Bakkie [COLUMN]

9

[Door Nellie Bakboord] – Bakkie is een plaatsje in Suriname aan de linkeroever van de Commewijne rivier. Ik heb er, tot mijn spijt, nooit voet aan wal gezet. Tot Alliance ben ik meegevaren. Met de postboot.

Eén keertje. Die dag zijn wij in Alliance, op advies van de kapitein van boord gegaan. “Je kunt in Alliance tenminste winkelen”, zei hij enthousiast. Eindstand één winkel! Niks bijzonders. Het was in het jaar 2004. “Er valt niets te beleven in Bakkie. Wat wilt u zien? Er is niks te zien”. Deze opmerkingen over Bakkie, van de kapitein die ons met de postboot kundig door het rustige water van de Commewijne rivier loodste, hebben zich blijvend in mijn hersenen genesteld. Ik blijf het horen. Net een riedeltje. Zijn advies had ik toen in de wind moeten slaan. Nu heb ik dus ‘niks’ gezien. Niks van Bakkie. Intussen zijn we bijna tien jaar verder. Met een regelmaat van de klok verschijnen Bakkie en de Commewijne rivier op mijn netvlies. Vooral de laatste tijd. Wil ik meer weten dan moet ik Google raadplegen. Of Maureen natuurlijk! Maureen Tardjopawiro. Mijn studiegenote. Of Sari Kasanpawiro met wie ik een aantal jaren prettig heb samengewerkt. Zij kunnen ongetwijfeld veel meer vertellen.

In de volksmond spreekt men over Bakkie maar het heet er eigenlijk Reynsdorp. Dat lees ik op internet. Bakkie is het laatst bewoonde dorpje langs de Commewijne. Ik laat me vertellen dat sinds kort een nieuwe aanlegsteiger in gebruik is. Dan is er vast weer bedrijvigheid! Dan wonen er weer mensen! Ik weet dat er een documentaire is gemaakt over de trek van met name, of alleen Javanen. Van Bakkie naar Hoogezand. Dat is ook de titel van de documentaire. De aanlegsteiger zet mij behoorlijk aan het denken. Is toen niet iedereen vertrokken naar Hoogezand? Of is een handjevol oud bewoners teruggekeerd? Met de minuut word ik nieuwsgieriger.

Zo blijf ik ook altijd heel erg nieuwsgierig naar mijn oude buurtje in Paramaribo.
De Prins Hendrikstraat. Vaste prik rij ik door die straat. Of ik er weleens voor omrij? Ach. Deze straat blijft voor mij een bijzondere straat. Al hoef ik er niet te zijn. Het gaat bij mij om de herinneringen. Ik hou ze graag levendig. Zoet of zuur, ik wil ze opsnuiven. Keer op keer. Noem het hersengymnastiek. Vanaf de brug bij de Monseigneur Wulfingstraat beginnen families en gebeurtenissen uit de periode toen ik er woonde, tot leven te komen. Een standaard gegeven als herinneringen naar boven borrelen. In gedachten zie ik mezelf lopen. Een klein meisje. Trots op haar pijpenkrullen. En een strik. Vastgebonden in die ene vlecht. Op weg naar school. Of met mijn vader, moeder, broers en zusters. Op weg naar de Kathedraal waar de Latijnse Heilige Mis op zondag altijd mijn aandacht trok. ‘Mea culpa’ en nog veel meer is absoluut blijven hangen. Ik weet ook waar sommige oud bewoners terecht zijn gekomen. Zo ver reikt mijn belangstelling. Ik weet ook, wij informeren elkaar, wie er niet meer in ons midden zijn. Terwijl ik dit opsom wil ik weten hoe het de oud bewoners van Bakkie, die nu al jaren in Hoogezand wonen, is vergaan. Hoogezand – Sappemeer. In één adem worden deze plaatsen genoemd. Voor mij was dit altijd aardrijkskunde. Topografie. Veengronden. En van Bakkie wist ik niets. Wat ik wel weet, is dat een grote groep Javanen die voor de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 in Bakkie leefde, verhuisd is naar de “Bakkie-flat” te Hoogezand-Sappemeer.

Zaterdag 19 oktober. Hoogezand- Sappemeer. Groningen.

©Nellie Bakboord
Aaybaya@gmail.com

- Advertentie -

9 REACTIES

  1. Leuk geschreven. Ik weet niet of Nellie weet dat er ondertussen een heus museum is neergezet op Bakkie. Men denkt zelfs aan uitbreiden daarvan. Er is ook al een aardige bezoekersstroom naar deze plek op gang gekomen. Ik raad je aan om Bakkie alsnog te bezoeken als je weer eens in Suriname bent?

  2. Als je meer van bakki wilt wete moet je er echt in gaan verdiepen. Bakki was een van ee mooiste en welvarenste dorpje aan de linkeroeverva commewjjne. Na de onafhankelijkheid zijn velen vertrokken waaronder een van de weinige hindoestaanse familie en tevens de grote motor achter de welvaart van bakki , de familie Ramdien.
    Baki kent zelfs de onverslagen kampioen van suriname in de speedboat race die 19 jaar onverslagen kampioen is van suriname. Een man die met hard en nieren nog steeds van suriname houdt. Door de politieke situatie indertijd is baki leeggelopen. Nu na ruim 25 jaar is baki ontdekt door een nederlander die daar de scepter zwaait en wat ik begrepen heb is dat hij het resterende volk daar uitbuit. Bakki had toendertijd ruim 150 gezinnen die inderdaad naar hogezand vertrokken. Mijn hard ligt nog steeds in baki en hoop nog steeds dat het ooit nog ontwikkeld zal worden gezien nu commewijne zeer intrek is. Baki kent een heel groot geschiedenis over de eerste contractarbeiders en de slaverarbeid. Er zijn nog steeds resten hiervan te zien wat menige surinamers nog niet eens weten dat het bestaat.
    Ik zou zeggen ga er zeker eens kijken en zie de eerste winkel die daar nog steeds staat en toebehoorde aan de fam. RAMDIEN en tevens regerend kampioen van suriname in speedboat race.

  3. Is Bakkie misschien verhuisd? Bakkie ligt helemaal niet aan de linkeroever van de Commewijnerivier.Bakkie ligt trouwens aan de Matapicakreek.Niet alleen Bakkie ligt er verlaten bij,maar tal van plantages aan de rechteroever van de Commewijnerivier.

  4. In Bakkie is het goed toeven!

    Een Idyllisch en authentiek plekje onder de suri zon.
    Prachtig wit gekalkte huisjes omringd door ‘wuivende’ palmbomen, de stilte en de zilte zeelucht, waanzinnig 🙂
    Echt een aanrader voor je suri ‘to do’ list.

    De lekkerste krab van suri, vind je in Bakkie 🙂
    En inderdaad heel veel materiaal uit de duistere eeuwen terug te vinden.

    Als een Nederlander getrouwd met een Surinaamse, met heel veel passie, probeert om Bakkie op de (toeristen)kaart te plaatsen, tsja….waarom niet.
    Waarschijnlijk boeit het de suri’s niet, dus……….

  5. Wat velen niet weten is dat ten noorden van Reynsdorp-Bakkie de plantage Rijnsfort ligt. Daar woonden alleen maar creolen, afstammelingen van de slaven. Midden jaren zestig kon je de oude huizen nog zien. Door de kapotte sluizen en dijken werd Rijnsfort door het water in rap tempo aangevreten. Mijn oude heer nam mij vaak mee via een boro pasi naar de Warappakreek. Zelf nu na ruim 50 jaar zijn de beelden mij nog bijgebleven.
    De heer Ramdien ken ik, van de winkel dichtbij de sluis van Bakkie. In vroegere tijd was die winkel van omu Atjoen. Omu Bert noemden wij hem en zijn vrouw toen heette Koemari. Zij had een geheime recept voor haar bamie, want dat was heel erg lekker. Van omu Bert kan ik zeggen dat als wij jongens, gingen hengelen hij vaak de vissen voor onze neuzen met zijn jachtgeweer wegschoot.
    Op Bakkie woonden maar een paar creoolse families. Creolen op Bakkie spraken drie talen Nederlands, Surinaams en Javaans. De Javaanse kinderen konden Javaans en Nederlands. Hun Surinaams was heel erg slecht. De hindostanen woonden op Bakkie dichtbij de sluis en op de plantage Bruinendaal (Pardo). Op Bruinendaal woonden er Javanen, Vietnamezen, Hindostanen en een Creool, baas Hendrik. Door verdrinking om het leven gekomen.
    Bakkie had vroeger een bioscoop, drie pelmolens vier winkels. Een Katholieke kerk en een van de E.B.G. Verder zo’n kleine drie of vier Islamitische gebedshuizen. Op Bruinendaal had je een pelmolen van omu Nanka en een winkel van de familie Badloe. De motor van Bakkie waren de mensen uit Java (voormalige contractanten) en al de bewoners daar. De loerah, de dorpshoofd zorgde ervoor dat het dorp schoon was. Op de brommer of fiets moest je wel afstappen of opzij gaan om de ander te laten gaan want de weg was smal. Op Bakkie hadden wij twee zelfmoorden. Een oude vrouw die zomaar was verdwenen en nooit meer gevonden werd. Verder waren er ook veel Javaanse lukumans (wong ngerti). Bakkie had vroeger een eigen dorpslied , daar aan de matapica..
    Ter informatie, toen er nog geen elektriciteit was rapporteerden mensen vroeger over vreemde verschijningen. Azema’s, Tuyul’s (Bakroes), gesluierde dame, een zwart aapachtige geest met rode ogen, slavengeesten die trommels bespeelden en Indiaanse geesten van man vrouw en kind.
    Wilt u foto’s en filmpjes zien bezoek dan semutcet.com

  6. Vroeger kon je Bakkie bereiken door gebruik te maken van de rivierboot van de SMS, je eigen boot de brommer of fiets. In de jaren zestig toen er nog heel veel mensen op Bakkie woonden kon je slechts een paar dagen met de rivierboot mee. De rivierboot voer dan van de Commewijne de Cotticarivier op om Slootwijk aan te doen om dan even post Constantia ( in de volksmond Lobangi) mee te nemen. Zo voer de boot verder naar Paramaribo. De plantages langs de Commewijne werd aangedaan om mensen en vracht mee te nemen. Later toen Slootwijk begon leeg te lopen, de Toegoenezen waren ook vertrokken werd Bakkie veel vaker aangedaan.
    Van Paramaribo op de brommer of fiets naar Bakkie kon je via Leonsberg, Nieuw Amsterdam en de oversteek maken naar Rust en werk en dan verder. Of je reed naar Marienburg om daar over te steken naar Margrita (Johanna Margaretha). De volgende weg is dan richting Alkmaar verder naar Montressor waar je de oversteek kon maken naar Kroonenburg om verder te gaan naar Bakkie.
    Op mijn vijftiende reden voor het eerst mijn buurjongen en ik op de fiets over die weg. Het was een smalle weg. Langs de weg, van de ene plantage naar de volgende kwam je veel mensen tegen. Vaak ouderen. In de jaren zeventig kon je even een winkeltje binnenstappen om een koude cola of fernandes te nuttigen. Je reed ook voorbij plantages die helemaal verlaten zijn. Je zag kappa’s waar in de slaventijd het rietsap werd gekookt om suiker te maken. Oude huizen en sluizen langs de weg waren ook te zien. Je reed over bruggen die bijna nooit zijn onderhouden. Elk plantages leek een eigen verhaal te hebben. Tenslotte kom je op Bakkie aan, vermoeid maar je batterij zal heel gauw weer opgeladen zijn bij het zien van je vertrouwde plek waar je kumba t tey ligt begraven.
    In 1982 was ik voor het laatst met de brommer van Montressor via Kroonenburg naar Bakkie gereden. Het was triest met de weg op vele plaatsen waren de dijken doorgebroken en het rivierwater stroomde door de kapotte sluizen met het getij mee. Nu kan ik nog dromen van hoe het was als ik de weg neem van Rust en Werk naar Reynsdorp-Bakkie via google maps.

  7. Vroeger kon je Bakkie bereiken door gebruik te maken van de rivierboot van de SMS, je eigen boot de brommer of fiets. In de jaren zestig toen er nog heel veel mensen op Bakkie woonden kon je slechts een paar dagen met de rivierboot mee. De rivierboot voer dan van de Commewijne de Cottica rivier op om Slootwijk aan te doen. Bij terugweg werd even post Constantia (in de volksmond Lobangi) aangedaan. Zo voer de boot dan verder naar Paramaribo. De plantages langs de Commewijne werd aangedaan om mensen en vracht mee te nemen. Velen moesten ook van Bakkie, Nieuw Meerzorg en Constantie naar Lobangi lopen. Later toen Slootwijk begon leeg te lopen, de Toegoenezen waren ook vertrokken werd Bakkie veel vaker aangedaan.

    Van Paramaribo op de brommer of fiets naar Bakkie kon je via Leonsberg, Nieuw Amsterdam en de oversteek maken naar Rust en werk en dan verder. Of je reed naar Marienburg om daar over te steken naar Margrita (Johanna Margaretha). De volgende weg is dan richting Alkmaar verder naar Montressor waar je de oversteek kon maken naar Kroonenburg om verder te gaan naar Bakkie.
    Op mijn veertiende reden voor het eerst mijn buurjongen en ik op de fiets over die weg. Het was een smalle weg. Langs de weg, van de ene plantage naar de volgende kwam je veel mensen tegen. Vaak ouderen. In de jaren zeventig kon je daar even een winkeltje binnenstappen om een koude cola of een ander drankje te nuttigen. Je reed ook voorbij plantages die helemaal verlaten zijn. Je zag kappa’s waar in de slaventijd het rietsap werd gekookt om suiker te maken. Oude huizen en sluizen langs de weg waren ook te zien. Je reed over bruggen die bijna nooit zijn onderhouden. Elk plantages leek een eigen verhaal te hebben. Tenslotte kom je op Bakkie aan, vermoeid maar je batterij zal heel gauw weer opgeladen zijn bij het zien van je vertrouwde plek waar je kumba t tey ligt begraven.

    Daarom was het onbegrijpelijk toen vier mensen van Bakkie op een wreedaardige wijze met een jachtgeweer werden vermoord.

    In 1982 was ik voor het laatst met de brommer van Montressor via Kroonenburg naar Bakkie gereden. Het was triest met de weg op vele plaatsen waren de dijken doorgebroken en het rivierwater stroomde door de kapotte sluizen met het getij mee. Nu kan ik nog dromen van hoe het was als ik de weg neem van Rust en Werk naar Reynsdorp-Bakkie via google maps.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.