‘Ze riepen me na’ [COLUMN]

3

Door Nellie Bakboord – Ik zie op mijn netvlies als ik aan S. terugdenk een vrolijk gezicht. Een vrolijk gezicht waarvan de eigenaar een karakter bezit waar menigeen een voorbeeld aan kan nemen. Behulpzaam. Klaarstaan voor een ander. En een opgewekt humor. Maar als ik terugdenk aan ons gesprek over lepra dan zie ik een enigszins gebroken man. Een man die zijn emoties de vrije loop laat als hij openhartig vertelt over zijn verblijf van anderhalf jaar in Majella.

Tijdens ons gesprek viel er regelmatig een stilte. Hoorbaar. Een stilte waarbij wij beiden tegelijk dachten aan het menselijk leed wat lepra teweeg kan brengen. Bij hem was de diagnose lepra vastgesteld. Het was 1957. Hij had een vlek. Een soort moedervlek. En die vlek was ongevoelig. “Toen de schoolarts erop drukte voelde ik niets. Toen nam hij een naald en prikte erin. Ik voelde nog niets. Ze werden toen argwanend en mede vanwege het feit dat een tante lepra had was de zaak voor hun geklonken. Diagnose; lepra.

Ze trokken hun conclusie en ik werd bijna direct weggerukt van mijn ouders, broers en zusters. Weg uit mijn ouderlijk huis. Mijn veilige omgeving. Mijn school. Vriendjes. Mijn buurt. Ik was toen 10, bijna elf jaar oud. Mijn wereld verging, en ik kon alleen nog maar huilen.” Het leek alsof de stilte die na deze openbaring volgde, uren duurde. Die brok in mijn keel zat goed vast. Ik weet het als de dag van gisteren. En toen ik afgelopen zondag lekker zat te rommelen in mijn boekenkast stuitte ik op de strip van ‘Jan Jans en de kinderen in Suriname’. De schrijver Jan Kruis ging voor de Leprastichting naar Suriname. Ik ken die strip uit het hoofd maar dook die behoorlijk koude zondagmiddag toch maar lekker onder de wol om het opnieuw te lezen. Toen wilde ik natuurlijk meer weten over lepra, met in mijn achterhoofd het verhaal van S. Via de leprastichting kom ik heel wat te weten over wat lepra is. En of het besmettelijk is. Hoe je besmet kan raken. Ook wil ik weten of lepra nog voorkomt. En waar het voorkomt.

Ik lees dat het in Nederland vooral gezien wordt als een ziekte van vroeger maar toch wonen er ongeveer 200 tot 400 mensen die lepra hebben gehad. Elk jaar komen er 5 tot 10 bij. Dit zijn immigranten uit landen waar lepra voorkomt. De bacterie zelf verspreidt zich sinds de middeleeuwen niet meer. Zou het toeval zijn dat ik me juist op zondag 27 januari laat informeren over lepra? 27 Januari is uitgeroepen tot Wereld Lepradag. Ik dacht deze zondag weer terug aan het openhartig gesprek met S. Zijn gezicht, open, sprak boekdelen. “Ik moest sterk blijven. Mijn moeder kwam me heel vaak opzoeken. Ze bracht dan lekkers en mooie dingen. Ze vond dat ik het goed moest hebben tussen de lepra patiënten. Ze had zich niet neergelegd bij de diagnose. Keer op keer eiste ze een gedegen bloedonderzoek.

Intussen verstrijkt de tijd en bezoek ik in Majella de school. Ik leerde er hoegenaamd niets. Ik kreeg les van een lepra leraar die met de dag steeds verder verminkt raakte. Ook bij andere patiënten zag ik hetzelfde gebeuren. Van ‘zogenaamd gezond’ zag ik hen veranderen in mensen met kromme vingers en bobbels op de huid. Bij mij zag je na zes maanden geen enkel verschijnsel. Na anderhalf jaar strijd van mijn moeder mocht ik Majella verlaten. Conclusie; geen lepra. Die periode kan ik nooit vergeten. Terug thuis moest ik mijn plekje zien te vinden. Broers en zusters hebben heel lang niet uit hetzelfde bordje en of bekertje willen drinken. En ik hoor het nog steeds. Vriendjes; ze riepen mij na”.

©Nellie Bakboord
aaybaya@gmail.com

- Advertentie -

3 REACTIES

  1. Erg triest verhaal.
    Lepra, eigenlijk weet ik er niet zoveel van.
    Er werd in Su altijd geheimzinnig gedaan als het over erge ziektes ging.
    Mijn eerste associatie met Lepra is Petrus Donders en Groot Chatillion. En dat het in de volksmond Kokobe of Kwenten werd genoemd.
    Afgekloven vingers, tenen en soms zelfs delen van het gelaat.
    Ons werd verboden deze woorden te zeggen, je moest altijd ” je mond slaan.”
    Deze meneer S kan gelukkig zijn verhaal nog navertellen.

    Groot Chatillion wordt de plek waar tegenwoordig de zwervers zullen worden geresocialiseerd (meen ik gelezen te hebben).
    Dat ze daar de zegen van Petrus Donders mogen ervaren.

  2. Een verhaal welke in honderden vergelijkbare gevallen verteld kan worden, omdat het van toepassing is op andere aandoeningen waar een behoorlijke taboe op rust. Helaas schenkt de overheid nog onvoldoende aandacht om dergelijke taboes te doorbreken middels goede voorlichting. Ook is er nog te weinig particulier initiatief , in de vorm van stichtingen, om dergelijke taboes bespreekbaar te maken.
    Maar een column als deze levert zeker ook eek positieve bijdrage.

  3. ‘Boassie'(Sur.)= melaatsheid.

    Om ook te lezen:
    ‘Een vlek op de rug’ van schrijver J. van der Walle.
    Em. Querido’s Uitgeverij NV, Amsterdam 1966.
    (Marktplaats/’wijsco’).

    Goede column trouwens, van Nellie Bakboord!!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.