Home Columns Causaal verband

Causaal verband

0

Door Iwan Brave – Heather-Leezza is gevallen van de trap – van de zolderverdieping – en helemaal beneden op haar gezichtje beland. Ze wilde zich keren om voetje voor voetje achterwaarts de trap af te kunnen dalen. Vanwege haar maillot wist ik meteen dat dat niet goed kon aflopen, maar snelde toch te laat toe. Ze zwiepte onderuit. Terwijl ze luid bonkend naar beneden rolde, rende ik, haar naam uitgillend, er achteraan. Ik beleefde de pijnen en doodschrik die mijn evenbeeldje onderging op een trap die natuurlijk voor zo’n ukkie van anderhalf eindeloos hoog is.

Het pand telt drie trappen. De benedentrap, twee verdiepingen lang met overloop, had al een hekje vanwege de vele kleinkinderen die het huis vroeger kende. Voor die van de zolder, waar wij verblijven, was één in de planning. Maar na Heather-Leezza’s val heb ik, na een tip van een vriend, meteen een tweedehandse bemachtigd op Marktplaza via het internet. Stom dat ik daar zelf niet ben opgekomen en onvergeeflijk dat ik de maatregel wegens geldgebrek vooruit had geschoven.

Al voor de komst van de kinderen uit Suriname, een maand geleden, realiseerde ik me dat hun nieuwe wereld nieuwe risico’s met zich zou meebrengen, waaronder de befaamde Nederlandse trappenhuizen. Ook voel ik me schuldig dat ik ze hun ongeëvenaarde Surinaamse buitenleven heb ontnomen. Als Heather-Leezza ongelukkig was terechtgekomen, dan was er voor mij een direct causaal verband met mijn ex-drugsverslaving. Daarom check ik regelmatig de kachels beneden en zorg boven voor zoveel mogelijk ventilatie vanwege de geiser. Ook zie ik erop toe dat de huissleutels altijd in handbereik zijn, zodat we bij eventuele calamiteiten niet als ratten in de val zitten.

Wat dat betreft zie ik onze geïmproviseerde leefsituatie als een vorm van aanhoudende gevaarzetting door mijn recente verleden. Nu ik het traphekje heb geplaatst, geldt dat minder ten aan zien van trapongelukken. Niet dat ik daarmee mijn geweten verschoon, maar het gaat erom dat ik naar uiterste vermogen weer een veilig thuishaven creëer voor mijn gezin.

Het romantische gevoel van weer opstaan, ebt zo zoetjes aan weg. Regelmatig bekruipt mij het gevoel te zijn teruggekeerd van een verre dwaling. Hoe heb ik überhaupt in mijn leven kunnen menen dat drugs ‘geestverruimend’ zijn. Dankzij mijn therapie, in combinatie met het ambulante programma bij het Jellinek, heb ik nu de overtuiging dat het gewoon gerommel met de chemische huishouding van je hersenen is. Hoewel ik gebruik van harddrugs altijd heb ervaren als ‘rollercoasten’ met je hersenen, viel het muntje pas enkele maanden geleden, na een benauwende cold-turkey. Alsnog onderstreep ik met kracht de legendarische slogan ‘say no to drugs’ van de wijlen Amerikaanse oud-president Ronald Reagan.

Ik weet dat ik op een dag weer alles op de rails zal hebben. Alleen is de vraag wanneer. En: zal ik volharden in mijn rotsvaste geloof in Christus? Is het geen nieuwe vlucht van mij, waaraan ook Gabriëlle en de kinderen vastzitten? Zelf heb ik geen moeite met de overgang van een vrijstaand huis, op een zonovergoten erf in de tropen, naar een benauwende zolderruimte in grijs Nederland. Maar ja, dat is mijn romantiek die Gabriëlle ongevraagd is opgedrongen. Soms blijft ze, vooral bij koudig weer, gedeprimeerd en gekooid liggen in de slaapkamer.

Gabriëlle’s leven was in Paramaribo tijdens mijn verslaving ineens veranderd in een hel. Daar zat ze als jonge moeder, alleen, met twee kleine kinderen, wiens vader op drift was geraakt en vervolgens via een psychiatrisch centrum en een afkickcentrum naar Amsterdam werd gepost. Gabriëlle had uit overleving al de knop omgezet. Daarom nam ze anticiperende beslissingen waardoor ik me ‘verraden’ heb gevoeld door haar.
“Maar heb je haar wel gevraagd of ze het aankon?”, hield Katharina, mijn therapeute mij al voor. Het is hard, maar elke gradatie van zelfbeklag staat totaal herstel in de weg. Gabriëlle’s geestelijke wonden zijn nog vers. Dat komt tot uiting in haar harde woorden, die bij mij soms machteloosheid en agressie oproepen. Maar ik ben om twee belangrijke reden in therapie gegaan: geen drugs meer én beheersing van mijn woederegulatie. Kortom: mezelf als mens in de hand houden. Al was het maar voor mezelf.

“Ik wil van niemand meer afhankelijk zijn; in dat opzicht hoef ik geen man meer”, zei Gabriëlle laatst. Hoewel zij mij wil grieven met dergelijke woorden, gelukt het mij – soms met zeer veel moeite – op te brengen dat ze dat vooral doet uit zelfbescherming. Alle pijn en frustratie dat het bij mij oproept, laat ik tintelend via mijn buikwand naar buiten gaan. Niet alleen daden, maar ook tijd en begrip moeten de wonden helen. Door haar die ruimte te geven en niet explosief te reageren, zal wellicht bij haar het vertrouwen eens weer volop stromen. Het klinkt allemaal heel wijs, maar of we zullen slagen is maar de vraag. De beproevingen zijn niet licht. Ik moet me vooral houden aan de keuzes die ik heb gemaakt; daarin moet ik voor mezelf zuiver staan. Dus als Gabriëlle zegt: “Voor mij is dit huwelijk zo goed als afgelopen”, dan is dat voor mij geen vrijbrief om mijn pik achterna te gaan lopen als ik woedend de deur achter me dichtsla.

Mijn besluit tot innerlijke opschoning is als het plaatsen van een traphekje. Ook al heb ik onze relatie in die hachelijke positie gemanoeuvreerd, als we toch verder naar beneden denderen dan wil ik desondanks tegen mezelf kunnen zeggen: ik heb er alsnog alles aangedaan dat te voorkomen. Dankzij mijn ‘therapie voor traumaverwerking’ krijg ik gereedschap en materiaal in handen om een zo stevig mogelijk traphekje te plaatsen.

Ondanks mijn vastberadenheid is de scheidingswand met neerslachtigheid flinterdun. Ik moet zorgen dat ik de goede kant opstroom. Door mijn hoofd schoon te houden. Het zijn meestal blokkades die we ons zelf opwerpen waardoor onze positiviteit niet kan stromen, leer ik. “Als je negatief denkt, dan krijg je negativiteit, als je positief denkt, krijg je positiviteit”, herhaalt mijn therapeute geregeld. En zo is het ook. Met geloof als voorlopig wankel traphekje.

Iwan Brave – Lees meer ontboezemingen op ‘Amsterdams Venster‘.

GEEN REACTIES