PvdA-leider: raadsleden Zuidoost moeten opstappen

9

De PvdA-raadsleden in het Amsterdamse stadsdeel Zuidoost die zich schuldig hebben gemaakt aan belangenverstrengeling moeten opstappen. Dat vindt de Amsterdamse PvdA-leider Lodewijk Asscher in reactie op een rapport van de Amsterdam Rekenkamer over subsidieverstrekking in Zuidoost, dat eind vorige week verscheen.

De Rekenkamer stelde daarin dat vier huidige PvdA-politici in Zuidoost persoonlijk profiteerden van overheidsgeld. Dat betreft raadsvoorzitter André Bhola en de raadsleden Henk Lalji, Egbert Doest en Mala Eckhardt-angna. Dit viertal heeft zichzelf of de organisatie waarvoor ze werkten financieel bevoordeeld volgens de Rekenkamer.

Asscher verwacht dat de lokale afdeling stappen onderneemt. Gebeurt dat niet dan zal het bestuur van de PvdA ingrijpen. Hij heeft daar ook contact over gehad met PvdA-voorzitter Ruud Koole. Een commissie zal dan oordelen over de positie van de PvdA’ers. De PvdA in Amsterdam Zuidoost heeft de absolute meerderheid. Dinsdag vergadert de deelraad over het rapport.

Volgens PvdA fractievoorzitter Lourens Burgers is er geen bewijs voor cliëntelisme en is een royement nog niet aan de orde. Burgers zegt tegen NieuwsuitAmsterdam.nl dat hij vooralsnog geen reden ziet waarom raadsleden zouden moeten opstappen. Dit zou alleen aan de orde zijn als zou blijken dat zij zichzelf bewust verrijkt hebben.

- Advertentie -

9 REACTIES

  1. Dwing ze tot aftreden moest het advies luiden, alleen daarna luisteren wij Surinamers, gezien de ervaringen met eigen DNA politici…

    Het patronage systeem is bij ons Surinamers nog steeds een blok aan het been waarvan wij maar geen afscheid kunnen nemen…

  2. Als Lourens Burgers de resultaten uit het rapport van de Amsterdam Rekenkamer niet onvoorwaardelijk oveneemt dan moet hij zelf ook maar opstappen.

  3. de pers heeft het rapport niet goed gelezen en de volkskrant heeft op basis van roddel en achterklap een verhaal gelanceerd. Iedereen in de Surinaamse gemeenschap heeft info. over de subsidiejunkies en de slemppartijen. En er is veel mis, maar de PvdA weet daar ook sinds jaar en dag van en heeft vaak niets ondernomen. Waar ik woon, heeft de heer Ramdas keer op keer geweigerd om te komen praten over onregelmatigheden voor wat betreft subsidies. Hij was steeds ziek, zwak en misselijk. Het geld is niet terrecht. De PvdA heeft zich als een bobo opgesteld en heeft een Surinaamse inwoner van de stad gevraagd te bemiddelen. Nu gaat het feest gewoon door in afgeslankte vorm welleswaar, maar toch. En het bestuur van de vereniging……die lachen in hun vuistje. Dat soort misstanden moesten reeds lang aangepakt worden maar het kwam de partij goed uit. Ze zullen echt niet de tanden laten zien want de allochtonen uit Zuid Oost zijn hard nodig om in Amsterdam de PvdA in het college te houden.

  4. Hoe betrouwbaar zijn de deze politici? Een indirekte voordeel/via slinkse weg,te behalen.Ze hoeven zich niet te schamen,want fouten maken is menselijk(eig.misselijk)toch?.Stemmen op eigen mensen is voor mij geen optie meer.Soso problema..mang

  5. Wanneer leren jullie het af….ieder keer stront aan de knikker met Suri’s: unu kaba wan dee tog…..klootzaaaaker’s.

  6. Mensen, ik trek geen partij voor niemand, maar dit is een opzet van de overheid om een reden te vinden om alle subsidies stop te zetten.
    Maar als je ziet dat er wel degelijk dingen zijn gedaan die met subsidie van de overheid tot stand is gekomen.
    Ik ben wel bang dat er een tweesplijt komt tussen hindoestanen en creolen onderling. Men zal onderling elkaar de schuld gaan geven over het wegblijvenb van subsidie gelden.
    Dus mensen laten we eerst de onderzoeken afwachten voor dat men wat zegd.

    A tang so

  7. Citaat: “Hoofdactoren bij het sjoemelen zijn de PvdA-besturen, -wethouders en -DB’ers. Zij wisten donders goed dat er met subsidies en bij verkiezingen (intern en lokaal) herhaaldelijk gesjoemeld werd. Zij zijn heel vaak daarop aangevallen. Zij lieten echter de sjoemelaars de kastanjes voor de PvdA uit het vuur halen om zo zelf buiten schot te blijven.”

    De PvdA is gezakt tot een zeer bedenkelijk peil. Dinsdagavond wordt het subsidiegesjoemel behandeld in de raad.

    Meer over de subsidiefraude op:
    http://www.amsterdam.pvda.nl/nieuwsbericht/4484
    http://henkdeboer.punt.nl/
    http://wimmos.punt.nl/
    http://metroindebijlmer.web-log.nl
    http://www.zuidoost.amsterdam.nl (debat op internet)

  8. Beste mensen, er is heel wat te doen in de media over Surinaamse politici in Amsterdam Zuidoost.

    Henk Lalji wordt genoemd als een van de personen die zich schuldig zou hebben gemaakt aan belangenverstrengeling en cliëntelisme. Omdat een verhaal altijd twee kanten heeft en tot nu toe alleen informatie via de verschillende media naar buiten is gekomen waar we onze mening op moesten vormen , nu even Henk zijn kant van het verhaal.
    groet, Rita

    Amsterdam 3 juli 2007

    Reactie van de heer H.D.M. Lalji (Pvda raadslid Stadsdeel Amsterdam Zuidoost) op constatering van de Rekenkamer Stadsdelen Amsterdam, in haar rapport over subsidieverstrekking in Zuidoost met betrekking tot belangenverstrengeling bij de uitoefening van het deelraadslidmaatschap.

    Volgens de Rekenkamer Stadsdelen Amsterdam heeft ondergetekende, H.D.M. Lalji, zijn bestuursfunctie van de gesubsidieerde instelling Stg. HCC Vikaash gemeld.
    Naar aanleiding van haar onderzoek is de Rekenkamer van mening dat de heer Lalji zich als raadslid bemoeit met de besluitvorming van de instelling waarbij hij betrokken is geweest te weten Stg. HCC Vikaash.
    Opmerking Lalji: op 10 juli 2006 ben ik afgetreden als voorzitter van Stg. HCC Vikaash. Bijgevoegd is het formulier “Wijziging functionarisgegevens” van de Kamer van Koophandel Amsterdam naar aanleiding van mijn aftreden als voorzitter van de Stg. HCC Vikaash (Bijlage 1). Na mijn aftreden heb ik op geen wijze beleidsbemoeienis gehad met Stg. HCC Vikaash.

    • In september 2006 heb ik een algemene motie ingediend in verband met het afwijzen van organisaties en ondernemers uit stadsdeel Amsterdam Zuidoost door de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) in verband met het oudkomerstraject. Bijgevoegd is een kopie van deze motie (Bijlage 2)

    • Het indienen van deze algemene motie heeft niets met belangenbehartiging of met belangenverstrengeling te maken maar met het vervullen van mijn rol als volksvertegenwoordiger in Amsterdam Zuidoost.

    • Bij de begrotingsbehandeling 2007 van stadsdeel Amsterdam Zuidoost heb ik, de indiener van een CDA motie, die gericht was op het volledig stopzetten van de subsidie van Stichting HCC Vikaash een aantal technische vragen gesteld. De CDA motie had de strekking om een al 10 jaar bestaande subsidierelatie tussen stadsdeel Amsterdam Zuidoost en Stg. HCC Vikaash van de ene op de andere dag stop te zetten.

    • De motie van het CDA was niet geagendeerd maar is staande de vergadering in alle drukte, tijdens de begrotingsbehandeling van 2007, ingediend.

    • Er was geen afstemming vooraf in de PvdA-fractie welk raadslid op de motie van het CDA zou reageren.
    • Gezien de vergaande strekking van de motie, namelijk stopzetting van de totale subsidie aan bovengenoemde stichting, kan de Rekenkamer Amsterdam moeilijk met inachtneming van de redelijkheid en de billijkheid en gelet op het doel van de motie, gestand houden dat ik met mijn technische vragen naar aanleiding van de vooraf onaangekondigde CDA motie, de Stg. HCC Vikaash wilde bevoordelen uit hoofde van belangenverstrengeling.

    N.b. Slimmer was het geweest indien ik als raadslid ervaren genoeg zou zijn geweest, om in deze situatie een schorsing aan te vragen voor intern overleg. Op dat moment was ik amper 7 maanden raadslid en had ik die ervaring niet en beging ik deze beginnersfout. In feite ben ik door de indiener van de CDA motie uitgelokt om mij in de discussie te mengen. Ik heb door mijn onervarenheid toegehapt en meegedaan aan de discussie. In de schorsing van deze raadsvergadering heeft het bewuste CDA raadslid mij een college gegeven over de juiste handelswijze in soortgelijke gevallen.

    • Uit deze schets van de situatie wil ik aangeven dat ik niet het vooropgezet plan had om aan de discussie met betrekking tot de ingediende CDA motie mee te doen, maar door mijn onervarenheid ben ik daartoe uitgelokt en heb jammer genoeg toegehapt.
    • Ideaal zou zijn geweest een schorsing aan te vragen en in de schorsing zouden het woordvoerderschap en stemgedrag zijn vastgesteld.
    • Van boze opzet of de intentie om koste wat koste aan de discussie en de stemming mee te doen was van mijn kant totaal geen sprake.
    • Ik vind het dan ook onjuist en volstrekt buiten proporties dat de Rekenkamer Stadsdelen Amsterdam ondanks mijn reactie naar aanleiding van haar bevindingen gemeend heeft mij van belangenverstrengeling te moeten beschuldigen.
    • Dit ondanks het feit dat ik bij mijn bovengenoemd optreden in de raad al 4 maanden geen lid meer was van het bestuur van STG. HCC Vikaash.
    • Ook als ik voor deze CDA motie had gestemd was hij verworpen, omdat de motie maar 4 stemmen voor kreeg en 22 Stemmen tegen. Mijn tegenstem in deze was niet doorslaggevend.

    • Het feit dat mijn broer sedert 10 juli 2006 als penningmeester gekozen is bij Stg. H.C.C. Vikaash, zou volgens mij niet betrokken moeten worden om mij koste wat het kost in een constructie van belangenverstrengeling te loodsen met betrekking tot mijn optreden bij de bovengenoemde CDA motie dd 7 november 2006.

    • Ik heb sedert mijn aftreden op 10 juli 2006 geen enkele bemoeienis met de activiteiten van het nieuw bestuur van Stg. HCC Vikaash. Dit heb ik bewust gedaan daar ik het nieuwe bestuur niet voor de voeten wilde lopen. Ik heb na mijn aftreden als bestuurslid gekozen om mij te concentreren op mijn raadswerk als lid van de PvdA fractie in Amsterdam Zuidoost en bewust niet bemoeid met bestuursactiviteiten en beleid van het nieuwe bestuur van Stg. HCC Vikaash.

    • In dit verband heb ik noch met mijn broer, noch met de andere gekozen bestuursleden van Stg. HCC Vikaash discussies gehad over het reilen en zeilen bij de Stichting, juist omdat ik mijn werk als raadslid zonder last of ruggespraak wens te doen.

    • De Rekenkamer Stadsdelen Amsterdam had dit kunnen navragen bij mij, of bij welk willekeurig lid van het nieuwe bestuur van Stichting HCC Vikaash, voordat zij tot haar definitief rapport was overgegaan.

    • In een gesprek dat ik met een functionaris van de Rekenkamer Stadsdelen Amsterdam, de heer E.V. Oppenhuis, op 28 mei jl had in verband met het aftasten van nut en noodzaak voor een mondeling onderhoud, over haar voorlopige bevindingen met betrekking tot het “Onderzoek Rekenkamer Stadsdelen Amsterdam naar het subsidieproces in stadsdeel Amsterdam Zuidoost” werd mij door de heer Oppenhuis aangegeven dat dit niet echt noodzakelijk was, aangezien mijn rol in het kader van het onderzoek bescheiden was.

    • De heer Oppenhuis van de Rekenkamer gaf mij het advies het maar te laten bij een schriftelijke reactie gezien mijn bescheiden rol in het kader van het onderzoek.
    • Ik drong bij de heer Oppenhuis aan op zuivering van mijn naam naar aanleiding van de door mij opgestelde reactie in verband met de voorlopige bevindingen van de Rekenkamer.
    • Ik wees de heer Oppenhuis in het bewuste gesprek op het gevaar van het in discrediet brengen van mijn naam door deze in één adem te noemen met andere door de Rekenkamer voor te dragen hoofdrolspelers in het kader van haar onderzoek.
    • Ik wees de heer Oppenhuis op het effect daarvan in de media bij het miljoenenpubliek: “dat zo de indruk zou worden gewekt dat er ook iets goed mis moet zijn met de heer Lalji”
    • Ondanks mijn indringend gesprek met de heer Oppenhuis van de Rekenkamer en zijn verzekering aan mij, dat mijn rol in het onderzoek heel bescheiden is en dat mijn schriftelijke reactie op de voorlopige bevindingen van het onderzoek naar het subsidieproces in stadsdeel Amsterdam Zuidoost zou volstaan, en deze door de Rekenkamer integraal zal worden gepubliceerd, is precies gebeurd waar ik de heer Oppenhuis vooraf voor gewaarschuwd heb.

    • Vanaf donderdag 28 juni jl. wordt mijn naam in de media in één reeks genoemd met de door de Rekenkamer aangewezen hoofdrolspelers in haar onderzoeksrapport.
    • Ik ben van mening dat mij hiermede zowel in materieel als in immaterieel opzicht ontzettend veel onrecht wordt gedaan, althans zo voelt het aan.
    • Mijn in meer dan 30 jaar zorgvuldig opgebouwde reputatie van onbaatzuchtige werker voor de publieke zaak wordt hiermee van de ene dag op de andere aan diggelen gegooid zonder dat hieraan een deugdelijke en zorgvuldige argumentatie ten grondslag ligt.

    • Dit is echt niet mijn motivatie geweest, waarom ik mij ongeveer 1 jaar geleden verkiesbaar heb gesteld als kandidaat voor de PvdA bij de deelraadsverkiezingen.

    • De Rekenkamer Stadsdelen Amsterdam heeft op verzoek van de fractie van de PvdA onderzoek gedaan naar het subsidieproces in Amsterdam Zuidoost, wat een goede zaak is, maar gedraagt zich in mijn ogen niet betrouwbaar bij het nakomen van haar afspraken ten aanzien van publicatie van mijn reactie op haar bevindingen.

    • De Rekenkamer Stadsdelen Amsterdam heeft via haar medewerker de heer Oppenhuis op 28 mei jl. met mij afgesproken dat mijn reactie op haar bevindingen integraal in haar eindrapport zou worden opgenomen. Dit is slechts gedeeltelijk gebeurd.

    • Ook is er hierover niet met mij gecommuniceerd, noch schriftelijk, noch mondeling maar moest ik dit constateren bij de presentatie van het definitief rapport door haar directeur dr. V.L. Eiff op woensdag 27 juni jl.
    • Op een vraag van mij hierover bij de presentatie van het rapport gaf de heer Eiff mij te kennen dat publicatie van de door mij meegezonden motie in het eindrapport, naar zijn oordeel zijn bevindingen niet zou wijzigingen en dat hij daarom maar besloten heeft de motie (over oudkomers trajecten) niet te publiceren. Voor mij was publicatie van de motie wel essentieel omdat uit de motie zou blijken dat de intentie van de motie gericht was op het bieden van een steun in de rug aan alle door DMO afgewezen organisaties uit stadsdeel Amsterdam Zuidoost bij de gunning van oudkomers- trajecten in september 2006.
    • Het publiceren van de door mij naar de Rekenkamer opgestuurde motie in haar eindrapport zou de beschuldiging van de Rekenkamer aan mijn adres dat de door mij ingediende motie was ingegeven vanwege belangenverstrengeling logenstraffen.
    • Zonder hoor- en wederhoor toe te passen besloot de Rekenkamer eenzijdig de door mij opgestuurde motie die integraal onderdeel vormde van mijn reactie op de bevindingen van de Rekenkamer niet in haar eindrapport te publiceren. Op deze wijze heeft de Rekenkamer de lezer van haar rapport geen objectief beeld gegund van de totale gang van zaken, zodat zij zelf tot de conclusie konden komen of de constatering van de Rekenkamer dat ik mij aan belangenverstrengeling heb schuldig gemaakt bij de indiening van bovengenoemde motie in september 2006 juist is of niet.
    • Samenvattend komt bij mij het beeld naar boven drijven dat de Rekenkamer koste wat kost haar beeld dat er in Stadsdeel Amsterdam Zuidoost:” iets goed mis is met de subsidieverstrekking nadrukkelijk wilde bevestigen”.

    • Zonder dat de Rekenkamer in het kader van haar onderzoek mij ooit heeft gehoord, los van het op mijn initiatief gevoerde gesprek op 28 mei jl. naar aanleiding van haar voorlopige bevindingen, heeft de Rekenkamer mij toegevoegd tot de door haar samengestelde lijst van zeven raadsleden die zich aan belangenverstrengeling zouden hebben schuldig gemaakt.

    • Het beeld dat ik hieraan overhoud is dat de Rekenkamer ondanks mijn feitelijke- en inhoudelijke reactie op haar voorlopige bevindingen geweigerd heeft om haar oordeel, dat ik mij aan belangenverstrengeling zou hebben schuldig gemaakt, te wijzigen.
    • Bij mij ontstaat het beeld dat ik door de Rekenkamer met de haren erbij ben gesleept, bij de lijst van de door haar aangewezen personen (de zogenaamde belangen verstrengelaars)
    • Ondanks de door de Rekenkamer in haar rapport aangebrachte nuancering, dat er bij mij geen sprake is van eigen gewin, ben ik van mening dat door de grote media belangstelling voor het onderzoek van de Rekenkamer, mijn goede naam en eer door de werkwijze van de Rekenkamer zonder een naar de omstandigheden van het geval te billijken deugdelijke grondslag hiervoor, zeer ernstig is geschonden.

    • De berichtgeving in media als At5 en het Parool n.a.v. het Onderzoeksrapport van de Rekenkamer m.b.t. mijn persoon is zeer tendentieus. Een groot deel van de media put selectief uit het verslag van de Rekenkamer. Zo vermeldt zij niet dat de Rekenkamer bij haar onderzoek naar mijn functioneren als voorzitter van Stichting H.C.C. Vikaash (April 2002 t/m 10 Juli 2006) geen onregelmatigheden,een geen eigen gewin heeft geconstateerd.

    • De komende dagen ga ik dan ook alles in het werk zetten om bijstelling van het oordeel van de Rekenkamer en rectificatie van de berichtgeving m.b.t. mijn persoon in de media te bewerkstelligen.

    • Burgers van Amsterdam, Burgers van Nederland, ik laat het aan u over welk oordeel u over mij wil vellen naar aanleiding van de beschuldigingen van de Rekenkamer Stadsdelen Amsterdam aan mijn adres.

    • Intussen beraad ik mij over de te nemen stappen richting de Rekenkamer van Amsterdam.

    • Ik dank u voor uw aandacht en reken op een wijs en rechtvaardig oordeel.

    w.g. Henk Lalji (Raadslid PvdA Amsterdam Zuidoost)

    Tel. 06 – 53 83 58 81
    henk.lalji@yahoo.com

  9. waarom moet ik de overwegingen van de heer Laljie kennen en waarom moet ik hier over zijn zielepijn en ellende lezen. Ik heb het rapport van de RA gelezen en het rapport is gedegen en wetenschappelijk goed onderbouwd. Alles wat er is gebeurd in ZO is reeds lang bekend,want er wordt in brede Surinaamse kring over gefluisterd. Deze mensen die nu met naam en toenaam worden genoemd, dat is een klein topje van de ijsberg. De mensen die genoemd worden zijn allen tussen de 49- 60 jaar oud en hebben de tijd van hun leven gehad hier in Nederland. Meneer Kout die nu in Suriname is en jarenlang een success als Kwakoe gebruikt heeft voor zichzelf. Kraamhouders die vertellen over het geld dat cash aan bestuur van Kwakoe moest worden afgedragen. In Rotterdam de heren van Krosbe en Odeon…wat daar niet allemaal gebeurde, Utrecht, Den Haag…ai mi boi, het was me een feest en slemppartij. Ik ga niemand verdedigen,omdat de waarheid niet toestaat dat mensen opnieuw tot slachtoffers van blanke onderdrukking worden gebombardeerd. Ik vraag me af hoe lang de mensen van de jongere generatie die geen escape naar Suriname hebben omdat ze daar geen roots hebben, bezig zullen zijn met het ruimen van puin. Neen, meneer Bhola, Lalji, Tara Singh Varma en cs, ik bedank jullie en allen die ik hier niet mag noemen omdat jullie namen in circuleren in brede Surinaamse kring en iedere keer weer aangdrongen wordt op geheimhouding. Dat na sari Tori.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.