Suriname staat op woensdag 1 juli 2026 stil bij de afschaffing van de trans-Atlantische slavernij, die dan 163 jaar geleden officieel werd beëindigd. De jaarlijkse herdenkingsplechtigheid vindt om 12.00 uur plaats bij het standbeeld van Kwaku aan de Dr. Sophie Redmondstraat in Paramaribo.
De herdenking wordt georganiseerd door de Stichting Comité Herdenking Afschaffing Slavernij en Onderzoek naar het Slavernijverleden, samen met de Feydrasi Fu Afrikan Srananman. Dat blijkt uit een persbericht van de organisatie.
Het meest opvallende aan de herdenking dit jaar is de nadrukkelijke koppeling met het internationale thema “Erkenning, Gerechtigheid en Ontwikkeling”. Daarbij wordt verwezen naar Resolutie A/80/L.48 van de Verenigde Naties, waarin de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij worden aangemerkt als “de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid”.
De plechtigheid begint met de ontvangst van genodigden, belangstellenden en buitenlandse vertegenwoordigers. Daarna volgen de aankomst van president Jennifer Geerlings-Simons en het zingen van het Surinaamse volkslied.
Tijdens de herdenking wordt een minuut stilte gehouden voor de slachtoffers van de slavenhandel en slavernij. Ook worden plengoffers en gebeden gebracht als eerbetoon aan de voorouders.
Het programma bestaat verder uit toespraken van Johan Roozer namens de Stichting Comité Herdenking Afschaffing Slavernij, Iwan Wijngaarde namens de Feydrasi Fu Afrikan Srananman, DNA-voorzitter Ashwin Adhin, de Nederlandse ambassadeur Walter Oostelbos en president Jennifer Geerlings-Simons.
Ook zijn er culturele bijdragen, waaronder een optreden van de inheemse gemeenschap en het Mannenkoor Maranatha. De herdenking wordt afgesloten met een bloemenhulde door de president, de Nederlandse ambassadeur, de voorzitter van De Nationale Assemblée en vertegenwoordigers van de organiserende organisaties.
Volgens de organisatie zijn ook diverse niet-Afro-Surinaamse organisaties uitgenodigd. Daarmee moet de herdenking niet alleen een moment van terugblikken zijn, maar ook een teken van verbondenheid, respect en gezamenlijke erkenning van dit deel van de geschiedenis.
Rond de herdenking worden ook aanvullende activiteiten gehouden. Op vrijdag 26 juni vindt een openbare lezing plaats over marrons, strijd, weerstand, veerkracht en integratie. De inleider is dr. Ini Apapu, bestuurskundige en hoofddocent aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname. Op zaterdag 27 juni volgt een lezing over de kracht van de odo in de angisa en de verborgen taal binnen de Afro-Surinaamse cultuur.
Beide lezingen worden gehouden in de conferentiezaal van het Surinaams Pedagogisch Instituut aan de Jaggernath Lachmonstraat en beginnen om 19.00 uur. Daarnaast organiseert het Comité Slavernijverleden op woensdag 24 juli een voorleesdag op diverse VOJ- en VOS-scholen, waarbij bekende Afro-Surinamers met leerlingen in gesprek gaan over het slavernijverleden en de doorwerking daarvan.





Gods woord zegt : Bidden tot dode mensen wordt door de Bijbel strikt verboden. Deuteronomium 18:11 vertelt ons dat God het “verschrikkelijk” vindt als iemand “de geesten van gestorven mensen om raad vraagt.” Toen Saul een medium vroeg om de geest van de overleden Samuël op te roepen, leidde dat tot zijn dood, “omdat hij ontrouw aan de Heer was geworden. Want hij had de Heer niet gehoorzaamd. Hij had zelfs een waarzegster om raad gevraagd, in plaats van aan de Heer” (1 Samuël 28:1-25; 2 Kronieken 10:13-14). God heeft ons dus duidelijk verteld dat zulke dingen niet gedaan mogen worden. Denk eens na over de eigenschappen van God. God is alomtegenwoordig – Hij is overal tegelijkertijd – en is in staat om elk gebed ter wereld te horen (Psalm 139:7-12). Mensen daarentegen hebben die eigenschap niet. God is ook de enige met de kracht om gebeden te verhoren. God is almachtig – volkomen machtig (Openbaring 19:6). Dit is zeker geen eigenschap van een menselijk wezen, levend of dood. Tenslotte, God is alwetend – Hij weet alles (Psalm 147:4-5). Zelfs al vóórdat we bidden kent God onze werkelijke behoeften, en Hij kent ze beter dan wij zelf. Niet alleen weet Hij wat we nodig hebben, Hij verhoort onze gebeden ook volgens zijn perfecte wil. Als een dood mens gebeden zou kunnen horen (en verhoren), dan zou die overledene dus niet alleen in staat moeten zijn om het gebed te horen, maar ook het vermogen moeten hebben om het gebed te vérhoren en de wetenschap hoe het gebed verhoord kan worden op de manier die het beste is voor degene die bidt. Maar alleen God hoort en verhoort gebeden vanwege zijn perfect natuur en vanwege wat sommige theologen zijn “immanentie” noemen. Immanentie betekent dat God rechtstreeks betrokken is bij de aangelegenheden van de mens (1 Timoteüs 6:14-15); dit omvat ook gebeden.
Rapporteer een reactie