BEP-parlementariër Ronny Asabina maakt zich zorgen over de aankomende opschorting van de pricecap op de brandstofprijzen in Suriname. De politicus hekelt het dat terwijl aan de ene kant wordt aangegeven dat de hoge brandstofprijzen het gevolg zijn van de spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran, eigen brandstof van Staatsolie lokaal voor dezelfde hoge prijzen wordt verkocht.
“Tegelijkertijd merken we dat de overheid bezig is met loononderhandelingen en het is ons niet duidelijk of die gelden aangewend zullen worden om de uitkomst van de loononderhandeling te financieren. De regering moet ons zeggen hoeveel Staatsolie verdient met die internationale olieprijs.
Er is een gezegde: ‘de één zijn dood is de ander zijn brood’. En in deze is het gevecht in het Midden-Oosten niet de dood van Staatsolie. Integendeel, schiet Staatsolie in de rozen”, zei Asabina in De Nationale Assemblee (DNA).
Volgens de politicus moet de regering het parlement informeren over hoeveel de brutowinst van Staatsolie is toegenomen.
Asabina stelt dat de koopkracht in het land is aangetast, terwijl de brandstofprijzen bij de pomp nu al niet betaalbaar zijn. Hij vindt daarom dat de Surinaamse regering het geld moet gaan zoeken waar het werkelijk gezocht moet worden. “Onder andere via belastingen… eerlijke heffingen”, aldus Asabina.





