Suriname Fashion Week eind volgende maand

27

“Crisis of geen crisis. De Suriname Fashion Week (SFW) gaat gewoon door. Van 29 september tot en met 2 oktober”. Dit zegt Warda Marica, fashion director van Suriname ‘N Style VOF organisator van het mode-evenement. Er zullen in totaal 22 modeontwerpers van onder ander gastland Suriname, Frans-Guyana, Guyana, Trinidad en St Lucia deelnemen.

De mode shows van Suriname Fashion Week 2016 zullen in De Hal aan de Grote Combéweg plaatsvinden, terwijl de openingsshow op donderdag 29 september in Courtyard Marriott wordt gehouden. “We gaan dit jaar voor Tropical Chique met de nadruk op het commerciële, een fashion week die ‘leeft’ en ‘beweegt’ “, stelt Marica.

Suriname ‘N Style is een organisatie met als doel het stimuleren van de mode industrie in Suriname. Dit doet zij in de vorm van het verzorgen van trainingen aan modellen en modellenbureaus en organiseren van lokale en internationale fashion events. De Suriname Fashion Week beleeft dit jaar haar vierde editie.

- Advertentie -

27 REACTIES

  1. SAMENVATTING ONTWIKKELINGSPLAN 2012-2016
    INLEIDING
    DEEL I: ALGEMEEN
    1. OPBOUW VAN HET DOCUMENT
    2. ONTWIKKELINGSSTRATEGIE
    DEEL II: HOOFDBELEIDSGEBIEDEN
    1. BESTUUR EN JUSTITIE
    1.1 INLEIDING

    1.2 BESTUUR 1.2.1 Public Sector Reform/hervorming
    1.2.2 Decentralisatie en participatie
    1.2.3 Openbaar bestuur
    1.2.4 Communicatie en Informatie
    1.2.5 Bevolkingspolitiek
    1.3 JUSTITIE
    1.3.1 Wetgeving
    1.3.2 Versterking rechtsstaat
    1.3.3 Rechtshandhaving en rechtsbescherming
    1.3.4 Mensenrechten
    2. ECONOMIE
    2.1 Inleiding
    2.2 MACRO-ECONOMISCHE UITGANGSPUNTEN
    2.3 FINANCIËLE ONTWIKKELING EN MONETAIR BELEID
    2.3.1 Financiële ontwikkeling
    2.3.2 Monetair beleid
    2.4 PRODUCTIEVE SECTOREN
    2.4.1 Industriële ontwikkeling
    2.4.2 Agrarische ontwikkeling
    2.4.2.1 Voedselzekerheid en -veiligheid
    2.4.2.2 Duurzame strategie
    2.4.2.3 Voedselproducent van de regio
    2.4.2.4 Agrarische sector en BBP
    2.4.2.5 Ruimtelijke voorwaarden voor duurzame ontwikkeling
    2.4.2.6 Randvoorwaarden en risico’s
    2.4.3 Mijnbouw
    2.4.3.1 Wetgeving
    2.4.3.2 Milieu
    2.4.3.3 Goud
    2.4.3.4 Ordening Goudsector
    2.4.3.5 Bauxiet
    2.4.3.6 Aardolie
    2.4.3.7 Ordening exploitatie bouwmaterialen
    2.4.3.8 Overige delfsto!en
    2.4.3.9 N.V. Grassalco
    2.4.3.10 Onderzoek en Internationale samenwerking
    2.4.3.11 Geologische Mijnbouwkundige Dienst
    2.5 DIENSTENSECTOREN 2.5.1 Ontwikkeling dienstensector
    2.5.2 Handel
    2.5.3 Transport
    2.5.4 Communicatie
    2.6 ONDERNEMERSKLIMAAT GERICHT OP EXPORT

  2. 3. ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR
    3.1 INLEIDING
    3.2 ONDERWIJS
    3.3 WETENSCHAP EN TECHNOLOGIE
    3.4 CULTUUR
    4. WELZIJN
    4.1 INLEIDING
    4.2 JEUGD
    4.2.1 Inleiding
    4.2.2 Uitgangspunten
    4.2.3 Uitdagingen
    4.2.4 Beleid
    4.2.5 Bijzondere aandachtspunten
    4.3 SOCIAAL ZEKERHEIDSSTELSEL
    4.4 ARBEID
    4.5 SPORT
    4.6 ZORGGEBIEDEN
    4.6.1 Kansen voor de kansarmen
    4.6.2 Mensen met een beperking
    4.6.3 Ouderenzorg
    4.6.4 Armoedebestrijding
    4.6.5 Leefbaarheid
    4.7 GEZONDHEIDSZORG EN GEZONDHEIDSBESCHERMING
    4.8 GEZIN
    5. VEILIGHEID EN INTERNATIONAAL BELEID
    5.1 INLEIDING
    5.2 INTERNE VEILIGHEID
    5.3 EXTERNE VEILIGHEID
    5.3.1 Internationale samenwerking
    5.3.2 Nationaal defensiebeleid in relatie tot nationale veiligheid en ontwikkeling
    5.3.3 Drugsbestrijding en grensoverschrijdende criminaliteit
    5.3.4 Het nationaal leger en de kustwacht
    5.3.5 Militaire dienstplicht
    5.4 ONTWIKKELINGSDIPLOMATIE
    5.4.1 Grens- en buurlandenpolitiek
    5.4.2 Bilaterale betrekkingen
    5.4.3 Multilaterale betrekkingen
    5.5 IMMIGRATIEBELEID
    5.6 REGIONALE SAMENWERKING
    5.7 INTERNATIONALE SAMENWERKING
    6. RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEU
    6.1 INLEIDING
    6.2 STREEK- EN BESTEMMINGSPLANNEN
    6.3 MILIEU
    6.3.1 Afvalbeheer
    6.3.2 Chemicaliënbeheer
    6.3.3 Hernieuwbare energie
    6.3.4 Bescherming atmosfeer
    6.3.5 Duurzaam waterbeheer
    6.3.6 Natuurbeheer
    6.3.7 Duurzaam Landbeheer
    6.3.8 Cross-cutting issues
    6.4 DUURZAAM BOSBEHEER

  3. DEEL III: KERNTHEMA’S
    III.1 INFRASTRUCTUUR
    III.2 ENERGIE
    III.2.1 UITBREIDEN VAN OPWEKCAPACITEIT
    III.2.2 REGULERING ENERGIESECTOR
    III.2.3 ALTERNATIEVE (HERNIEUWBARE) ENERGIEBRONNEN
    III.3 DRINKWATER
    III.4 HUISVESTING
    III.5 MIJNBOUW
    III.5.1 GOUD EN ORDENING GOUDSECTOR
    III.5.2 AARDOLIE
    III.5.3 DE BAUXIETSECTOR
    III.5.4 PRODUCTIE EN EXPORT VAN WATER
    III.5.5 NATUURSTEEN
    III.5.6 INDUSTRIËLE VERWERKING VAN BOUWMATERIALEN
    III.6 AGRARISCHE SECTOR
    III.6.1 LANDBOUWSECTOR
    III.6.1.1 Palmolie
    III.6.1.2 Rijst
    III.6.1.3 Groente en fruit
    III.6.1.4 Sierteelt
    III.6.2 VEETEELT
    III.6.2 VISSERIJ EN AQUACULTUUR
    III.7 TOERISME
    III.8 GRONDENRECHTEN- EN BOEDELVRAAGSTUK
    III.8.1 HET GRONDENRECHTENVRAAGSTUK
    III.8.2 BOEDELPROBLEMATIEK EN ONBEHEERDE EN KENNELIJK VERLATEN GRONDEN
    III.9 NATIE-ORIËNTATIE
    III.10 NATIONALE RAAD VOOR WETENSCHAP EN TECHNOLOGIE
    III.11 NATIONAAL INSTITUUT VOOR GESCHIEDENIS EN CULTUUR
    III.12 KINDER- EN JEUGDBELEID
    III.13 ONDERWIJS EN OPLEIDING
    III.14 INFORMATIE EN COMMUNICATIE TECHNOLOGIE
    IN OVERHEIDSBELEID
    III.15 GENDER
    DEEL IV: FINANCIEEL KADER EN INVESTERINGSKADER

  4. DEEL V: TAAKGERICHT ACTIEPROGRAMMA
    V.1 BESTUUR EN JUSTITIE
    V.1.1 PUBLIC SECTOR REFORM
    V.1.2 DECENTRALISATIE EN PARTICIPATIE
    V.1.3 OPENBAAR BESTUUR
    V.1.4 RECHTSZEKERHEID
    V.1.5 COMMUNICATIE EN INFORMATIE
    V.1.6 EMANCIPATIE
    V.2 ECONOMIE
    V.2.1 FINANCIËLE ONTWIKKELING
    V.2.2 MONETAIR BELEID
    V.2.3 HANDELSBEVORDERING
    V.2.4 INDUSTRIËLE ONTWIKKELING
    V.2.5 ONTWIKKELING DIENSTENSECTOR
    V.2.6 TRANSPORT
    V.2.7 COMMUNICATIE
    V.2.8 ONDERNEMERSKLIMAAT
    V.3 ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR
    V.3.1 ONDERWIJS
    V.3.2 CULTUUR
    V.3.3 JEUGD
    V.3.4 SPORT
    V.4 WELZIJN
    V.4.1 GEZONDHEIDSZORG EN GEZONDHEIDSBESCHERMING
    V.4.2 SOCIALE ZEKERHEID EN WELZIJN
    V.5 VEILIGHEID EN INTERNATIONAAL BELEID
    V.5.1 INTERNE VEILIGHEID
    V.5.2 EXTERNE VEILIGHEID
    V.5.3 ONTWIKKELINGSDIPLOMATIE
    V.5.4 IMMIGRATIEBELEID
    V.5.5 REGIONALE SAMENWERKING
    V.5.6 INTERNATIONALE SAMENWERKING
    V.6 RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEU
    V.6.1 MILIEU
    V.6.2 INFRASTRUCTUUR
    V.6.3 ENERGIE
    V.6.4 DRINKWATER
    V.6.5 HUISVESTING
    V.6.6 MIJNBOUW
    V.6.7 AGRARISCH
    V.6.8 TOERISME
    V.6.9 GRONDENRECHTEN
    V.6.10 ICT IN OVERHEIDSBELEID

  5. Voorwoord
    De grondwetgever heeft in artikel 40 van
    de Grondwet aangegeven dat bij wet een
    Ontwikkelingsplan moet worden vastge-
    steld, met inachtneming van de nationale
    en sociaal-economische doelstellingen. Dit
    artikel 40 luidt als volgt: “Ter bevordering
    van de sociaal-economische ontwikkeling naar een sociaal-rechtvaardige
    samenleving wordt bij wet een Ontwikkelingsplan vastgesteld, met in-
    achtneming van de sociale en economische doelstellingen van de Staat”.
    Deze doelstellingen zijn verwoord in de artikelen 5 en 6 van de Grondwet,
    welke in acht moeten worden genomen bij de samenstelling van het Ont-
    wikkelingsplan. Er kan dus niet van deze duidelijk geformuleerde doelstel-
    lingen worden afgeweken.
    Wat wij ons ten aanzien van een Ontwikkelingsplan moeten realiseren, is,
    dat de werkelijke gang van zaken over enkele jaren altijd anders kan zijn
    dan in het plan is voorzien. Het plan beoogt derhalve niet meer te zijn
    dan een richtlijn voor het beleid. In het plan kunnen de inzichten over
    de ontwikkeling in de eerstkomende jaren worden geordend en systema-
    tisch met elkaar in verband worden gebracht. Daaruit kunnen slechts ge-
    volgtrekkingen worden afgeleid met het oog op in de toekomst te nemen
    maatregelen. Het hoopgevende is, dat de kans groter is dat de genomen
    maatregelen op grond van een bestaand Ontwikkelingsplan juist zijn, dan
    wanneer er geen plan bestond. Er is daarom een zekere mate van !exibili-
    teit ingebouwd in dit Ontwikkelingsplan.
    De inhoud van het Ontwikkelingsplan 2012-2016 dat voor u ligt, richt zich
    op een uitgebalanceerd en uitvoerbaar beleid voor de komende jaren. Het
    is functioneel van aard, heeft een meer nationaal, regionaal en internati-
    onaal georiënteerde werking en is daarom niet primair donorgericht. De
    slagingskans van de uit dit Ontwikkelingsplan voortvloeiende operatio-
    nele programma’s is afhankelijk van het vinden van een zo breed mogelijk
    draagvlak.
    Met het oog hierop is een intensieve en continue dialoog een wezenlijk
    onderdeel van de implementatie van dit Ontwikkelingsplan. Hierbij moet
    voorkomen worden dat ongefundeerde verwachtingen gewekt worden
    bij de bevolking, alsof er voor alle problemen een direct antwoord zou zijn
    en dat alles tegelijk aangepakt kan worden, of dat het ‘karwei’ wel even
    geklaard kan worden, als er maar een allesomvattend plan komt.

  6. Als we serieus menen ons land voor ons zelf, voor onze kinderen en voor
    onze kindskinderen te willen opbouwen en wij onze nationale waardig-
    heid, identiteit en nationale trots willen veiligstellen, dan moeten wij meer
    dan ooit bese”en dat wij op elkaar zijn aangewezen. Dit betekent dat wij
    zowel individueel als in groepsverband elkaar ondersteunend, hard zullen
    moeten werken om dit doel te bereiken. Dat de Overheid een belangrijke
    rol bij dit streven is toebedeeld, is vanzelfsprekend. Het zal echter afhan-
    gen van de mate, waarin en de wijze waarop wij als burger bereid en in
    staat zijn medeverantwoordelijkheid op ons te nemen, om dit nobele doel
    voor ons geliefd land te bereiken.
    Laten wij dit Ontwikkelingsplan aangrijpen om de aan ons geboden kan-
    sen te benutten op een wijze die garantie voor een goede toekomst in
    zich draagt.
    Om de realisatie van het beleid, zoals aangegeven in dit Ontwikkelings-
    plan, een kans van slagen te geven, geldt als voorwaarde een grote mate
    van daadwerkelijke solidariteit tussen alle maatschappelijke krachten,
    organisaties, groepen en individuen. Andere noodzakelijke voorwaarden
    zijn goede nationale communicatie en wederzijdse verstandhouding –
    kortom: een maatschappelijk akkoord.
    De Regering verwacht dat sociale partners en alle politieke groeperingen
    en andere relevante maatschappelijke groepen vanuit hun mogelijkhe-
    den de uitvoering van dit Ontwikkelingsplan in het belang van de natie
    ondersteunen.
    Het Ontwikkelingsplan dat voor U ligt, heeft niet de pretentie uitputtend
    te zijn, doch dient onder meer als leidraad en toetsingskader voor de in
    uitvoering zijnde programma’s en uit te voeren programma’s. Het is te-
    vens een instrument voor het realiseren van overheidsopdrachten in de
    komende jaren.

  7. SAMENVATTING ONTWIKKELINGSPLAN
    2012-2016
    Het Ontwikkelingsplan 2012-2016 moet gezien worden als de beschrijving
    van het transformatieproces dat Suriname moet doormaken teneinde een
    zodanige inrichting van de samenleving te bewerkstelligen dat elke Su-
    rinamer: jong en oud, klein en groot, vrouw en man van welke religieuze
    overtuiging dan ook, zonder onderscheid in ras en kleur, een kans heeft,
    indien daar uit eigener beweging voor gekozen wordt, zich te ontplooien
    ter verbetering van de eigen toekomst en daarmee van de toekomst van
    Suriname. Het oogmerk van dit ontwikkelingsplan is, het welzijn van alle
    Surinamers in de ruimste zin des woords, te bevorderen, zodat iedereen
    op eigen kracht optimaal kan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer.
    Hoewel dit plan niet uitputtend is, bestaat de overtuiging dat bij het cre-
    eren van een nieuwe Surinaamse samenleving dit Ontwikkelingsplan een
    veelomvattende basis legt voor het aandragen van bouwstenen voor:
    !” het rationaliseren van het overheidsapparaat dat daadwerkelijk faci-
    literend moet zijn naar de door de overheid en de private sector te
    initiëren en te ontwikkelen projecten waarbij onze verdiencapaciteit
    ten volle benut kan worden. Hierbij zijn van het allergrootste belang:
    $” het institutioneel versterken van het overheidsapparaat, wat moet
    leiden tot de verhoging van de performance en het e#ciënter ma-
    ken van het apparaat,
    %” het trainen, opleiden en begeleiden van overheidsmedewerkers,
    onder andere ter verbetering van de dienstverlening met een
    sterke focus op alle afnemers van overheidsdiensten.
    &” het decentraliseren van het overheidsapparaat waarbij belangenbehar-
    tiging van de districten onafhankelijk van Paramaribo kan geschieden
    via de eigen, plaatselijk benoemde en/of gekozen vertegenwoordigers;
    ‘” het implementeren van een organisatievorm van ons openbaar be-
    stuur die ruimte biedt voor het regeren volgens een nieuwe stijl die
    voldoet aan de veranderde en veranderende eisen van Suriname en
    de wereld om ons heen;
    (” het kunnen zorg dragen voor een systeem waarbij rechtshandhaving
    en rechtsbescherming voor een ieder gewaarborgd zijn en gewaar-
    borgd zullen blijven. Hierbij zullen de rechten van de mens zonder
    aanzien des persoons de hoogste prioriteit hebben;
    )” het vergroten van onze verdiencapaciteit door middel van het sluiten
    van voordelige contracten in de mijnbouwsfeer met zowel lokale als
    internationale investeerders;

  8. De mijnbouwsector en aanverwante bedrijven
    dragen in zeer grote mate bij aan de economie
    van ons land, onder andere, door het genereren
    van deviezen en creëren van werkgelegenheid.
    Een goed beheer van deze sector vereist een ge-
    degen beleid. Daarbij is het van belang dat de
    huidige situatie van de genoemde sector en de
    potenties daarvan in kaart worden gebracht.
    Behalve met behulp van de beleidsinstrumenten
    wordt er ook per delfstof ingegaan op de belang-
    rijkste strategieën ter ontwikkeling van de sector.
    Hierbij moet worden benadrukt, dat het zich con-
    centreren op uitsluitend mijnbouw – de niet-her-
    nieuw-bare sectoren –, enorme risico’s met zich
    meebrengt als gevolg van mogelijke plotselinge
    prijsdalingen, dus verminderde inkomsten, en
    het kunnen opraken van deze hulpbronnen.
    Het is de regering ernst revenuen vanuit de mijn-
    bouwsector, zeker nu de verdiensten hoog zijn,
    te kanaliseren naar de hernieuwbare sectoren,
    die duurzame ontwikkeling kunnen garanderen.
    Diversi$catie van onze economie staat hoog op
    de agenda van de Regering. Bij het diversi$ëren
    moet onder andere gedacht worden aan de agra-
    rische sector, het toerisme en de industrie. Voorts
    zal met de extra revenuen een stabilisatiefonds in
    het leven worden geroepen als belangrijk instru-
    ment voor het $nancieren van het onderwijs, de
    gezondheidszorg en andere aspecten verband
    houdende met het welzijn van de Surinamer.

    *” het reorganiseren van ons onderwijssysteem waarbij als uitdaging
    aangemerkt kan worden het dichten van de steeds groter wordende
    kloof tussen het onderwijsaanbod en de behoeften van onze arbeids-
    markt. De aspecten die hierbij onverdeelde aandacht verdienen, zijn:
    $” versterking van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling;
    %” professionalisering van leerkrachten;
    +” continue bewaking van de kwaliteit van ons onderwijs;
    ,” verbetering van de wet- en regelgeving in ons onderwijs;
    -” formulering van een wetenschapsbeleid en een technologiebeleid;
    .” het identi$ceren en overzichtelijk in kaart brengen van alle bestaande
    vormen van cultuuruitingen waarbij er geen sprake is van een enge
    opvatting van cultuur als zijnde kunstuitingen sec, maar van een bre-
    de oriëntatie met onder meer elementen als cultureel erfgoed, de me-
    dia, letteren en bibliotheken als zijnde zeer belangrijke ingrediënten;

  9. /” het scheppen van een jeugd- en kindvriendelijke samenleving waarin
    onze kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien, hun talenten kun-
    nen ontwikkelen en actief kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van
    zichzelf en de Surinaamse maatschappij;
    0″ het vergroten van de arbeidskansen waarbij duurzame werkgelegen-
    heid als zeer essentieel wordt beschouwd. Aangezien te verwachten
    is dat de groei van de Surinaamse economie zal toenemen waardoor
    er dringend behoefte zal zijn aan goed geschoolde en goed getrainde
    employees, zullen de beleidsmakers met medewerking van en in sa-
    menspraak met terzake deskundigen ondersteunende opleidings- en
    trainingssystemen moeten verbeteren dan wel initiëren waarbij ade-
    quate a!evering van productie georiënteerde en productiviteitsbe-
    wuste Surinamers gegarandeerd wordt;
    !1″ het mede helpen vormen van een sportieve maatschappij en het be-
    vorderen van een gezond lichaam en een gezonde geest bij alle Suri-
    namers door middel van het uitzetten van een duidelijk geformuleerd
    sportontwikkelingstraject met als uiteindelijk streven het bevorderen
    van het bewegen in het algemeen en van de wedstrijdsport en top-
    sport in het bijzonder op het gebied van de individuele sportbeoefe-
    ning en op dat van sportbeoefening in groepsverband;
    !!” het bevorderen en het verbeteren van de veiligheid van en het veilig-
    heidsgevoel bij alle Surinaamse onderdanen en bij degenen die zich
    op het Surinaamse grondgebied bevinden. Er zullen noodzakelijke
    maatregelen getro”en worden voor zowel de interne als de externe
    veiligheid van de staat. Relevante nationale organisaties, zoals het Na-
    tionaal Leger en het Korps Politie Suriname, zullen bij het formuleren
    en het uitvoeren van het veiligheidsbeleid nauw betrokken worden.
    Internationale samenwerkingsverbanden op het gebied van defensie
    en dat van politie, zullen voorts zodanig in stelling gebracht worden,
    dat de handhaving van de territoriale integriteit en de bescherming
    van de soevereiniteit van Suriname ter ondersteuning van de nationa-
    le veiligheid op het grondgebied van Suriname, gewaarborgd blijven;
    !&” het benutten van de mogelijkheden voor toerisme-ontwikkeling. Het
    te ontwikkelen toerismebeleid zal economisch een grote bijdrage le-
    veren: steeds meer buitenlanders als- ook in Suriname geborenen die
    in het buitenland wonen, hebben belangstelling voor Suriname als va-
    kantieland. De regering is vast van plan de toerismesector verder te
    ontwikkelen tot een van de strategische, hernieuwbare sectoren bin-
    nen de nationale economie;
    !'” Het stimuleren en helpen ontwikkelen van het ondernemerschap ge-
    richt op export, waarbij het Suriname Business Forum en haar werk-
    arm het Suriname Business Centre versterkt zullen worden, zodat zij in
    steeds toenemende mate ondersteunend kunnen zijn naar de regering
    toe. De regering is namelijk ondubbelzinnig de mening toegedaan dat
    innovatieve ontwikkeling van de private sector als motor van econo-
    mische bedrijvigheid onontbeerlijk is in het transformatieproces;
    Ont

  10. het door middel van een verantwoord beleid de beschikbare ruimte
    zodanig ordenen, dat de ontwikkelingsdoelen bereikt worden. Cruci-
    aal bij onder andere het formuleren van streek- en bestemmingsplan-
    nen en andere ruimtelijke ordeningsaspecten is het milieuvraagstuk.
    Er zal een verantwoord milieubeleid worden uitgevoerd. Hierbij zal re-
    kening gehouden worden met alle risico’s die zich kunnen voordoen
    vanwege onder andere klimaatsveranderingen alsook risico’s die ten
    gevolge van het oneigenlijke gebruikmaken van de grond en de natuur
    kunnen ontstaan. De aspecten die bijzondere aandacht krijgen, zijn:
    $” afvalbeheer;
    %” chemicaliënbeheer;
    +” hernieuwbare energie;
    ,” atmosfeerbescherming;
    -” duurzaam water-, natuur-, land- en bosbeheer;
    !)” het leefbaarder maken van de maatschappij in ruime zin waarbij er
    onder meer plaats is ingeruimd voor de zorg voor landgenoten met
    een beperking, de zorg voor ouderen, de bestrijding van armoede met
    als follow-up het zorg dragen voor een duurzaam bestaan en de zorg
    voor de kansarmen. De speciale zorg zal zich uitstrekken van onder-
    wijs en gezondheidszorg tot alle overige relevante zorggebieden.
    Kernthema’s
    Voor de $nanciering van het in het Ontwikkelingsplan besproken trans-
    formatieproces moeten onze mogelijkheden ten volle benut worden. Ver-
    groting van onze verdiencapaciteit door middel van het identi$ceren van
    ontwikkelingsgebieden en het ontwikkelen van de geïdenti$ceerde ont-
    wikkelingsgebieden, heeft zowel bij de voorbereiding als bij het redige-
    ren van dit ontwikkelingsplan ruimschoots aandacht gehad. Er zijn vijftien
    kernthema’s geïdenti$ceerd in dit Ontwikkelingsplan.
    Economie en Investering
    Elk plan staat en valt met de betaalbaarheid ervan. In economisch opzicht
    is een uiteenzetting gegeven van de uitgangspunten van de Regering
    en de principes die de Regering hanteert om een economisch klimaat te
    scheppen met als doel ontwikkelingsgericht denken en handelen te be-
    vorderen. De regering houdt vast aan:
    !” sociale duurzaamheid: werkgelegenheid, inkomenskansen, levensom-
    standigheden,
    &” economische duurzaamheid: diversi$catie, continuïteit, behoud van
    natuurlijke hulpbronnen en
    ‘” bescherming en behoud van het natuurlijke milieu en heeft de hierna
    volgende uitdagingen als doorslaggevend aangemerkt:
    $” de mobilisatie van externe $nanciering (DFI en leningen), in het bij-
    zonder voor de duurzame productie (agrarisch, industrie, toerisme);
    %” het genereren van structurele overheidsbesparingen (overschot lo-
    pende rekening staats$nanciën);
    +” het vergroten van de nationale private besparingen, inclusief het
    terugvloeien van de naar het buitenland weggelekte nationale pri

  11. vate besparingen;
    ,” het vergroten van de uitvoeringscapaciteit buiten de mijnbouw, in
    het bijzonder in de landbouw en industrie.
    De doelstellingen die hierbij worden nagestreefd zijn:
    ‡ beschermen en stabiliseren van de economie tegen frequente bud-
    get- en handelsbalans!uctuaties. Indien economieën sterk mineraal-
    afhankelijk zijn voor wat betreft de staatsinkomsten, zullen negatieve
    !uctuaties van prijzen van de delfsto”en direct navenante !uctuaties
    in de inkomsten van de staat veroorzaken met alle negatieve gevolgen
    van dien. Het is daarom van belang dat het beheer van het budgettaire
    beleid in deze economieën parallel loopt met veranderende delfstof-
    fenmarktcondities;
    ‡ diversi$ëren naar duurzame sectoren: delfsto”en zijn eindig van karak-
    ter. Mineraalafhankelijke landen staan vaker voor de uitdaging om na-
    tuurlijk kapitaal om te zetten in $nanciële en uiteindelijk in duurzame
    vormen van kapitaal, zoals menselijk kapitaal en geproduceerd kapi-
    taal (zoals instrumenten, machines, etc.);
    ‡ vergroten van besparingen voor toekomstige generaties: investeren
    in beleggingsinstru-menten met een hoog rendement, waardoor toe-
    komstige generaties, ook bij het moeten ontberen van de natuurlijke
    rijkdommen, kunnen pro$teren van eerder geaccumuleerde inkom-
    sten uit deze sectoren;
    ‡ $nancieren van sociale en economische ontwikkeling, zoals sociale zeker-
    heidsstelsels, gezondheidszorg en onderwijs. De mondiaal toenemende
    druk van vergrijzing en druk van de $nanciering van voorzieningen van
    ouderen door de jongere beroepsbevolking (afnemend besteedbaar in-
    komen) baart vele landen zorgen. Een belangrijk deel van soortgelijke
    fondsen investeert dus signi$cant in, vooral, pensioenfondsen.
    Bij de nieuwe aanpak staan enkele instituten alsook de economische sa-
    menwerking in partnerschap centraal voor vijf groepen:
    !” de centrale overheid en parastatale instellingen,
    &” internationale partners: bilateraal en multilateraal,
    ‘” commercieel gerichte staatsbedrijven,
    (” private nationale ondernemers en
    )” private buitenlandse ondernemers.
    Als terugtredende, faciliterende overheid zullen met betrekking tot ge-
    noemde elementen in het Ontwikkelingsplan 2012-2016 evaluaties plaats-
    vinden waarbij mogelijke bijstellingen doorgevoerd kunnen worden bij
    bestaande wet-en regelgeving en, waar nodig en mogelijk, nieuwe wets-
    voorstellen ter goedkeuring worden aangeboden aan De Nationale As-
    semblee.
    Tot slot van het $nancierings- en investeringsplaatje is als uitgangspunt
    gehanteerd een gemiddelde economische groei op jaarbasis van 6%, ter-
    wijl een werkgelegenheidsgroei van +/- 5000 arbeidsplaatsen per jaar na-
    gestreefd wordt.
    Ontwikkelingsplan 2012 – 2016 XXIII

  12. Er is aandacht besteed aan de bedragen die in de verschillende sectoren
    en vanuit de verschillende instanties in de economie besteed moeten wor-
    den teneinde een bepaald resultaat te kunnen boeken.
    Samenvattend kan worden aangegeven dat met een investering van SRD.
    23.082 miljoen (U$ 6.890 miljoen) in de komende vijf jaren een economi-
    sche groei van SRD. 12.757 miljoen (U$ 3.808 miljoen) in 2012 naar circa
    SRD. 17.072 miljoen (U$ 5.096 miljoen) in 2016 bij een koers van SRD : USD
    = 3.35 : 1 kan worden gerealiseerd.
    Samenvatting

  13. Dit Ontwikkelingsplan geeft het kader aan voor een te realiseren opera-
    tioneel beleid, waarbij als uitgangspunt wordt gehanteerd dat het beleid
    voor de komende periode geënt moet zijn op de politiek-economische en
    maatschappelijke realiteit van Suriname.
    In dit plan is bijzondere aandacht besteed aan de volgende $nancieel-eco-
    nomische hoofddoelstellingen:
    ‡ het bereiken van reële en fundamentele stabiliteit op de betalingsba-
    lans en de overheidsbegroting;
    ‡ een reële en structurele groei van het bruto binnenlandsproduct en
    het per capita inkomen.
    Verder zal de commerciële inzet van de natuurlijke hulpbronnen een be-
    langrijke voorwaarde zijn voor de nationale ontwikkeling.
    Voor wat betreft de inzet van onze natuurlijke hulpbronnen zal de focus
    gericht zijn op drie nationale issues, die de potentie hebben om:
    ‡ ontwikkelingsmogelijkheden te garanderen;
    ‡ werkgelegenheid in ruime zin te verscha”en;
    ‡ structurele deviezenverdieners te zijn.
    Tot de hoekstenen van het nationaal ontwikkelingsbeleid welke gebaseerd
    zijn op een gediversi$eerde economie, behoren:
    !” de landbouw, veeteelt, visserij en bosbouw als basis voor welvaart en
    welzijn en
    &” de mijnbouw, en wel de sub-sectoren bauxiet, aardolie en goud, als de
    grote en snelle verdieners ter verdere $nanciering van voornamelijk de
    primaire en de sociale sectoren.
    Hiernaast dienen de opkomende potenties voor onze dienstensector in de
    moderne wereld, onder andere het bankwezen, het toerisme, het lucht-
    verkeer en de telecommunicatie, nauwgezet gevolgd en gestimuleerd te
    worden.
    Het spreekt haast voor zich dat met deze nationale aanpak wij gezamenlijk
    successen zullen kunnen blijven boeken ten behoeve van niet alleen onze
    huidige generatie, doch ook voor de vele generaties na ons.
    Verder gaat dit plan ervan uit dat de staatszorg één en ondeelbaar is
    en om redenen van doelmatigheid is onderverdeeld in hoofdbeleids-
    gebieden.
    Een bijzonderheid in deze inleiding is, dat het gendervraagstuk dat in
    het Ontwikkelingsplan is neergelegd als hoofdbeleidsgebied een over-
    stijgend karakter heeft en dus door alle hoofdbeleidsgebieden heen
    een leidende rol vervult. Het is hierom dat het is ondergebracht bij de

  14. Met het ten uitvoer brengen van dit Ontwikkelingsplan zal uiteindelijk een
    zelfstandige, nationale samenleving – opgebouwd uit eigen nationale rijk-
    dommen – tot stand worden gebracht, waardoor de politiek-staatkundige
    onafhankelijkheid met een stabiele en bloeiende economische basis, ge-
    stadig verduurzaamd zal worden. Verder zullen de mogelijkheden worden
    aangegeven die ons in staat stellen om het prijskaartje van de oplossingen
    van de problemen te presenteren. Hiertoe zijn in dit Ontwikkelingsplan al-
    ternatieven aangegeven.
    Het is belangrijk om na diepgaande beraadslagingen met elkaar na te gaan
    wat ons te doen staat. De meest belangrijke aandacht vragende factoren die
    een voorwaarde zijn voor het succesvol operationaliseren van het plan, zijn:
    !” de uitvoeringscapaciteit van de Overheid en het ter beschikking zijnde
    ambtenarenap-paraat met haar sleutelposities;
    &” het kwalitatief, daadkrachtig en besluitvaardig leidinggeven aan het
    beleids- en bestuursproces waarbij vóór alles bijzondere aandacht
    dient te worden besteed aan de criteria die moeten gelden bij de rekru-
    tering van kaders voor de bezetting van de respectieve posities binnen
    de politieke en ambtelijke leiding bij de Overheid.
    Een belangrijke voorwaarde voor het optimaal kunnen uitvoeren van
    dit plan is het volgende. Er moet op worden gewezen dat in vele geval-
    len, waar het vaak zeer wenselijk en zelfs vereist is, er nauwelijks of zelfs
    geen gebruik gemaakt is van statistieken die de ruimte bieden voor het
    vaststellen van duidelijke targets die bereikt moeten worden in de jaren
    die voor ons liggen. De reden die hieraan ten grondslag ligt, is het vaak
    niet beschikbaar zijn van de noodzakelijke statistieken. Er zal door de
    Regering op korte termijn een Commissie worden ingesteld om haar
    te adviseren op welke wijze instituten belast met onderzoek en data-
    verzameling, zoals de Stichting Planbureau Suriname, het Algemeen
    Bureau voor de Statistiek, de Universiteit met haar onderzoeksfunctie,
    zodanig versterkt worden, dat deze instituten hun positie kunnen ver-
    beteren door onder andere verruiming van de mogelijkheden om goed
    betaalde deskundigen van alle nodige beleids- en wetenschappelijke
    richtingen aan te trekken. De deskundigen in ons land zullen dan kun-
    nen beschikken over meetbare indicatoren teneinde nauwkeuriger te
    kunnen plannen. Bovendien zal nagegaan worden hoe deze instituten
    relatief verzelfstandigd kunnen worden om ook alle geledingen en sec-
    toren van de samenleving te kunnen voorzien van de meest uiteenlo-
    pende data waar behoefte aan is. Tevens zal het nationaal planorgaan
    (Stichting Planbureau Suriname) versterkt worden op het vlak van syste-
    matische kwanti$cering van sociaal-culturele en educatieve parameters
    en data, de zogenoemde sociale indicatoren, en op het vlak van opma-
    ken van het jaarlijkse sociale budget voor een beeld te krijgen van de

  15. Politiek Suriname heeft als taak alle, althans zoveel als mogelijk, stakehol-
    ders bij elkaar te brengen om over maatschappelijke vraagstukken van ge-
    dachten te wisselen. Het mee helpen van iedereen aan de uitvoering van
    het voorgelegde plan is van groot belang. Hierbij is het belangrijk aan te
    geven dat er dwingend een plaats moet worden ingeruimd voor de con-
    sensuseconomie welke operationeel vorm kan krijgen door middel van de
    formeel in te stellen (intensieve) samenspraak tussen de sociale partners
    en eventueel andere organismen en actoren, als één van de drijfkrachten

  16. 1. OPBOUW VAN HET DOCUMENT
    Het voor u liggende document, het Ontwikkelingsplan 2012 tot en met
    2016, bestaat uit vijf delen en een bijlage.
    Het eerste deel heeft een algemeen karakter. Het bevat, naast de inleiding,
    een uiteen-zetting van de voorgestane ontwikkelingsstrategie van de Re-
    gering. Het is wellicht ten overvloede goed om erop te wijzen dat het Ont-
    wikkelingsplan het resultaat is van een opdracht van de Regering, welke
    zich uitstrekt over haar regeerperiode. Dit deel wordt afgesloten met een
    overzicht van de hoofdbeleidsdoelen van de Regering met de hiermee sa-
    menhangende hoofdbeleidsgebieden.
    In het tweede deel staan de zes geïdenti$ceerde hoofdbeleidsgebieden
    centraal: bestuur en justitie, economie, onderwijs, wetenschap en cultuur,
    welzijn, veiligheid en internationaal beleid en ruimtelijke ordening en mi-
    lieu. Elk hoofdbeleidsgebied bevat de inhoudelijke informatie die nodig is
    voor het maken van jaarplannen.
    In het derde deel staan onderwerpen centraal die in hun uitwerking een
    hoofdbeleidsgebied overstijgend karakter hebben en die in de opvatting
    van de Regering speci$ek moeten worden benaderd. Het gaat om vijftien
    kernthema’s of probleemgebieden met bijzondere uitdagingen. De kern-
    thema’s zijn niet in volgorde van prioriteit of belangrijkheid opgenomen.
    In het vierde deel worden een $nancieel kader en een investeringskader
    van het Ontwikkelingsplan weergegeven. Het gaat hierbij om een raming
    van de kosten van dit plan.
    In het vijfde deel worden in meer operationele termen diverse hoofdbe-
    leidsgebieden geformuleerd in taakgerichte activiteiten. Deze activiteiten
    zijn gegroepeerd weergegeven en zullen een belangrijke functie vervullen
    bij de jaarlijkse operationalisering van het Ontwikkelingsplan in jaarplan-
    nen. Deze jaarplannen vormen de basis voor de op te stellen jaarbegrotin-
    gen en zijn ook bedoeld voor de sturing van de uitvoering van dit Ontwik-
    kelingsplan.
    Het geheel wordt afgesloten met een bijlage, aangaande ontbrekende en

  17. 2. ONTWIKKELINGSSTRATEGIE
    Nu de schenkingsmiddelen, 35 jaar na de staatkundige onafhankelijkheid
    in 1975, zijn opgedroogd, is de uitdaging van het op gang brengen van
    een zelfstandig gedragen nationale ontwikkeling voor de creatie van een
    eigen nationale samenleving voor de behartiging van het nationale be-
    lang, onwrikbaar geplaatst op de schouders van de Surinaamse bevolking.
    Deze uitdaging heeft nimmer ergens anders thuisgehoord: het koloniaal
    bestuur heeft evenwel gedurende meer dan drie eeuwen ten onrechte de
    verantwoordelijkheid voortvloeiende uit deze uitdaging, onthouden aan
    de Surinaamse bevolking.
    Het Surinaams leiderschap op elk niveau is thans gehouden, bij de vorm-
    geving van de nieuwe Surinaamse samenleving, zich te verbinden met
    duidelijke maatschappelijke fundamenten, eensluidende oriëntaties, een-
    duidige basisvoorwaarden en met e”ectieve instrumenten van politiek,
    bestuur en beleid.
    Dit geheel van fundamenten, oriëntaties, basisvoorwaarden en instrumen-
    ten ter transfor-matie van onze samenleving i.c. ter realisatie van gestelde
    samenlevingsdoelen c.q. ontwik-kelingsdoelen, valt onder de noemer van
    datgene wat wij in dit bestek ontwikkelingsstrategie noemen.
    Maatschappelijke fundamenten
    Allereerst is het van fundamenteel belang eenheid en eensgezindheid on-
    der de bevolking te versterken, omdat zonder hechte eenheid een sterke
    democratische eenheidsstaat alsmede integrale ontwikkeling moeilijk
    denkbaar zijn.
    Onze bevolking is samengesteld uit een veelheid van etnische groepen,
    die bezitters zijn van grote en rijke culturen en die aldus met een enorme
    dosis aan gecombineerde wijsheid, ons de mogelijkheid geven te putten
    uit een hoogontwikkeld collectief sociaal, geestelijk en spiritueel vermo-
    gen. Een schat aan vermogens – die bij wederzijds respect en bij vrijheid
    van expressie en ontwikkeling -, garant staat voor vooruitgang, welvaart,
    welzijn, geluk en vrede.
    Voorts is het van groot belang om de collectieve wil en gemotiveerdheid
    van alle burgers onophoudelijk te organiseren en te mobiliseren voor de
    transformatie tot het bereiken van de gestelde ontwikkelingsdoelen in casu
    voor het scheppen van een nieuwe samenleving. Hiertoe zal de bevolking
    continu aangespoord worden actief te participeren in het ontwikkelings-
    gebeuren op zowel bestuurlijk als sociaal-economisch gebied door middel
    van het hanteren van het instrument van permanente communicatie van-
    uit de Overheid naar de bevolking toe.
    De algehele mentale doorbraak bij ons volk, van omzetting van geloof in
    het buitenland naar een vast geloof in onze eigen natuurlijke mogelijk-
    heden, in onze eigen sociale en geestelijke vermogens en in onze eigen
    inzet en daadkracht; de doorbraak naar respect voor en vooral ook kennis

  18. Water naar zee, je bent wel lekker bezig met die literaire diaree van je, wat een monoloog, verkeeer je nu echt in de veronderstelling dat er veel mensen zullen zijn die de moeite nemen die epistels van jouw door te willen worstelen?, je schiet je doel voorbij

  19. Vooral goed kleden. Ook al heb je geen geld om eten te kopen. Immers, ze moeten je toch nafluiten? Daar leef je toch voor?

  20. Had niet Anders verwacht bedankt voor de tijd en de reactie en de 50 waar de mond van volloop is dus letterlijk diaree NIET ZEUREN HE HIHI OVER HET PAARS GEDRAG BOBBEJAANTJE LAND IS EEN ATRACTIE PARK ken jE WEL HE (echte man mijn complimenten) goed salaris is wat je verdient op je leeftijd het misstaat je niet je weet ook niet beter ik heb geen griep maar Ben Beetje verkouden en pas me even aan aan jullie hobby moment opname..goed kleden geen eten??JE BENT DUILIJK NIET VAN MIJN KALIBER echte mannetje hihi

  21. Hans het zegt meer over je zelf dan over mij. .positief blijven geen reactie is toch een antwoord ik heb schik ik ken mijn volk onderhands wel(er zijn uiteraad uitzonderingen)

  22. Water naar zee, natuurlijk zegt een reactie wat van de reageerder, net zoals dat geouwehoer van jou wat over jou zegt, maar ik vraag me inderdaad ook af of anderen ook de moeite nemen door al je berichten heen te scrollen

  23. Volgens de enquete recentelijk genomen vond 17% van de stad dat ze goed hadden onder deze regering. A no mi e pina.
    Monie de. Laat mij genieten van mijn mode. Zo daar gaan ze dan.

    Als er armen zijn dan mogen ze op het nieuws kijken.

  24. Hans bedankt voor je moeite de pot verwijt de ketel.. kijk en denk goed wie de geouwe hier is wees slim er is een rede van opzet HIHI en de oplossing zit in de puzzel

  25. Hans, ik in ieder geval niet. Ik vind een reactie leuk maar die ellenlange verhandelingen, die onanie van woorden, laat ik aan mij voorbij gaan.

  26. aan water naar zee,

    Bent u werkloos?
    Waar haalt u de tijd vandaan om zulke lange inhoudloze teksten te typen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.