Paramaribo”, werd verzorgd door Dr. Karwan Fatah-Black, universitaire docent uit Leiden. Dr. Karwan Fatah-Black verricht onderzoekingen en verzorgt ook onderwijs over de Nederlands koloniale geschiedenis in het bijzonder de slavernij.

Hij zegt dat er in het onderzoek in de slavernij altijd gekeken werd naar de plantages, maar niet naar het systeem die zo een plantage bezat. “Ieder plantagesysteem was afhankelijk van een stad, een bestuurlijk centrum. En in die stad had je ook slavernij en dat was ook zo in Suriname. En die stadsslavernij is altijd buiten beeld gebleven bij historici. Dat wil ik ook veranderen omdat in die stad een vrije gemeenschap ontstond van gemanumitteerden, vrij gelatenen, die een weg naar vrijheid hadden gevonden en die eigenlijk de basis zijn gaan vormen van de groep die we vroeger wel stadscreolen noemen, dus de stedelijke Afro-Surinamers. En de geschiedenis van die stadsgemeenschap die ontbreekt nog in de geschiedenisboeken”, vertelt Fatah-Black.

Tanya Sitaram, hoofd Publieke Diensten van het NAS, ervaart het als positief dat er onderzoekers zijn die graag meer over de Surinaamse geschiedenis willen vertellen en/of schrijven. Daarvoor is het Nationaal Archief er om de primaire bronnen te bieden. “Het is natuurlijk goed dat buitenlandse onderzoekers over Suriname onderzoek doen met de archieven, maar uiteindelijk is het onze geschiedenis en wij moeten het ook schrijven en herschrijven”, zegt Sitaram.

Zij doet daarom een oproep naar studenten en eenieder die geïnteresseerd is in de geschiedenis van Suriname. “Kom naar het nationaal archief en maak gebruik van die primaire bronnen die hier zijn en probeer ook vanuit jouw perspectief onderwerpen te belichten. Ook al is er al een onderzoek gedaan daarover. Je weet maar nooit wat jouw perspectief naar voren kan brengen of wat dat nieuwe is dat jij kunt vinden”, benadrukt Sitaram. 

Het archiefwezen dat valt onder het ministerie van Binnenlandse Zaken is opengesteld voor een ieder en ook buitenlandse bezoekers maken nuttig gebruik van de aanwezige archieven. 

29 REACTIES

  1. Hopenlijk dat de geschiedenis van Suriname, v.w.b. de slavernij-tijd, door jongeren wordt HERschreven zonder de eenzijdige gekleurde leugens zoals deze paarse dievenbende wil dat het volk weet !


    Maak melding

  2. De reden hiervoor is dat de slaven op de plantages het erger hadden dan de stadsslaven. ik wil een verschil toelichten. Ik had eens een vriend Hij nodigde mij uit om een keer op bezoek te komen. Hij woonde aan de Heiligen weg nr. h. Ik ging bij hem een keertje op bezoek en dat betreffende huis was een kolossaal gebouw. Ik dacht : wat boert die jongen toch goed, Hij woont in een prachtig huis.
    Ik zag een bordje voor de deur waarop stond voor de nummers A tot en met K: door de poort. Ik ging door de poort, die ooit eens nengredoro werd genoemd. De ingang die door negers moesten worden gebruikt. In ging door de poort en werd verwelkomd door een rioollucht. Ik zag een pad met aan weerskanten kleine houten huisjes en gootjes om het afvalwater af te voeren, wat niet meer lukte, Aan de voorkant zag ik links en Rechts hokjes die een plee en een badkamer moesten voorstellen met grote letters PRIVE. Aan het eind van het terrein zag ik gebouwen met meerdere deuren die de latrines en badkamers waren. En toen drong het tot mij door. Ik was op een plek beland waar heel lang geleden slaven werden gehuisvest. ik heb intussen een studie gemaakt over plantageslaven en kwam tot de ontdekking dat deze geen latrines hadden. Ze moesten naturel een gat graven, hun behoefte doen en het gat daarna dichtmaken. Dit heeft zelfs geleid tot een proces waarbij de plantage eigenaar werd gestraft omdat hij de slavin Afie had laten ranselen. Eeden de slavin Afie had te lang gepoept.


    Maak melding

  3. Er moet meer openheid over het slavenverleden komen en vooral moet aandacht geschonken worden aan de stamoudsten die verantwoordelijk waren voor de slavenhandel. Ete wang pikin basha was veelzeggend in die tijd.


    Maak melding

  4. Hetzelfde ge-ouwehoer over de slavernij.
    Ga jezelf ontwikkelen in een hoog tempo.
    Zoekt geen verblijf in Santo Boma.
    Draag je verantwoording tegenover je gezin, wel de lusten maar niet de lasten.
    Ga met je kinderen naar ouderavond, bibliotheek, wees betrokken met je kinderen.
    Wees niet afgunstige jegens anderen die ploeteren en vooruit komen. Ga niet op het rovers pad maar ga hard werken en niet luieren in je hangmat !!!
    Niet krikken en wegwezen zoals het bij de dieren voorkomt !!!


    Maak melding

  5. Ellen Neslo heeft in haar boek ‘Een ongekende elite’ een heel goed beeld gegeven van de slaven in de stad.Meestal waren dat ambachtslieden en huis aan huis verkopers.Als slaven erg hun best deden,mochten ze een deel van de opbrengst houden.Die spaarden ze op en als ze genoeg hadden gespaard,kochten ze zichzelf vrij.


    Maak melding

  6. Citaat: .Als slaven erg hun best deden,mochten ze een deel van de opbrengst houden.Die spaarden ze op en als ze genoeg hadden gespaard,kochten ze zichzelf vrij.

    Waarom zie je dit niet meer bij de nazaten?????


    Maak melding

  7. @forza dan zal het vast wel jouw man zijn die de hele dag in zijn hangmat ligt te niksen. De Surinaamse mannen in mijn omgeving staan om 04:00 op om naar hun werk te gaan o.a bakkerij Fernandez.,


    Maak melding

  8. Inderdaad, een mooie uitdaging voor Surinaamse studenten of andere geïnteresseerden zelf op onderzoek uit te gaan en het op schrift te zetten. Zo waarheidsgetrouw als mogelijk en hier en daar creatief tewerk gaan bij de nodige hiaten. Met name de gevoelens van de slaaf lijken interessant. Ik bedoel, men leeft ergens in de achttiende en negentiende eeuw en men heeft natuurlijk niet de kennis en moraal van heden. Dus men wist niet beter. Hoe ging men ermee om? De verhouding stadsslaaf versus plantageslaaf?
    En zo zijn er tal van wetenswaardigheden. Laten Surinamers zelf hun geschiedenis schrijven en herschrijven.De kennis en bewustheid heeft men nu wel. Het perspectief van een niet- Surinamer zal verschillen van de Surinamer. Je hoort vaak dat men zaken probeert te vergoelijken onder het mom van: ja, maar zij deden het ook! Of,het was niet eens zo slecht slaaf te zijn. Nog erger wanneer een Surinamer zich ook achter dat rijtje schaart.


    Maak melding

  9. DE GEZAMENLIJKE STRIJD ONDER DE BEVOLKING GROEPEN.

    ANTON DE KOM

    DE HELD VAN ALLE BEVOLKINGSGROEPEN IN SURINAME.

    Wan dé mi e kon baka (eens zal ik terugkomen) schreef De Kom in 1933, toen hij Suriname gedwongen verliet.

    Helaas keerde hij niet terug, in april 1945 stierf hij in een Duits concentratiekamp. Een leven van strijd was ten einde.

    Cornelis Gerard Anton de Kom, in Suriname bekend als Adek, werd in 1898 te Paramaribo geboren. Van 1916-1920 werkte hij als kantooremployé bij de Balata-Company en werd geconfronteerd met het koloniale uitbuitingssysteem. In 1920 vertrok De Kom naar Nederland, waar hij werk vond als assistent-accountant.

    Het leven in Nederland was voor hem als één van de weinige kleurlingen erg zwaar hij voelde en besefte hier nog meer de onderworpen positie van zijn volk.

    Hij bleef op de hoogte van wat er in zijn vaderland gebeurde; zijn leven hier en dat van zijn volk in Suriname brachten hem ertoe zich met politiek bezig te gaan houden. Zijn politieke bewustwording dwong hem tot schrijven – hij werd medewerker van Links Richten – een tijdschrift waaraan verschillende progressieve schrijvers van die tijd meewerkten.

    Het begin van zijn boek Wij slaven van Suriname ontstond.

    Eind 1932 vertrok De Kom met zijn gezin naar Paramaribo. De sociale en economische toestand was bij zijn terugkomst mensonterend. Krotten zonder riolering, onvoldoende medische verzorging, weinig onderwijs – onderbetaling van de arbeider, honger en gebrek onder de contractarbeiders, armoede en ellende in de districten. Dit alles bracht hem ertoe een adviesbureau op te richten en te luisteren naar de klachten van zijn landgenoten – alles op schrift te stellen om zo de koloniale regering te dwingen tot lotsverbetering van de Surinaamse arbeidersklasse…

    De Kom werd dagelijks omringd door honderden Bosnegers, Hindoestanen, Creolen, Javanen en Indianen. Velen kwamen van heinde en verre naar hem toe. De autoriteiten echter raakten in paniek, zij zagen De Kom als een bedreiging voor het gezag.

    ‘De rechercheurs lieten hem nooit met rust. ’s Avonds klopten zij aan zijn raam om te controleren of hij thuis was en zaalhouders werden gedwongen hem niet te laten spreken. Voortdurend trad de politie provocerend op. Overal plakte men affiches aan, met waarschuwingen tegen De Kom, hetgeen zijn aanhang slechts vergrootte.

    Na enige opstootjes werd De Kom gearresteerd zonder enig justitieel bewijs, hetgeen ook bleek uit een interview dat de heer Doorson had met de procureur-generaal. De procureurgeneraal wist niet waaraan De Kom zich schuldig had gemaakt. (De Banier van 4 februari 1933). Grote groepen Javaanse en Hindoestaanse boeren kwamen naar de stad en voegden zich daar bij hun Creoolse lotgenoten om de vrijlating van De Kom te eisen.

    De Banier van 4 februari 1933 berichtte dat er op die ochtend een deputatie van ongeveer vierduizend ongewapende mannen, onder wie Creolen, Javanen en Hindoestanen, zich naar het parket van de procureur-generaal begaf om te vragen wanneer De Kom zou worden vrijgelaten. Ze werden tegengehouden door een detachement politiebeambten met de bajonet op het geweer. De voorhoede van de menigte
    ontblootte de borst en nodigde de politie uit te schieten. De procureur-generaal schrok van dit moedig gedrag en verzocht, bleek en ontdaan, de menigte heen te gaan omdat De Kom dinsdag zou worden vrijgelaten. De onbetrouwbaarheid van de procureur-generaal bleek later op de dag toen De Kom van het politiebureau naar het Huis van Bewaring werd overgebracht in een vertrek dat bovendien speciaal voor hem was ingericht!
    Op dinsdag was er weer een grote groep ongewapende arbeiders en boeren op de been. Ze waren blij, omdat hun leider vrij zou komen. Niemand dacht aan vechten of oproer en niets vermoedend begaf de groep zich op weg om De Kom af te halen.

    Volkomen onverwachts openden de politie en de militairen het vuur op de mensenmassa, waarbij zich intussen ook veel nieuwsgierige kinderen hadden gevoegd. Het resultaat was twee doden en tweeëntwintig gewonden. Dezelfde avond, terwijl de doden werden begraven, kregen de politiebeambten als beloning een bierfuif en een bloemenhulde aangeboden.

    Op 10 mei 1933 werd De Kom vrijgelaten en op de boot naar Nederland gezet. Hij was dus noch veroordeeld, noch gestraft en officieel niet eens beschuldigd. Toch werd hij uit zijn vaderland gezet.
    In Nederland bleef De Kom door middel van artikelen, voordrachten en speeches de zaak van zijn land en volk dienen. Ook in de illegale pers, in de strijd tegen het heersende fascisme, verschenen artikelen van zijn hand.

    Op 7 augustus 1944 werd De Kom door de Duitsers gearresteerd. Via Scheveningen, Vught en Oraniënburg werd hij overgebracht naar het concentratiekamp Neuengamme, waar hij op 24 april 1945 overleed. Zijn lijk werd later in een massagraf te Sandbostel gevonden.


    Maak melding

  10. Sinds 25 februari 1980 is er een ander soort slavernij. Land en volk en oerdomme ndp paria’ s zijn in de greep van baas en trawanten en dat olv van duivel zelve.


    Maak melding

  11. Men praat nog steeds over de slavernij in Su….!! Praten jullie liever over jullie rechten die geclaimd moeten worden bij regering bouta!!


    Maak melding

  12. Pataka 5 maart 2019 at 10:44
    Creolen moeten leren hun vrouwen en kinderen te verzorgen. Slaven zullen ze blijven als je je gezin niet kan verzorgen.”

    Denk je nou echt dat alleen creoolse mannen hun vrouwen en kinderen niet verzorgen?
    Bij de ene bevolkingsgroep komen ze dronken thuis en slaan alles kort en klein, bij de andere is het geld vergokt aan tjekre tjekre of Matjok en en de creools man gaat feesten en zuipen met zijn buitenvrouw.

    Maar ik geef je op briefje, vrouwen van alle rassen zijn de dupe van het gedrag van de mannen, maar ook de vrouwen kunnen er wat van.

    Natuurlijk ben ik het ermee eens dat je niet overal kinderen moet verwekken en als je ze al verwekt hebt moet je verantwoordelijkheid nemen.

    Terugkerend naar de slavernij zou ik jullie adviseren om de boeken van dr. Dragtenstein en van Balai te lezen. Die geven een goed inzicht van gebeurtenissen ten tijde van de Slavernij.


    Maak melding

  13. Ik wil het gedrag van creoolse mannen niet goed praten en het is al 156 jaar geleden (theoretisch) of 146 jaar geleden als je de periode van het staatstoezicht meerekent dat de slavernij is afgeschaft.
    Wat mij opvalt uit de historische geschriften zijn de volgende zaken:
    1. Slaven mochten niet denken, dat deed de eigenaar voor ze.
    2. Slaven werden verzorgd; ze kregen eten, drinken, kleding en een dak boven hun hoofd. Los van de vraag of dit voldoende was hebben ze dus nooit geleerd zelfstandig te worden.
    3. een mannelijke slaaf had geen rechten als vader. hem is dus nooit geleerd vader te zijn.
    4. de mannelijke slaven hadden geen trots en eigenwaarde . dit is hun door de slavernij ontnomen.
    Natuurlijk rijst de vraag hoe lang het moet duren om van al deze trauma’s af te komen.
    5. Slaven woonden met meerdere generaties in een huis. Niet om kosten te besparen, maar voor een betere arbeidsverdeling. Tegenwoordig gebeurt dit nog steeds om kostenoverwegingen. Dit komt de opvoeding van kinderen niet goed uit. teveel kapiteins op een schip.

    En Nederlanders konden de ergste dingen heel mooi formuleren. Artikel 19 van de wet staatstoezicht luidt als volgt:
    Art. 19.
    Het staatstoezigt heeft de strekking om de bij deze wet vrijgemaakten te beschermen en op te leiden tot het familie en maatschappelijk leven door het weren van lediggang en het regelen der verplichting tot arbeid, zomeede door het bevorderen van het school en godsdienstig onderwijs;
    door het voorschrijven van de middelen tot ondersteuning der hulpbehoevenden en de verpleging der zieken; voorts in het algemeen door het nemen van maatregelen welke in het belang der vrijgemaakten of in dat van de publieke orde nodig zijn.


    Maak melding

  14. Wordt lachen als blijkt dat de mensen die anderen uitmaken voor redi musu of slavenmeester, juist van hen afstammen.
    Als daarover een boek uitkomt, koop ik het direct.


    Maak melding

  15. Wanneer houdt dit op met mensen die nooit de slavernij hebben meegemaakt, maar denken erover mee te kunnen praten??? Wat een getraumatiseerde ophef. De slavernij speelt zich nog steeds af in ons landje. De arme arbeiders worden nog steeds dagelijks uitgebuit voor een honger loontje. Sommige worden niet uitbetaald voor de verrichte arbeid.Moeten protesteren om betaald te worden.
    Men kan boeken blijven schrijven en denken het wiel opnieuw uit te vinden. Dit is geld verdienen over andermans rug. Een vorm van uitbuiting. Wanneer maken wij hieraan eind???
    Wij kunnen dus allemaal een boek over ons armoedig leventje gaan schrijven of over de dagelijkse misdaad die hier plaatsvindt.Kassa.


    Maak melding

  16. Ik zou graag een lezing van het nationaal achief willen zien over de financieel, economisch voor Suriname in de koloniale tijd, slavernij, contractperiode en wat dat allemaal de republiek Suriname en de Surinamers heeft opgeleverd. Waar lagen de kansen en waar niet en wat zou Suriname daaruit kunnen leren en wat ermee te doek. Welke periodes waren de beste, waar, welke plantages, hoe druk was het met de scheepsvaart en transport van landbouwgewassen vanuit Suriname naar Amsterdam.

    De zaken over slavernij en contractanten zijn goed om te bekijken en het volk over te informeren, maar er moet toch meer te halen zijn uit het nationaal archief van Suriname.? De ADEK, afdeling economie, bedrijfseconomisch, zouden hierbij betrokken moeten worden, wellicht met de Technische Faculteit en zien waar de uitdagingen voor Suriname liggen en dit aan Surinamers, studenten moeten laten zien.

    Recht En Waarheid Maken Vrij

    God Zij Met Ons Suriname/rs


    Maak melding

  17. CONTRACT ARBEIDERS SURINAME.

    Het werven van de contractarbeiders in India verliep via een hiërarchische structuur van koppelbazen. Aan het hoofd stond de emigratie-agent, gewoonlijk de Nederlandse consul, met daaronder subagenten en arkatia’s, lokale ronselaars. De arkatia’s kregen per afgeleverde arbeidsmigrant een premie van de subagent, die op zijn beurt een premie kreeg van de emigratie-agent. Hoe meer arbeiders konden worden overgehaald om in Suriname te gaan werken, hoe meer geld de arkatia’s en subagenten verdienden. Dat beloningssysteem zette de deur vanzelfsprekend wagenwijd open voor leugens en bedrog. Formeel gingen de wervingsregels weliswaar uit van de vrije wil van de potentiële arbeidsmigranten. Maar in de praktijk werd het overgrote deel van de migranten misleid door gladde praatjes over hoge lonen, licht werk, gratis medische zorg, gratis huisvesting, en een gratis terugreis. Suriname werd paradijselijk voorgespiegeld als een land van melk en honing waar iedereen een beter leven kon krijgen. De ronselaars verzwegen de lange afmattende zeereis, de zware plantage-arbeid, de koloniale overheersing en de strafwetgeving die nog stamde uit de slavenperiode.

    Vooral in tijden van hongersnood en andere rampen lieten Hindostanen zich overhalen om met een contract voor 5 jaar in Suriname te gaan werken. Daar aangekomen werden ze geconfronteerd met de rauwe werkelijkheid. Ze moesten in “coolie-lines” wonen, opgekalefaterde oude slavenbarakken vol insecten en ongedierte. Ze mochten de plantages meestal alleen verlaten met een verlofpas. De medische zorg was belabberd. Het arbeidsproces op de plantages bleef identiek aan dat van de periode van de slavernij. De contractarbeid was gebaseerd op stukwerk. De arbeiders werden niet per dag betaald, maar per taak. Die dagelijkse werktaak was berekend naar de arbeidsprestatie die een hard werkende slaaf in de tijd van de slavernij kon leveren. De werkdag begon om half zes ‘s ochtends. Elke niet afgemaakte taak betekende een korting op het loon van de arbeider. Bovendien werden lonen vaak niet of niet volledig uitbetaald. Velen verdienden daardoor heel weinig en konden slechts met de grootste moeite het hoofd boven water houden. Het ziekte- en sterftecijfer lag dan ook extreem hoog.

    Maar volgens de planters en de koloniale autoriteiten was het allemaal de schuld van de migranten zelf, want die zouden lui en onwillig zijn. Er was “een economische reden die de druk op de arbeiders op dit soort plantages opvoerde. Door de groeiende internationale concurrentie op de wereldmarkt daalde de winst voor de suikerondernemingen aanzienlijk. En om deze concurrentie enigszins het hoofd te kunnen bieden moest er meer geproduceerd (en de kosten gereduceerd) worden. Aangezien er geen machines werden ingezet voor de veldarbeid, moesten de arbeiders aangezet worden tot het leveren van maximale prestaties”, aldus Bhagwanbali.

    De positie van de Hindostaanse vrouwen was zo mogelijk nog beroerder dan die van de mannelijke contractarbeiders. Het Koelietractaat had een quotum van 40 vrouwelijke migranten op 100 mannelijke migranten vastgesteld. Vaak werd dat quotum niet gehaald, ondanks de hogere premies die de ronselaars voor vrouwelijke migranten ontvingen. Het overschot aan mannen leidde tot grootschalige seksuele uitbuiting. De planters meenden recht te hebben op seks met iedere arbeidster, zowel alleenstaand als getrouwd. Na klachten daarover schreef gouverneur Lohman in 1889 aan de minister van Koloniën: “Zulke relaties zijn hier zo gewoon, en de zedelijke begrippen zijn op het stuk van het verkeer met de vrouwelijke sekse geheel anders (dan in Holland).” Oftewel: de koloniaal mocht zich straffeloos blijven vergrijpen aan de arbeidsters, onder wie zelfmoord veel voorkwam. Getrouwde Hindostaanse mannen dwongen hun vrouwen soms tot prostitutie om zo extra geld te kunnen verdienen.

    Kromboei

    De talloze klachten van de arbeiders over hun werkomstandigheden werden voortdurend afgewezen. Ondanks de overmacht van de planters kwamen de arbeiders toch individueel en collectief in opstand. Ze weigerden te werken, ze deserteerden, ze staken koloniale gebouwen in brand, en ze vielen hun bazen fysiek aan. In onderzoek van de dominante stroming van het wetenschappelijke kolonialisme komt de strijd van slaven en contractarbeiders tegen de koloniale repressie overigens nauwelijks aan de orde. Het Hindostaanse verzet werd veelal met boetes, gevangenisstraf en grof geweld neergeslagen. Lijfstraffen als geseling of kromboei werden vaak toegepast. Gevluchte arbeiders werden opgespoord en opgejaagd door premiejagers, zoals tijdens de slavernijperiode. Volgens de koloniale autoriteiten in 1890 was “het eergevoel bij de koelies zo weinig ontwikkeld dat gevangenisstraf door hen beschouwd wordt als een der zaken die een mens in de loop van zijn leven af en toe overkomt. Schande kennen zij niet. Zet men hen in gewone boei, dan is hen dit volkomen onverschillig; sommigen zitten liever in de boei dan dat zij aan het werk gaan.”

    De Britse consuls in Paramaribo waren fel gekant tegen de schandalige praktijk van de contractarbeid. In zijn onderzoeksrapport uit 1877 noemde consul Cohen de contractarbeid een voortzetting van de slavernij. Zijn opvolger Annesley meende dat de Nederlandse kolonisator met de Hindostaanse contractarbeiders nieuwe werkslaven had gevonden. “Het enige verschil dat de planter maakt tussen een slaaf en een koelie is dat de eerste levenslang slaaf was en dat hij door de planter naar believen kon worden verkocht, terwijl de tweede alleen zijn slaaf is tijdens de contracttermijn en alleen kan worden verkocht in de staat waarin hij is gecontracteerd. En, omdat de koelie de planter meer kost dan de slaaf, denkt hij dat hij meer arbeid uit hem mag persen.”

    Het systeem van contractarbeid bleek een reïncarnatie, “een awatar”, van de inmiddels afgeschafte slavernij. “Wie waren verantwoordelijk voor het onderdompelen van de Hindostaanse migranten in ‘de plantagebeerput’?”, vraagt Bhagwanbali zich af. Ten eerste de Nederlandse staat, ten tweede het koninklijk huis en ten derde de planters. Hij pleit ervoor om de eerste twee alsnog aansprakelijk te stellen voor de begane misdaden. Nederland zou alleen al aan niet uitbetaald loon ruim 2 miljoen euro aan de Hindostaanse gemeenschap moeten uitkeren. Zijn uitstekend gedocumenteerd onderzoek, dat op 14 november werd gepresenteerd, vormt het eerste deel in een reeks van drie boeken over de geschiedenis van de Hindostaanse migratie naar Suriname. De nog te verschijnen delen twee en drie gaan over het verzet van de contractarbeiders en over hun cultuur en dagelijkse leven. Met deze reeks levert Bhagwanbali een belangrijke bijdrage aan een kritische en anti-koloniale visie op het Nederlandse kolonialisme.


    Maak melding

  18. Dat gedoe over de slavernij begon met Oprah die in een van haar uitzendingen midden jaren 90 hier aandacht aan besteed heeft. Ze praatte dusdanig met emotio en drama alsof het wel leek dat zij de ellende van de slavernij persoonlijk ondergaan had. Daar stond ze dan grimmige traantjes latend en afgevend op alles wat blank was. Ondertussen dankzij dezelfde blanken is zij meervoudig millionare en heeft zij zich weten te ontwikkelen. Hetzelfde zie ik ook in Suriname gebeuren; men stelt zich zo zielig op alsof het lijkt dat zij de slavernij in persoon ondergaan hebben.


    Maak melding

  19. Creolen hebben Suriname in de stront gestopt en daarom zijn ze slaven gebleven. Waarom bleven ze arm?
    Omdat ze hun gezin niet willen verzorgen.


    Maak melding

  20. SLAVERNIJ IS OOK :

    Op willekeurige wijze SURINAMERS OPPAKKEN, MARTELEN
    EN VERMOORDEN !!!

    Alle INWONERS, ONGEWAPENDE BURGERS, van het Dorp MOIWANA,
    ZONDER MEER EN ZONDER REDEN, KAPOT SCHIETEN !!!

    Een Paarse CLAN EIGENT ZICH ALLE WAARDEVOLLE ZAKEN IN SRANAN
    TOE, OF GEEFT De RIJKDOMMEN VAN HET VOLK, ZOALS GOUD, HOUT,
    WATER, VIS, OLIE VRIJWEL GRATIS WEG AAN BUITENLANDERS OF AAN
    ANDERE LANDEN !!!

    HET MET VOETEN TREDEN VAN ONZE GRONDWET, DOOR EEN CLAN DIE
    REGERING NOEMT ! TROUWENS ONZE ZOGENAAMDE REGERING, IS
    SINDS KORT OP ONGRONDWETTIGE WIJZE ONDER CURATELE GESTELD.
    De REGERING MOET UITVOEREN WAT EEN COMMISSIE HAAR OPDRAAGT !

    SLAVERNIJ IS OOK EEN FEIT, WANNEER ONZE RECHTSSTAAT en ONZE
    GRONDRECHTEN LANGZAMERHAND, WORDEN VERNIETIGD DOOR DE
    MACHTHEBBERS !!!

    TEKI YU AI LUKU ! YAGGI DENG SLAVENDRIJVER !!!


    Maak melding

  21. Ik lees hier eigenlijk maar een paar realistiche reacties met name die van Boeboe bit Sjorie, wel maar steeds weer terugkomen op dat slavernij verleden, net of je daar beter van wordt en de meest recente historie vanaf 1975 en bij voorkeur die vanaf ’80 zoveel mogelijk onder de mat schuiven of gewoon zand erover, wordt ook wel door een paarse poster herschijven genoemd, wat door Surinamers zelf gedaan zou moeten worden i.p.v. anderen die op welke manier dan ook bij het wel en wee van Suriname betrokken zijn, wie laat zich weer eens de kaas van het brood eten , door gemakzucht en gebrek aan initiatief, een niet onbekend verschijnsel in Suriname, maar wel hier lopen te , over bemoeienis van buitenaf


    Maak melding

  22. Hans als de Nederlanders de geschiedenis van Suriname objectief hadden geschreven en niet door een Nederlandse bril dan hadden de Surinamers nooit de behoefte gehad om zelf in hun historie te aan graven. ik heb nooit geweten over het slavenschip Leusden en ik heb nooit gelezen over de laatste medische controle onder slaven bij binnenkomst op de Surinamerivier. Onverkoopbare slaven werden overboord gegooid. Omdat ik niets weet over mijn familie ben ik gaan graven in hun historie. blijkt dat ze van een plantage afkomstig zijn waar er dingen gebeurd zijn waarover men kennelijk niet wilde doorvertellen aan hun nazaten. spannender dan Mariënburg. Enkele dingen om het tipje dan de sluier op te lichten: verschuilen illegale slavenschepen, doodranselen slaven door de plantage directeuren, ware oorlogen tussen Chinese immigranten en vrijgemaakte slaven. Deze onderwerpen ben ik niet tegengekomen in de door Nederlanders geschreven geschiedenisboekjes over Suriname. dus zal ik daarover schrijven.


    Maak melding

  23. de STAAT Sranan moet een keer ophouden met

    BABBELEN over geschiedenis en geschiedschrijving,

    EERST VOLDOENDE MIDDELEN EN SURINAAMSE DESKUNDIGEN

    INZETTEN OM ZAKEN, ADEQUAAT EN OP WETENSCHAPPELIJKE WIJZE

    TE BESTUDEREN !

    AL HET OVERIGE IS PRIETPRAAT EN GEPRAAT IN DE RUIMTE !

    PS : ZIE MAAR HOE WREDE GEBEURTENISSEN IN DE JONGSTE

    HISTORIE, ZOALS DE 8 DECEMBER-MASSAMOORD EN DE MOIWANA-

    MASSAMOORD, DOOR MANIPULATIE VAN SURINAAMSE MACHTHEBBERS,

    NIET WORDEN VASTGELEGD EN OPENLIJK BESPROKEN KUNNEN WORDEN,

    EN DEZE GRUWELIJKE FEITEN OOK NIET KUNNEN WORDEN DOORGEGEVEN

    AAN VOLK EN JEUGD !


    Maak melding

  24. Jon, blijf je maar lekker hangen in het verleden, net als meer anderen daar verander je het heden waarin we leven en de toekomst niet mee


    Maak melding

  25. Lijkt me leuk om te weten hoe en hoe vaak er geneukt werrd op de plantages door de verschillende groepen (slavenhouders, slaven).
    Op welke leeftijd, wie deed het met wie, hoeveel kinderen werden geboren, hoeveel stierven of werden vermoord enz.


    Maak melding

  26. Het NDP lid Cotino had de PLer Eskak aangevallen. Over de inhoud van het geschrift wil ik het niet hebben.
    Toen heeft Eskak gereageerd op deze aanval en hij heeft een schitterende opmerking gemaakt, die luidt:
    Achteruit kijken doen we het best om daaruit wijze lessen te onttrekken om het in de toekomst beter te kunnen doen.
    Ik had het niet mooier kunnen zeggen. Ik sluit mij hierbij aan.


    Maak melding

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.