Een bezoek aan de Saramaccaners (1)

5

Door Clark Accord – In het Boven-Suriname gebied wonen de Saramaccaners. Hier wonen deze afstammelingen van weggelopen slaven, onder soms erbarmelijke omstandigheden. Gebrekkige gezondheidszorg, een onderwijssysteem dat slecht functioneert, en voor drinkwater zijn ze afhankelijk van de door kwik vervuilde Suriname-rivier en haar uitlopers.
In tegenstelling tot de voorouders van de Afro-Surinaamse bevolking uit het kustgebied hebben hun voorvaderen de afschaffing van de slavernij niet afgewacht. Soms met gevaar voor eigen leven hebben ze de natuurlijk bescherming van het gebied opgezocht. De onneembare watervallen, stroomversnellingen en tropische ziekten, vormden een buffer tegen achtervolgers.
Honderd en veertig jaar geleden schafte koning Willem de derde de slavernij af. Generaties daarvoor genoten zij die de ontberingen van het binnenland hadden verkozen boven de gruwelen van de slavernij, reeds jaren van hun veelal heldhaftig verkregen vrijheid. Door het isolement waarin zij leefden, waren ze in staat de tradities van hun voorouders in ere te houden.
Mijn reis naar het woongebied van de Saramaccaners vangt ‘s morgens in alle vroegte in Paramaribo aan. Terwijl de laatste flarden nachtelijke hemel worden weggepoetst en de lucht zich in allerlei tinten rood kleurt, worden fotograaf Marcel Gonzalez-Ortiz en ik afgehaald bij Zeelandia suite. Een pittoresk hotel in koloniale bouwstijl dat zich midden in de oude binnenstad bevindt.
De rit voert langs de Waterkant. Aan de ene kant staan de statige koloniale koopmanshuizen. Aan de andere kant stroomt traag de Suriname rivier. De amandelbomen aan de waterkant met hun horizontaal uitlopende groene bladeren dak staan stram in het gelid.
We passeren de centrale mark. Kooplieden zijn bezig met het uitladen van waar. Enorme bossen groeten worden op karren de overdekte markt binnengereden. Wagens met bakken vol kleurig fruit, geven hun vracht bij het gebouw af.
We verruilen het asfalt voor latteriet. Als een roodbruine lint slingert de uit bauxiet aarde aangelegde weg zich door het groene landschap. Door de vele regens van de afgelopen dagen, hebben de kuilen in de weg zich met watergevuld. Als spiegels reflecteren ze de blauwe met witte stapelwolken bezaaide hemel. De weg loopt van Paramaribo naar Atjoni. Daar zet de reis zich naar het binnenland zich voort via het water.
Met grote vaart razen we over de weg. Het oerwoud schiet in sneltempo aan weerskanten van de bus aan ons voorbij. In een bocht van de weg doemt opeens een tafelboom voor ons op. Het zaad van deze boom, die normaliter niet in Zuid-Amerika voorkomt, is hoogstwaarschijnlijk door slaven meegenomen uit Afrika, waar hij op de openvlakten groeit. Met zijn meters hoge stam en afgeplatte bovenkant domineert hij als een vreemde eend in de bijt de omgeving.
Na een rit van twee uur zijn we bij de voet van de Brownsberg. Dit is beschermd gebied. Hier onderbreken we de reis voor een wandeling in het recreatiegebied en om er te overnachten.
Aan de bomen zijn waarschuwingsborden gespijkerd. Zo ontkom je er niet aan dat je in een natuurreservaat bent. Verboden te jagen en geen zaden menen staat er overal te lezen.
De weg slingers zich tussen de bomen langs de helling omhoog. Ik hou mijn hart vast dat we niet in de modderige kuilen van de weg vast komen te zitten. De bomen in het dal zijn zo hoog dat sommigen exemplaren boven ons uit groeien. Er zijn er bij van hoger dan zestig meter. We bevinden ons op die hoogte.
Dan komen we op het plateau aan. Her en der liggen houten lodges verspreid. Hier kunnen bezoekers overnachten. Ze dragen namen van dieren die in het gebied voorkomen, z.o. tapir, wajamaka, kapasi, kwatta aap en koejake.
In de verte ligt in het dal het stuwmeer. De omvang van dit in de 60er jaren aangelegde kunstmatige meer is overweldigend. Over het water hangt een dunne mist sluier. Samen met de boven het water uitstekende boomtoppen en de eilandjes groen, geeft dat het meer iets surrealistisch.
Na geïnstalleerd te zijn, maken we een boswandeling. We passeren een enorme kuil in de grond. Een van de ingangen naar de tunnels waar er meer dan 100 jaar geleden naar goud gegraven werd. De berg was toen in concessie gegeven aan de Engelsman Browns. Naar wie de berg is vernoemd.
Met gevaar voor eigenleven werkten de slaven in het gangen stelsel die zich onder de grond bevind. Tegenwoordig zijn ze de verblijfplaats van schorpioenen, slangen en vleermuizen.
We volgen het pad dat naar de Irene val voert. De grootste van de tweewatervallen die de berg rijk is.
De verscheidenheid aan boomsoorten is enorm. De kankantrie of de bushmaster met zijn in sommige gevallen bijna 80meter hoge stam is indrukwekkend. Lokale mensen hebben ontzag voor de boom. Men gelooft dat boze geesten zich onder deze boom schuilhouden. Ook werden er vroeger slaven in opgehangen. De grote hoogte zorgde voor een afschrikwekkend beeld.
Een ander in het oogspringende soort is de abrasa of embrazer. De dodelijke omhelzing waarmee hij zijn gastheer omarmt, doet bijna menselijk aan.
Boven ons hoofd in het bladeren dak, maakt een groep baboeng apen(oerangoetang) een oorverdovend kabaal. Verder op het pad liggen de sporen van hun aanwezigheid kortgeleden, afgekloven brokstukken van een mij onbekende bosvrucht. De dieren zijn nergens te zien. Het is stil. Toch bekruipt me het gevoel dat we in de gaten gehouden worden. De gids botst het geluid van de dieren na. Boven ons blijft het stil. De apen laten zich niet in de maling nemen. We zijn al een eindje doorgelopen als, opeens een exemplaar ter grote van een uit de kluiten gewassen kind in het bladeren dak van tak tot tak slingert.
Eindelijk komen we na een moeizame tocht bergopwaarts, aan bij de Irene val. Klaterend stort het heldere water zich van grote hoogte naar beneden op grote stukken rotsblokken. Het koude water lijkt, een welkome geschenk voor ons zweterige lijven na de tocht.
Het koude water komt hard op mijn neer. Mijn hart lijkt voor een seconde stil te staan. De ijskoude straal doet mijn hart voor een seconde stil staan. De harde stralen masseren mijn huid en drukken mijn longen zowat mijn lijf uit. Met een aangenaam tintelend gevoel gaat mijn hoofd open. De felle rode kleur van de palulubloem die je hier overal in het wild tegen komt, steek plotseling nog scherper af tegen het overal aanwezige groen. Het doet pijn aan mijn ogen. Maar dan veranderen de watermassa in een in een aangename bad. Ik voel me als herboren.
Op de terug weg worden we overvallen door een tropische regenbui. Klets nat komen we thuis. Bij de loges is het meer in dikke nevel gehuld. De houten veranda geeft een adembenemende zicht op het meer. Het lijkt erop alsof de hemel naar beneden is gekomen. Moe zoeken we die avond vroeg ons bed op.
De volgende morgen worden we tijdens de rit naar beneden voor af gegaan door een morfeo vlinder. Lonkend met zijn metallic hardblauwe kleur fladdert hij voor ons uit de helling af. Alsof hij ons naar zich toe wilt lokken.
Als gehypnotiseerd staar ik de vlinder na. “ Ze lokken kleine kinderen mee het bos in.” De woorden van de gids brengen me terug bij de werkelijkheid. “Die zien hun ouders nooit meer terug. Hij voert ze naar de bosgeest toe.” Zegt hij
(wordt vervolgd)

Door Clark Accord

- Advertentie -

5 REACTIES

  1. Leuk.
    Alleen een kleine correctie op “baboeng apen(oerangoetang) een oorverdovend kabaal”

    baboeng apen = de brul aap. (2 ondersoorten Rode en Bruine).
    De Oerang Oetang komt in Indonesie en Borneo voor en is een van de weinige mensaap soorten (net als Gorilla’s).

  2. Geachte heer Accord,

    Niet anders zoals wij u kennen bij uw vertellingen, nostalgie, waaaaaay.

    Maar toch twee belangrijke correcties in uw verhaal:

    MARRONS, DIE HEBBEN ZICH INDERDAAD ‘VRIJGEVOCHTEN’:

    U zegt in uw verhaal: “In het Boven-Suriname gebied wonen de Saramaccaners. Hier wonen deze afstammelingen van ‘weggelopen’ slaven…”.

    Helaas heer Accord, maar Marrons zijn GEEN ‘weggelopen slaven’. Dit is zeer denigrerend anno de 21ste eeuw en geeft een vertekend beeld en een valse indruk van de Surinaamse Vrijheidsstrijd en de Surinaamse geschiedenis in haar algemeenheid, in het bijzonder over de Marronage (Memre Boni, Barron en Joliqeur).

    Marrons zijn nakomelingen van ‘VRIJGEVOCHTEN’ Afrikanen (die eerder onvrijwillig vanuit Afrika door Europeanen vervolgens meer dan drie eeuwen in onder andere Suriname in slavernij gebracht werden.

    Verder zegt u:

    “In tegenstelling tot de voorouders van de Afro-Surinaamse bevolking uit het kustgebied hebben hun voorvaderen (de Marrons dus) de afschaffing van de slavernij ‘niet afgewacht’.”

    Beste heer Accord, schrijver van het prachtig boek ‘De Koningin van Paramaribo’;
    Afro- Surinamers uit het kustgebied (Paramaribo), hebben de afschaffing van de slavernij beslist NIET afgewacht (Memre Kodyo, Mentor en Percent), maar lees ook het boek: ‘WIJ SLAVEN VAN SURINAME van Cornelis Gerard Anton de Kom (1898-1945).

    Maar Afro-Surinamers uit het kustgebied van Suriname en Afro-Surinamers uit het binnenland van Suriname, hebben in tegenstelling tot wat de Nederlandse geschiedenis Surinameres en de wereld wil doen geloven, juist in samenwerking met elkaar, bitter strijd geleverd tegen elke vorm van kolonialisme en neokolonialisme in Suriname, toen en nu Suriname (Lees het boek van Ludwich van Mulier: Desi Bouterse ‘Revolutie en Dekolonisatie’).

    Weet u heer Accord, juist omdat onze voorouders in het verleden zo vreselijk onderdrukt en misleid zijn geworden over ons zelf, onze broeders, onze zusters, onze geschiedenis en noem maar op, valt het niet mee om de dingen zodanig te kunnen weergeven zoals wij de huidige generatie dat behoren te doen. En trouwens het was 300 jaar lang, leugens, bedrog, onderdrukking, moor en uitbuiting, trouwens alles wat bij Anana verboden was.

    En moeizaam krijgen wij nu (achterhalen wij nu) en met veel vallen en opstaan, een indruk van wat men allemaal met ons gedaan heeft, maar ook wat er in het heden met ons vaak genoeg aan de hand is.

    Dus zijn deze fouten m.b.t. de Historie van Suriname (UNTORI), ook u vergeven.

    Tan bun brada, waka bun nanga lobi.

  3. A man accoord….. aboi e zieki kaba…..a lobi na koloniaal/katibo gedoe.

    ipv..meneer e zuku tori vooruit…a dom kop e kon nanga wan lo verleden katibo tori precies liki Opa Ruro.(Vnoshine)

    Din sortu man disi din djuka mus tik tja go las inni a busi.

  4. prachtig verhaal. Nu ik geen geld heb op vakantie te gaan, waan ik me door het lezen hiervan even terug in switie sranan. ga zo door man blijf ons voeden met je beeldende vertellingen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.