Slechts invoeren

3

Iwan BraveDoor Iwan Brave – “Au…, ou…, ui…, áá…, éé…” Het is zaterdag. Daniël oefent vlijtig klanken en woordjes. Gisteren trok ik de stoute schoenen aan en klopte aan bij een school, twee hoeken verderop, om te vragen of hij als ‘gastleerling’ mag meedraaien. De adjunct-directrice had er aanvankelijk een zwaar hoofd in. De periode van allerlei afsluitingsactiviteiten was aangebroken. Ook moest ze rekening houden met de klasjuffrouw.
“Ik denk niet dat die met deze drukte gaat zeggen: Ha fijn, nog een kind bij!”, zei ze. “De vraag is natuurlijk ook: is het een handelbaar kind?” Even aarzelde ik vanwege onze vader-kind-strubbelingen, maar zei: “Daniël is een hele lieve jongen.” Voor de geloofwaardigheid gooide ik erachter: “Hij is natuurlijk wel een gezonde bengel.”
Ook vroeg de hoofdjuffrouw zich af of de ‘hectische periode’ in Daniëls belang zou zijn. Zijn vakantievisum vond ze geen bezwaar. “Belangrijk is dat het kind zich veilig voelt en aandacht krijgt.”

Ze wilde een uur bedenktijd en eerst overleggen met de betreffende klasjuffrouw. Wel had ze me al laten zien in welke klas Daniël eventueel zou komen. Ik wandelde met een zekere watervrees door het schoolgebouw. Het riep vervlogen herinneringen op. De gangen, ingeklemd door twee trappenhuizen, met hun ingesleten marmeren treden. Het is een voormalige RK-school – nu oecumenisch – grenzend aan een kerk en parochie met een omsloten binnenspeelplaats. Het leek een mini-uitvoering van mijn vroegere RK-jongensschool. Maar ik bedacht me dat ik als kind natuurlijk alles veel kolossaler had beleefd. De gangmuren waren behangen met kleurige, blijmakende werkstukken van leerlingen. Ik was aangenaam verrast toen het pauze werd en de kinderen uit de klassen stroomden: allerlei soorten afkomsten zag je!
“Wij zijn geen witte of zwarte school”, zei de juffrouw. “Onze kracht en kwaliteit is juist de diversiteit aan afkomsten.” En het was beslist geen pr-praatje; het voelde net zo vertrouwd aan als in Suriname, waar het de normaalste zaak is dat allerlei culturen door elkaar krioelen.

“Ik hou mijn duimen gekruist”, had ik foutief uit enthousiasme tegen de juffrouw gezegd. Thuis wachtte ik af met ouderwetse spanning als na een examen. Vanwege de smeltkroes, die de school toch wel is – en natuurlijk ook die ideale loopafstand – hoopte ik vurig dat Daniël zou worden aangenomen. Hem wachtte beslist geen cultuurschok. Toen de juffrouw belde met de mededeling: “Ik heb heel erg moeten pleiten, maar het is prima dat hij komt”, was ik zo blij als een geslaagde. “En als hij wil, mag hij ook mee op schoolreisje.”

Even later gingen we met zijn vieren naar Daniëls nieuwe school. Ik had me volkomen in hem verplaatst toen we tegenover al zijn nieuwe klasgenootjes stonden. Ik was ook zes toen we naar Nederland vetrokken. De klas mocht voor mij nu dan wel overzichtelijk zijn met kleine meubels en kleine mensen, maar voor Daniël was het een compleet nieuwe wereld. Ik kreeg een knoop in mijn buik; alsof ik het was die overeind moest blijven tegenover al die vreemde, nieuwe ogen.
“Daniël mag hier naast mij komen zitten”, zei een mooi karamelgetint meisje. Daniël beende vastberaden door het lokaal en ging naast haar zitten. “Dag allemaal”, zei hij ongelooflijk dapper. Toen we weer op de gang waren, zei ik opgelucht tegen de hoofdjuffrouw: “Volgens mij had ik het zwaarder dan Daniël.”

Hoewel hij in Suriname als ‘late leerling’ in de tweede kleuterklas zat , is hij toch in ‘groep 3’ geplaatst. Ik had de hoofdjuffrouw bij ons eerste gesprek verteld dat ik hem zelf heb leren lezen. Ik weet niet of ik de juiste methodiek heb gebruikt, maar hij kent alle klanken en letters. Ter illustratie vertelde ik dat Daniël op een dag, wijzend op een advertentie op de achterkant van het telefoonboek, had gezegd: “Papa, hier staat Hakrinbank.” Hij had het zelf uitgevist.
“Mooi, dat is ongeveer het leesniveau van groep 3”, reageerde de jufrouw. “Maar we hebben sowieso een orthopedagoog die gaat bekijken waarin hij eventueel achterstand heeft.”

Vanmorgen ben ik met Daniël achter de computer gekropen om klanken en woordjes te oefenen. Hij zat op mijn schoot. Dat was alweer meer dan acht maanden geleden voor het laatst. Hij wist nog vrijwel alles. Ook de ‘nk’-, ‘ng’- en ‘ch’-klanken. Ik schreef, hij spelde en las hardop de woorden. Sommige mocht hij zelf intikken.
Nog enkele jaren geleden vroeg ik me zorgelijk af wat ik mijn kinderen creatief te bieden zou hebben. Ik ben geen goede muzikant, kan niet tekenen, ben een matige sporter en zingen kan ik al helemaal niet. Maar het was natuurlijk onzin, realiseerde ik me ineens. Ik ben goed in lezen en schrijven. En mijn instrument is de computer. Lezen en schrijven vormen bij uitstek dé sleutel naar kennis en ontwikkeling, en al helemaal op een computer. Het is verbazingwekkend hoe de hersenen van een kind werken als een nieuwe, geformatteerde harddisk. Je hoeft slechts in te voeren, het kind zorgt zelf voor de opslag. Je hoeft weinig uit te leggen. Het is zoals bij een liedje. Je vroeg je toch ook niet af waarom Kortjakje altijd ziek was behalve zondags. Dus ‘ôh’ plus ‘èh’ wordt ‘oe’… ‘áh’ plus ‘uh’ wordt ‘auw’. Punt uit.

Daniël wist ook nog altijd de functie van backspace, spatie en hoe je de cursor moet verplaatsen zonder wissen. Feilloos bedacht en schreef hij zelf de zin: ‘De boomstam is bruin’. Vanmorgen liet ik zien hoe je met tabs sprongetjes kan maken. Aan het eind printten we twee velletjes met klanken, woorden en leuke zinnetjes, die hij keurig aan elkaar niette. Het ziet eruit als echt leermateriaal. Dat is wat ik mijn kinderen kan bieden qua creativiteit!
“En je moet oefenen, want ik heb de juffrouw gezegd dat je goed kan lezen”, zei ik hem. Ik moest me echt inhouden om niet te zeggen: “En laat me niet vallen.” Maar dat kan ik, realiseerde ik me meer dan ooit, alleen afdwingen door vertrouwen in hem te stellen.

Iwan Brave – Lees meer ontboezemingen op ‘Amsterdams Venster‘.

- Advertentie -

3 REACTIES

  1. Geweldig zo haalt hij niet alleen zijn leesachterstand in maar ook zijn computervaardigheden worden ontwikkeld goed gezien Iwan…….
    Hoe is het nu ze hier zijn? Je hebt ze lang moeten missen was het als vanouds of heb je gewooen weer opgepakt….

  2. Wat leuk om jouw verhaal te lezen, vandaag pas je colum ontdekt, dus ik ga je nu zeker vaker lezen. De beschreven gevoelens klinken erg logisch en enigzins herkenbaar. Alles oke voor de rest en iedereen weer gesetteld? Ik ben erg benieuwd hoe het jouw vergaat.
    Groetjes, je nichtje

  3. Beste Iwan,

    Bravo. Waak ervoor dat ze jou kind in deze samenleving niet als achterstandskind gaan beschouwen. Surinaamse kinderen(kinderen in suriname) zijn niet zo spraakzaam vergeleken met de nederlandse kinderen. Met als gevolgd dat deze nieuwkomers door hun weinig praten in het begin, gezien worden als achterstandskinderen, Terwijl het gewone normale slimme kinderen zijn. het is altijd effe wennen voor surinaamse kinderen in de nederlandse klas, omdat de nederlande taal gebruik en omgang met mekaar eenmaal anders is. Ik heb het dan over articulatie, zinsvorming, uitdrukking, gramatica en het accent waarmee wordt gesproken. Keep up the good work with your childeren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.