Het Openbaar Ministerie in Suriname heeft dinsdag één van de zestien politiemannen die in verzekering waren gesteld, in vrijheid gesteld. Dat bevestigt advocaat Chandra Algoe tegenover Waterkant.Net.
Haar cliënt, agent van politie tweede klasse I.B., die op maandag 6 juli werd aangehouden en in verzekering gesteld op verdenking van onder meer wapendiefstal en de verkoop van een vuurwapen, is dinsdag vrijgelaten. Volgens zijn advocaat heeft de politieman iedere betrokkenheid bij enig strafbaar feit steeds ontkend.
I.B. was werkzaam bij de Algemene Surveillancedienst. Op zaterdag 13 juni ontving de politie een melding dat een persoon zich aan de Wilhelminaweg misdroeg en vermoedelijk onder invloed van alcohol verkeerde. Onder leiding van brigadier R.M. reed I.B. naar de opgegeven locatie.
Daar werd inderdaad een dronken man aangetroffen die zich agressief gedroeg. In opdracht van brigadier R.M. werd de man gefouilleerd en vervolgens in het politievoertuig geplaatst om te worden afgevoerd.
Terwijl I.B. nog op de locatie was, kwam een majoor van politie naar het voertuig en voerde een gesprek met brigadier R.M. Volgens zijn raadsvrouw kon I.B. het gesprek niet volgen vanwege harde muziek die op dat moment werd afgespeeld. Hierna vertrok hij samen met zijn meerdere en de verdachte naar het politiebureau.
Bij aankomst gaf brigadier R.M. aan I.B. te kennen dat de man “na wang tjien mang fo mie” was. De politieman begreep hieruit dat de brigadier de man kende en besloot zich niet verder met de afhandeling te bemoeien. De man werd korte tijd later heengezonden.
Op dinsdag 30 juni zou de man aangifte hebben gedaan. Hij verklaarde daarbij dat hij die avond een illegaal vuistvuurwapen bij zich had en dat brigadier R.M. en I.B. hem om geld zouden hebben gevraagd. Omdat hij het bedrag niet kon betalen, zou hij zijn heengezonden.
Volgens advocaat Algoe heeft haar cliënt die avond nooit een vuistvuurwapen bij de aangever gezien. De verklaring van de majoor is aan I.B. voorgehouden, waarin zou staan dat brigadier R.M. een wapen op zijn schoot zou hebben gehad. De brigadier verklaarde volgens de raadsvrouw dat het om zijn eigen dienstwapen ging.
De advocaat stelt verder dat haar cliënt heeft vernomen dat de onderzoekende ambtenaar via Facebook Messenger contact heeft gezocht met brigadier R.M., maar dat deze hem heeft geblokkeerd. Volgens Algoe bevestigt dit de verklaring van haar cliënt dat de brigadier de aangever kende.
Verder stelt de raadsvrouw dat hiermee wordt bevestigd dat haar cliënt niets met de aangever te maken had, aangezien hij door deze persoon niet werd benaderd.
Volgens de aangever zou zijn wapen zijn verkocht en zou hij daarvan camerabeelden hebben. Op de beelden is volgens Algoe wel een vuistvuurwapen te zien, maar zijn geen personen herkenbaar.
De raadsvrouw noemt het onbegrijpelijk dat haar cliënt in deze zaak werd aangehouden, terwijl de persoon die zelf verklaarde een illegaal vuurwapen bij zich te hebben gehad, door de politie werd heengezonden en inmiddels de status van voortvluchtige zou hebben.
Volgens Algoe heeft brigadier R.M. in zijn verklaring erkend dat hij de afhandeling van de zaak op het bureau heeft gedaan en dat I.B. zich heeft teruggetrokken nadat hem was meegedeeld dat de man bij de brigadier bekend was.




