Dekolonisatie

4

Iwan BraveDoor Iwan Brave – ‘Stel je voor: drie aan elkaar grenzende kleine samenlevingen, met een vrijwel simultane ontstaansgeschiedenis, vrijwel identieke natuurlijke hulpbronnen en een vergelijkbare bevolking worden onderworpen aan drie varianten van zelfstandigheid. De ene kolonie wordt ruw afgestoten [Guyana], de ander overladen met geld en goede raad [Suriname] en de laatste blijft juist afhankelijk van het moederland [Frans-Guyana]. Hoe zou de situatie zich in 30 jaar ontwikkelen?’

Zo legt Jeroen Trommelen in zijn boek ‘Dwars door Suriname’ de Guyana’s als drie varianten van dekolonisatie naast elkaar. Trommelen had zo’n tien jaar als Volkskrant-verslaggever het ‘verwarrende, veelzijdige’ Suriname gevolgd. Als afscheid ging hij op zoek naar het antwoord langs het reistraject Georgetown-Paramaribo-Cayenne. Hoewel zeer aanbevelenswaardig, behoef je daarvoor het boek niet per se te lezen. De feiten zijn algemeen bekend. Guyana heeft zich hangend en wurgend boven water weten te houden. Suriname is zo hulpverslaafd geraakt dat het lamlendig voortstrompelt als ware het tekenen van een overdosis. En Frans-Guyana stroomt niet leeg omdat er min of meer dezelfde sociale voorzieningen voor handen zijn als die in Frankrijk. Dus dat blijkt een effectievere stop dan een visumplicht.

Hoe slecht Guyana ervoor stond, bleek uit het feit dat Paramaribo overspoeld werd door Guyanese gastarbeiders, die keihard werken en vaak de schuld krijgen van de criminaliteit. (Klinkt bekend hè?) En wie naar Albina aan de Marowijne afreist en ook een bezoekje brengt aan Saint-Laurent, komt tot de verrassende ontdekking dat Frankrijk letterlijk aan de overkant ligt: goed onderhouden straten en trottoirs, prachtige stenen gebouwen – alsof de geest van Napoleon er waart, onvervalst Frans stokbrood, heerlijke wijnen, gendarmerie én: uit de pinautomaten tap je euroflappen; je bent immers ‘binnen de EU’!

Tijdens mijn eerste bezoek aan Saint Laurent, werd ik gegrepen door de schoonheid van dit stadje en tegelijk stak er ook verontwaardiging in mij op. Ik realiseerde me dat Nederland werkelijk het minimale in ‘wingewest’ Suriname had gestoken en het maximale eruit gehaald. Natuurlijk is het prachtig dat Paramaribo voornamelijk ‘uit hout’ is opgetrokken, maar het is ook een uiting van Hollandse krenterigheid. In Paramaribo plachten ze met trots over de kathedraal te zeggen: het ‘grootste houten gebouw van het westelijk halfrond’. Als ik dan dat vervallen ding zag, dacht ik altijd cynisch: ‘de grootste houten schuur zullen ze bedoelen!’

Nou haast ik mij erbij te zeggen dat toen eenmaal de eerste verwondering over Saint-Laurant geluwd was, ik toch wel trots op Suriname was. Immers, Suriname heeft tenminste een eigen identiteit. Want het laatste wat je naar op zoek bent in de tropen, is de koude-kaksfeer van Europa. Wat dat betreft kan je liever (w)arm en karaktervol zijn dan ‘rijk’ maar identiteitloos. Van de drie is Frans-Guyana ongetwijfeld moeders papkindje en zijn Suriname en Guyana twee ruwe bolsters die menig orkaan of tsunami hebben doorstaan. Het is ook niet verwonderlijk dat Europese vrouwen – op zoek naar tropisch vuur – eerder vallen voor de onbehouwen Surinamers en Guyanezen dan voor die doetjes van Frans-Guyanezen. En het mag voor Suriname en Guyana dan wel voortdurend vallen en opstaan zijn; feit is dat ze veel verder zijn op het leertraject van zelfstandig overeind blijven. De dag dat Frans-Guyana niet meer interessant zal zijn als Frans ruimtelanceerplatform dan wil ik niet in de buurt zijn van het gekerm en gejammer vanwege die slappe papbeentjes.

Ik was van de week in het Rijksmuseum bij de opening van de tentoonstelling van diorama’s (kijkkasten) van Gerrit Schouten met taferelen uit het 19e eeuwse Paramaribo. Een ervan betrof de Waterkant waarvan alle huizen waren verwoest door de ‘grote brand’ van 1821. “Helaas”, zei de Rijksmuseumdirecteur hierover. Maar elke Surinamer die zijn geschiedenis kent, weet dat ook een grote brand is gesticht door de gevluchte slaven Codjo, Mentor en Present; die daarvoor als straf levend werden verbrand aan de Heiligen Weg. Het drietal overviel regelmatig plantages om andere slaven te bevrijden. Dus vanuit Surinaams-historisch perspectief geen brandstichters maar ‘verzetsstrijders’.

“We hechten er zeer aan dat de Surinaamse gemeenschap iets van van haar en daarmee van ónze geschiedenis terugziet”, benadrukte de conservator van het Rijksmuseum. Dan moet je hem ook vanuit gezamenlijk perspectief bekijken, toch? En die verloren gegane rijkdom was juist vergaard met slavenzweet en -bloed. Dus toen ik door het glas van het diorama keek, dacht ik: ‘niks helaas’. Wat dat betreft onderschrijf ik als dekolonisatieproces het NDP-credo: ‘Let’ a Faya’. Daarmee heb ik niet gezegd dat alsnog het gammele historisch centrum van Paramaribo in de fik mag.

Iwan Brave

- Advertentie -

4 REACTIES

  1. ‘Let’ a Faya’. (echt vuur)nee. dat was de bedoeling ook niet.
    dat ding had te maken met de vele stroom storingen in Su op dat moment…..Men verwachtte tijdens de massa meetings dat Opa…Ruro de opdracht zou geven NDP steeds in het donker te laten zetten…..maar ja Opa Ruro kennende deed dat wijzelijk niet…..maar maaarrrrrrrr mi boi hij liet de telefoons haperen incl (zak) cellulairs uitzetten.
    DUS WEER EEN TELEFOON COUP.(anderen op sluwe wijze benadelen)er is nog meer wij komen ooit weer op deze story terug……from this bad people by the name FRONT.(schone handen en vingers noh) mi boi tan pi

  2. De rekolonisatie is begonnen, Bonaire is al binnen. Maar de Bonairianen krijgen wel andere rechten binnen het Koninkrijk, dat wel weer…

    Wie volgt, Suriname?

  3. 🙂 Meneer brave is op St Laurant geweest en kent daarmee heel Frans Guyana. Dat is als die bakra die net een week in Suriname is en op het VAT precies uit de doeken doet hoe Suriname in elkaar zit. Iwan, je kan beter.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.