Expositie Puja 5 januari 2010 in Den Haag

3

Honderd- vijfendertig jaar geleden kwamen de eerste Hindoestanen vanuit het toenmalig Brits- Indië per schip aan in Suriname om als contractarbeiders op de plantages te gaan werken. Door de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975 trokken vele Hindoestanen naar Nederland. Tegenwoordig is zo’n tien procent van de Haagse bevolking Surinaams Hindoestaans. Van 5 januari t/m 19 februari zijn er in Het Nutshuis in Den Haag een aantal foto’s te zien over de Surinaams Hindostaanse gemeenschap in Den Haag.

Puja betekent offerritueel in het Sanskriet. Dit fotoproject gaat over tradities en rituelen van de Surinaamse Hindoestanen in Den Haag binnen de stroming Sanatan Dharm. Een aantal foto’s hiervan zijn te zien tijdens Docu Den Haag in Het Nutshuis. Het foto project zal zich de komende jaren verder uitbreiden naar Suriname en India.

Deze serie kwam tot stand naar aanleiding van DocuDenHaag, een documentaire fotoproject van Het Nutshuis voor Haagse fotografen. Deze serie en de series van vijf andere fotografen zullen in Januari te zien zijn in Het Nutshuis.

- Advertentie -

3 REACTIES

  1. De Lalla Rookh komt aan.
    Op 5 juni 1873 arriveerde het zeilschip de ‘Lalla Rookh’ in Suriname. De Lalla Rookh was het eerste schip met Hindoestaanse immigranten die in Suriname arriveerde. Aan boord bevonden zich 399 personen, t.w. 279 mannen, 70 vrouwen, 32 jongens beneden de tien jaar en 18 meisjes in die leeftijdsklasse. In Guyana waren Hindoestaanse immigranten al iets eerder aangekomen. Sommige van deze Guyanese Hindoestanen gingen in Nickerie en Coronie wonen. De plaatsnaam ‘koeli-santi’ in Coronie herinnert aan deze eerste immigranten. In Suriname werden de immigranten opgevangen door het immigratiedepartement, verantwoordelijk voor de registratie en de toewijzing aan de plantages. Hindoestanen kwamen uit Bareilly, Gorakhpur, Mirzapur, Lucknow, Allahbad, Jaunpur, Azamgargh, Gaya, Faizabad, Benares en honderden andere plaatsen, voornamelijk uit Bihar en Uttar Pradesh-India. Het hoofd van de immigratie departement die de opvang van Hindoestanen in Suriname overzag was de agentgeneraal. Vooral J. F. A. Cateau van Rosevelt, die vanaf 1872 tot 1891 deze post bekleedde. Zijn belangrijkste opvolgers waren G.H. Barnet Lyon (1891-1902) en C. van Drimmelen (1902-1921). In totaal arriveerden tussen 5 juni en 31 december 1873: ongeveer 25.000 Hindoestaanse immigranten. Velen hadden de reis naar Suriname niet overleefd. Zij stierven onderweg aan allerlei ziekten. De contractanten die de overtocht wel hadden overleefd waren verplicht gedurende een periode van vijf jaar arbeid aan de plantages te leveren.-Varma R-

  2. De Lalla Rookh komt aan.(II)
    De arbeidstijd van de Hindoestaanse immigranten bedroeg zes dagen per week en acht uur per dag in het veld. De contractant was gebonden aan de plantage en mocht alleen buiten de werktijden en op vrije dagen zonder vergunning de plantage verlaten. Het loon bedroeg minder dan f 0,60 voor een volwassen man en voor vrouwen en jongens van 10 tot 16, jaar f 0,40 per dag. Men had recht op vrije huisvesting en geneeskundige behandeling. De zgn. ‘poenale sanctie’ die de Europeaan in het arbeidscontract van de Hindoestaan had opgenomen, maakte het mogelijk een strafrechtelijke sanctie op te leggen in geval van onbetamelijk gedrag, verzuim of desertie. Na afloop van de contractperiode had de Hindoestaanse immigrant recht op een vrije terugreis naar het moederland India. Ook kon men na vervulling van de werkovereenkomst in Suriname blijven, waarbij door het Koloniaal Bestuur aan de immigrant gronden konden worden toegewezen. In de beginjaren van de immigratie kwamen de kosten van werving en transport voor rekening van de planters. Dank zij de Verordening van 21 augustus 1878, waarbij van gouvernementswege een Immigratiefonds werd gesticht, wist de planter van tevoren nauwkeurig wat de aanvoer van een contractant kostte.
    In het algemeen kwam dat neer op f 200 per man, terwijl het gouvernement op zijn beurt f 200 bijpaste. Het enthousiasme over de geslaagde eerste transporten bekoelde, toen bleek dat na anderhalf jaar bijna een vijfde deel van de contractanten was overleden. De medische zorg zoals beloofd was, bleek onvoldoende. De Britse consul in Paramaribo stelde zijn regering(Groot Brittannië) hiervan op de hoogte, waarna de emigratie naar Suriname werd opgeschort. In 1878 werd deze maatregel ongedaan gemaakt.
    De ontreddering in de beginperiode van de immigratie was groot. De oude verbanden, waarin men in India gewend was te leven, functioneerden niet meer in de plantagesamenleving. Normale gezins- en familieverhoudingen ontbraken, ook al omdat het percentage vrouwen gewoonlijk minder bedroeg dan 50% van het aantal mannen.-Varma R-

  3. De Lalla Rookh komt aan.(III)
    Ongeveer vijftig jaar nadat de eerste groep van Hindoestaanse immigranten voet op Surinaamse bodem had gezet, kwam er een einde aan de Hindoestaanse immigratie. Dit was een gevolg van het groeiend verzet van Indiase nationalisten zoals Mohandas Karemchand Gandhi tegen een systeem van ‘indentured labour’ (contractarbeid). De protesten van de nationalisten resulteerden namelijk in 1922 in een wet die werving onder contract verbood. Maar in afwachting van deze wet werd al in 1916 de emigratie onder contract ‘in beginsel’ afgeschaft en in 1917 definitief stopgezet. De laatste boot met Hindoestaanse immigranten vertrok dan ook in 1916 naar Suriname.Van 1873 tot 1916 zijn circa 34.000 immigranten uit India, de meesten als contractarbeiders, Suriname binnengekomen, waarvan een derde deel (circa 11.500) repatrieerde.De contractanten werden op verschillende plantages te werk gesteld en ze waren verplicht vijf jaar op de hun aangewezen plantage te arbeiden. Na deze periode konden ze terugkeren naar hun vaderland, een hercontract sluiten of zich als kolonist vestigen in Suriname. Velen maakten van de laatste mogelijkheid gebruik en vestigden zich, naar nu blijkt, met succes als kolonist in Suriname. Vestigingsplaatsen waren hoofdzakelijk gebieden rondom Paramaribo en de districten Suriname, Commewijne, Saramacca en Nickerie. Toen er geen verdere immigratie meer kon plaatsvinden, werden er geleidelijk aan maatregelen getroffen om de staatsrechtelijke positie van de immigranten te verbeteren. Dit resulteerde in een nivellering van de status van de immigranten en andere inwoners van Suriname, waardoor de in Suriname geboren Hindoestanen ook burgers van Suriname werden. Deze groep heeft vooral na de Tweede Wereldoorlog een verdere ontwikkeling doorgemaakt en is nu in vrijwel elke sector van de Surinaamse samenleving vertegenwoordigd.-Varma R-

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.