Home Columns Loopkrukken

Loopkrukken

5

Door Iwan Brave – Op de kop af elf jaar geleden – oktober 1997 – rondde ik mijn opdracht af voor de Nederlandse ambassade. Acht maanden lang had ik in de archieven gespit naar ‘21 jaar ontwikkelingssamenwerking’ tussen Nederland en Suriname. “Wellicht dat u een spagaat kan maken tussen beide landen”, was mij voorgehouden. Het mocht vanwege de gevoeligheden beslist ‘geen evaluatierapport’ worden maar een ‘verantwoording aan de Nederlandse belastingbetaler’ over de besteding honderden miljoenen Nederlandse guldens ontwikkelingsgeld. “De echt vuurrode mappen krijg je toch niet te zien”, temperde de archiefbeheerster van de ambassade mijn verwachtingen. Desondanks kreeg ik inzage in hoog vertrouwelijk dossiers.

Het was vooral verbijsterend hoe in hoog tempo 3,5 miljard gulden koste wat het kost binnen vijftien jaar erdoorheen gejast moest worden. Althans, dat was de aanvankelijke bedoeling; inmiddels weten we allen beter. Het was ook een ideale kennismaking met een stukje historie van mijn geboorteland. Hoewel ontdaan van elke emotie trok op papier toch wel een even bewogen als dramatische periode voor Suriname trok aan mij voorbij: de onafhankelijkheid, de militaire coup, opschorting van de ontwikkelingshulp vanwege de Decembermoorden, de noodhulp aan Oost-Suriname tijdens de Binnenlandse Oorlog, de sociaal-economische neergang, hervatting van de hulp, de telefooncoup en de tweede opschorting.

Wat hoogdravend van start ging met de ‘mobilisatie van het Eigene’, ‘algeheel stuwend’ en ‘groeipolen’ (de big push-gedachte van ‘de grote ontwikkelingsdenker’ Frank Essed), vond zijn dieptepunt in hulpgoederen als ‘overbruggingshulp’ na de eerste hervatting van de ontwikkelingsrelatie. Met veel elan geschreven projectplannen hadden plaatsgemaakt voor lullige boodschappenlijsten waarop een opsomming van zoveel kilo’s ‘bouillonblokjes’, ‘uien’, zoveel balen ‘bruine bonen’, zoveel liters ‘spijsolie’, ‘schoonmaakmiddelen’, ‘toiletpapier’, ‘zeep’ en ‘tandpasta’. Suriname was verlaagd tot de bedelstaf.

Ook het constante gekibbel binnen het overlegorgaan de CONS was van een bedroevend niveau. In een krantenknipsel uit De West werd gerept van een ‘vierderangs dorpsklucht’. Een ex-president zei hierover: “Het maakte de Nederlanders niet uit of we het geld verkwanselden, maar ze wilden wel verantwoord zien hóe je elk dubbeltje hebt verkwanseld. Maar wij hadden nóóit ons huiswerk af.” Zo kreeg ik ook van de eerste hand te horen over het lot van Essed. Hij belandde zes maanden in de kerkers – op verdenking van ‘corruptie’ – nadat de militairen de boel hadden overgenomen. Jaren later werd hij na een vergadering voor het partijcentrum van de NPS geschept door een auto en ‘meters weggeslingerd’. Een oneerbiedig einde van een waarlijk grote denker.

Na de coup in 1980 verdwenen mega projecten subiet in de ijskast en kwamen de militairen met een Marxistische lijst aan kleinschalige projecten die vooral lokale coöperaties stimuleerden. Nederland maakte hiervoor terstond 500 miljoen (!) Nederlandse gulden vrij en daarmee legde het Militair Gezag meer slagvaardigheid aan de dag. Het betekende ook heel wat ‘kapitaalvernietiging’. Zo bleef West-Suriname vanwege de opgeschorte bauxietontginningsplannen zitten met een treinspoor van ‘ergens naar nergens’ van 80 miljoen en werd de half afgebouwde en beoogde ‘tweede havenstad’ Apura een overwoekerde spookstad. Uit dossiers werd wel zo duidelijk dat Nederland niet gecharmeerd was met het opschorten van het Kabalebostuwdamproject, waarmee heel wat Nederlandse economische belangen gemoeid waren. Een kernbepaling van het ontwikkelingsverdrag was immers dat het Nederlandse bedrijfsleven voorrang kreeg bij aanbestedingen. Het overleg kwam muurvast te zitten. De decembermoorden van 1982 werden voor Nederland aanleiding voor het direct stopzetten van de ontwikkelingshulp. Dat werd ook gezien als een daad van opportunisme. Een critica van het militaire regime vertelde me: “In wezen had Nederland met de committering van een half miljard zijn goedkeuring gegeven aan een militaire coup die al bij het begin heel bloedig was.”

Ook al vloeide bijkans de helft terug naar het Nederlandse bedrijfsleven, het kleine Suriname is door het vele geld ‘hulpverslaafd’ geworden in plaats van onafhankelijk en ontwikkeld. Nog steeds rest er een laatste shot van 91 miljoen euro. Minister Bert Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking heeft afgelopen week na overleg in Paramaribo een zoveelste ‘nieuwe relatie’ ingeluid. “Vanaf nu werken Suriname en Nederland samen aan een moderne relatie op basis van vriendschap en respect.” Het resterende shot zal vooral worden geïnjecteerd in infrastructuur, onderwijs, schoon drinkwater, gezondheidszorg en het achtergestelde binnenland. “In 2009 zal het meeste zijn uitgegeven”, aldus Koenders.

Zo vlak voor de verkiezingen van 2010 riekt het naar politieke beïnvloeding. Maar enfin. Na 33 jaar van almaar vallen en voortstrompelen, wordt een moeizame ontwikkelingsrelatie eindelijk aan het kruis genageld. Een bestendige opstanding zal vooral afhangen van de loopkrukken die Suriname zich nu gaat aanmeten. Wordt het dubieuze Chinese makelij of afgedankte uit Nederland? Of toch duurzaam vertrouwen op eigen kruk… eh, kunnen?

Iwan Brave

5 REACTIES

  1. Ai Sa Si
    Mooi en Chronologisch weergegeven met de daadwerkelijke feiten hoe wij ervoor stonden en er nog steeds voor staan.Eigenlijk een triest verhaal maar o zo waar!!!!!
  2. Djogo
    Niets nieuws onder de zon! Alleen een weergave wat allang bekend is. Voor iemand die zogenaamd inzage had in dossiers houdt hij het deksel op de pot! In mijn optie heeft Nederland groot gelijk, als men verwacht dat het nederlandse -bedrijfsleven van de hulp moet profiteren, want alle landen stellen die eis bij zulke hoge bedragen. Het is tenslotte hun belastinggeld en de ontvanger moet zowieso dankbaar zijn dat hij hulp krijgt!!
  3. Pinto
    Die "ontwikkelingshulp" is nooit bedoeld om Suriname weerbaar te maken, integendeel. De problemen ontstonden toen Suriname die gelden het liefste in de eigen regio(USA, Zuid-/Middenamerika) wou besteden. Voor elk wisje wasje was het dan niet meer nodig om ten laste van die tegoeden, deze of gene deskundige vanaf 8000km te laten overkomen. Dat is de ondertoon van het verhaal. Er zou geen vuiltje aan de lucht zijn als de militairen na die coup het land Suriname bij den Haag hadden ingeleverd!
  4. Zazou
    Beetje drama erbij: “In wezen had ......... al bij het begin heel bloedig was.” Wie is die zgn. critica? Als 1 of 2 django agenten die niet wilden luisteren hun pistool trokken dan schiet je ze neer voordat jij hun kogel in je mars krijgt! Die critica (NPSer) heeft geen snars begrepen van de situatie in die tijd. Op andere plaatsen stierven honderden en duizenden mensen bij een militaire staatsgreep, maar ook in landen met een zgn. democratische cultuur.