Oplossing ‘Boedelproblematiek’ in Suriname in zicht?

9

Onverdeelde en onbeheerde boedels van onroerende goederen in Suriname zijn een voortdurend probleem dat de economische vooruitgang van Suriname in de weg staat. Erfgenamen zijn gedeeltelijk of niet bekend waardoor verkoop of aankoop van gronden niet op de correcte wijze kan plaats vinden. Ook de slechte administratie van de grondbrieven vormt een sta in de weg bij de verdeling van de boedels.

Chequita Ramautar, promovendus bij de Open Universiteit, heeft voor haar proefschrift ‘Boedelproblematiek in Suriname’ de juridische titels die aan gronden vanaf de 17e eeuw zijn toegekend in kaart gebracht en legt hiermee de basis voor de oplossing van dit langdurig probleem. De promotie vindt plaats op vrijdag 9 oktober 2015 bij de Open Universiteit in Heerlen.

Ramautar reikt met haar onderzoek de mogelijkheid aan om ook dit probleem te kunnen oplossen. De overheid moet de titels en de aard en omvang van de gronden wettelijk vastleggen. Daarnaast moeten deze gronden worden verdeeld, waarbij erfgenamen in de gelegenheid moeten worden gesteld om aan te tonen dat ze erfgenamen zijn. Daarnaast moeten de gerechtigden voldoen aan de uitgiftevoorwaarden. Wanneer er geen erfgenamen meer zijn moet de overheid de gronden terugnemen. Als er wel wettelijke erfgenamen bekend zijn en de boedelscheiding tot stand kan worden gebracht, zal deze zorgen voor verdere economische ontwikkeling van Suriname en die van de erfgenamen.

Een nadere uiteenzetting van de ‘Boedelproblematiek’ in Suriname:

Ontstaan van de boedelproblematiek
Reeds in de koloniale tijd werden plantagegronden onder verschillende titels en verschillende voorwaarden uitgegeven. Kort na de afschaffing van de slavernij werd veelal één plantage door meerdere vrijgekomen slaven gekocht (allodiaal eigendom). Vanaf dit moment ontstond dan mede-eigendom. Ook kwam het weleens voor dat delen van een plantage door één slaaf werd gekocht. Na het overlijden van deze eigenaren hebben erfgenamen of gerechtigden gedurende generatie op generatie nagelaten om deze onverdeelde boedels te doen scheiden en delen, hetgeen ongeveer in 146 jaar heeft geleid tot onverdeelde boedels, waarbij het niet vreemd is als een erfgenaam zelfs in duizendste delen aanspraak maakt op de nalatenschap. In sommige gevallen zijn de erfgenamen niet bekend en zijn deze gronden onbeheerd.

Stagnatie van verdergaande ontwikkeling van Suriname
Omdat erfgenamen vaak niet weten dat ze eigenaar zijn of hoeveel mede-eigenaren er zijn is het haast onmogelijk om deze gronden op de correcte wijze te verkopen en over te dragen. Erfgenamen kunnen op deze gronden geen investeringen doen, omdat zij bijvoorbeeld geen hypothecaire leningen kunnen aangaan. Daardoor is de economische ontwikkeling binnen deze districten niet goed mogelijk en dit heeft weer een negatief effect op het hele land. Erfgenamen willen graag weten welk deel hun toebehoort om zodoende te kunnen handelen.

Wettelijke regelgeving verouderd
Ramautar heeft ter oplossing van dit probleem een rechtsvergelijking gemaakt tussen Nederland, Suriname en Curaçao. In Suriname is het (Nederlands) Burgerlijk Wetboek uit 1869 nog van kracht. Hierin staan de toegekende titels van allodiaal eigendom en erfelijk bezit uit de koloniale tijd niet opgenomen. Daarnaast blijkt dat de titel allodiaal eigendom en erfelijk bezit niet wettelijk is geregeld. De voorwaarden verbonden aan deze titel op de grond zijn terug te vinden in de grondbrieven of warrands die niet altijd eensluidend zijn en ook niet altijd meer te vinden zijn. Uit het onderzoek van Ramautar blijkt dat ook het oud Burgerlijk Wetboek van Curaçao de titels uit de koloniale tijd niet had geregeld.

Oplossingsvoorstel voor de toekomst
De overheid in Suriname heeft in de jaren 1980 een begin gemaakt met het toekennen van een nieuwe titel op de grond (grondhuur). Hiermee werd onder andere beoogd om boedelvorming op de grond tegen te gaan. In deze nieuwe regeling zijn de aard en omvang van de titel allodiaal eigendom en erfelijk bezit helaas niet geregeld. Ramautar reikt met haar onderzoek de mogelijkheid aan om ook dit probleem te kunnen oplossen. De overheid moet de titels en de aard en omvang van de gronden wettelijk vastleggen. Daarnaast moeten deze gronden worden verdeeld, waarbij erfgenamen in de gelegenheid moeten worden gesteld om aan te tonen dat ze erfgenamen zijn. Daarnaast moeten de gerechtigden voldoen aan de uitgiftevoorwaarden. Wanneer er geen erfgenamen meer zijn moet de overheid de gronden terugnemen. Als er wel wettelijke erfgenamen bekend zijn en de boedelscheiding tot stand kan worden gebracht, zal deze zorgen voor verdere economische ontwikkeling van Suriname en die van de erfgenamen.

Promotie
Chequita Ramautar, docent aan de Universiteit van Suriname en gewezen lid van de Staatsraad, verdedigt haar proefschrift ‘Boedelproblematiek in Suriname’ op vrijdag 9 oktober 2015 om 16.00 uur bij de Open Universiteit in Heerlen. De promotoren zijn prof. mr. J.G.J. Rinkes (Open Universiteit) en prof. mr. R.F.H. Mertens (Open Universiteit).

- Advertentie -

9 REACTIES

  1. Op het moment, dat zich geen erfgenamen melden en de grond weer wordt terug genomen door de overheid wordt dezelfde grond door dezelfde overheid weer zo snel mogelijk onderling verdeeld onder de vriendjes.
    De oplossing, die mevrouw Raumatar aandraagt, is op papier een heel aardige oplossing, maar stelt in Suriname in de praktijk niets voor.
    Als wij niet zo’n corrupt land zouden zijn, zou ik graag geloven in de woorden van mevrouw Raumatar, maar de realiteit is helaas anders.

  2. mocht er achteraf blijken dat er geen erfgenamen meer in leven zijn, dan acht ik het niet verstandig de grond(gronden) aan de overheid te doen toekomen.
    Maar het beste lijkt mij, de grond(gronden) door een openbare loting aan minderbedeelde per vierkantemeter te doen toekomen onder een strenge voorwaarden door een hypoticairelening een woning naar vermogen neer te zetten en daadwerkelijk voor de eerste tien jaren te bezetten en te bewonen.

  3. Ik ken heleboel mensen met deze problematiek (boedel gedoe. ) De ene broer / zus wil het erf met huis verkopen, en de andere deel broers / en zussen gaan er niet mee.
    Zo blijft het een hete hang ijzer die jaren voorduurd, en het wordt soms een vete onderling.

  4. De wet omtrent boedelverdeling moet veranderd worden al is het maar voor een korte tijd. Het moet heel eenvoudiger worden gemaakt om dit gedoe snel op te ruimen. Een boedel moet verdeeld worden tussen de levenden broers en zusters. kinderen van overleden broers en zusters moeten niet in aanmerking komen want bij hun begint het probleem om de boedel te verdelen. In Ned gebeurd het nu ook zo. Nichten en neven komen niet meer in aanmerking.

  5. In mijn optiek een ‘hot topic’ om op te promoveren. Hoop dat dit onderzoek schot in de zaak brengt wat betreft de wetgeving omtrent boedelproblematiek. Als ik kijk in mijn direct omgeving, heeft de huidige wetgeving een extreem verlammende werking op het investeren in / ontwikkeling van boedelgronden.

  6. Als het om plantages gaat, is het verstandig om nakomelingen van de slaven die op de plantages hun zweet en bloed hebben gegeven, eerst in aanmerking te doen toekomen. Ook de gevluchte broeders en zusters van ons hebben daar recht op. Voor hun vlucht waren ze ook slaven. De plantages waarop de migranten hebben gewerkt hebben ook recht op een deel van die plantages.

  7. Te veel corrupte advocaten, notarielen etc in Suriname. De wetgeving loopt honderden jaren achter en de meeste halfanafabeten in het parlement zijn full time op zoek naar steekpenningen en mogelijkheden om te stelen om zo snel mogelijk rijk te worden.

  8. Mijn vader overleed in 1989 en mijn moeder in 1998. Wij, de kinderen weten niet hoe verder met het ouderlijk huis. Een deel wil niets horen over verdelen omdat ze het zelf willen. Ze werken het verkopen tegen en willen zelf ook niet kopen. Het huis wordt door niemand onderhouden, dus lekkages etc. Voor de buurt is het ook niet prettig. Ik wil niet in een boedelruzie blijven zitten. Hoe kan ik dit het beste oplossen? Wie geeft advies?

  9. Geachte heer/mevrouw,

    Ook wij hebben te maken met de verdeling van Plantage ” De nieuwe hoop” in Commewijne.

    Wij zijn daartoe naar Suriname afgereisd, maar kregen geen contact met de juiste personen, die deze zaak regelen. Steeds was men met ruzie uit elkaar gegaan.

    Graag komen wij in contact met degene die ons op het juiste spoor kan zetten om deze kwestie op te lossen.

    De koper was onze opa: Elias Vreugd geboren 24.3.1900

    Mijn moeder was Antoinette Groenewoud gehuwd met Hamid Abdul-Kariem.

    Wij komen graag in contact met degene die ons kan helpen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.