Vliegreis

0

Chris PolanenDoor Chris Polanen – Eindelijk weer naar Suriname. Het vliegtuig zit volgepropt met Surinamers, waaronder natuurlijk veel Euro-Suri’s en een kleine hoeveelheid Nederlanders. Ik sla de contacten gade die onvermijdelijk ontstaan als mensen zo dicht op elkaar zitten.
Een meter voor mij staat een oudere Surinaamse dame in het gangpad. Ze praat tegen een groep Nederlanders. Haar stem die luid en indringend is verraadt een decennialang verblijf in Nederland. Ze vertelt over zichzelf. En hoe de Nederlanders zich moeten gedragen in Suriname. Ze steunt met een hand op de leuning van een stoel, haar andere hand beweegt aldoor, waarbij ze haar wijsvinger opgeheven houdt. De verhalen gaan onafgebroken door. De Nederlanders luisteren aandachtig naar de Euro-Surinaamse levenslessen. Ze hebben weinig keus, niemand krijgt er een woord tussen.
Naast mij zitten ook Euro- Surinamers. Een man en een vrouw van middelbare leeftijd.
De man heeft een heel lage stem en praat langzaam, de vrouw heeft juist een hoge stem en praat snel. Ze zijn beiden bezig met de bouw van een huis in Suriname.De vrouw is nog in de fase van bouwtekeningen, de man is al met de echte bouw begonnen. Ze gaan nu beiden naar Suriname om de touwtjes zelf in handen te nemen.
‘Ik had zes maanden uitgetrokken voor de bouw, maar alleen de bouwtekening laten maken heeft al drie maanden gekost,’zegt de vrouw. In haar stem hoor ik langdurige en hevige irritatie.’Eerst was de computer van de tekenaar gecrasht, toen kwamen de feestdagen ertussen en toen de tekening klaar was, was het huis een meter te smal!’ De man naast haar knikt begrijpend.’Nu heeft hij die verkeerde tekening toch maar ingediend voor de bouwvergunning, maar ik heb al gehoord dat dat ook een eeuwigheid kan duren,’zegt de vrouw,’tenzij je iemand daar kent!’ De man schudt zijn hoofd en zegt: ‘Bij mij zijn ze al aan het bouwen, maar vraag niet hoe. Mijn broer belde hij mij laatst op en zei: het gaat niet goed met dat huis van je. Alles staat scheef!’
De man gaat steeds luider praten.’Alles wat niet recht staat laat ik ze weer afbreken! Als die aannemer nonsens maakt, breek ik z’n mars!’ De vrouw knikt: ’Als die tekenaar mij op blijft fokken, zal hij wat moois meemaken,’ zegt de vrouw.
Een paar stoelen van mij af zit een moeder met haar zoontje. Ik schat haar rond de vijfentwintig en de jongen een jaar of acht. Ze is superslank, heeft heel lichte ogen en lang donker haar. Zowel onder als boven in haar mond flonkert een gouden tand en als ze opstaat komt er een forse tatoeage op haar buik te voorschijn. De jongen heeft een soort zwarte muts op waarin rasta’s hun dreads weg stoppen.
Ze krijgt af en toe gezelschap van een meisje van een jaar of 18 in een jogging pak met een pet op. Die moet regelmatig iets in het bagagevak boven de moeder pakken. Ze klimt daarbij op de stoel, maar krijgt nooit te pakken wat ze wil. Een behulpzame man helpt haar hier telkens bij, maar het is te merken dat hij dat met steeds minder plezier doet.
Een half uur voor de landing hoor ik iemand huilen. Het is het meisje in het joggingpak.
Ze staat bij de jonge moeder. Ik hoor niet goed wat ze zegt, maar ze herhaalt telkens het woord ’bang’. Er is een natte plek te zien in de jogging broek. Ze heeft in haar broek geplast.
De jonge moeder kijkt niet blij. Ze vraagt waar het meisje bang voor is. Het meisje legt van alles uit en blijft ontroostbaar. De moeder wijst haar op haar broek en het meisje trekt haar shirt zo ver mogelijk over de natte plek heen. Aan de toon van de moeder te horen en aan haar gezicht te zien, verliest ze haar geduld. Het meisje loopt haastig weg.
De moeder richt zich tot twee mannen die voor haar zitten:’Eerst ging ze om de twee uur wijn halen en nu die wijn op is, is ze bang!’Ik hou niet van deze dingen!’ De mannen luisteren geamuseerd. Ze gaat op de leuning van haar stoel zitten en vertelt verder.’Net trok ze die deken over haar hoofd en zei ze ma……(scheldwoord)Het is mijn zusters kind, maar ik hou niet van deze dingen.’ De mannen lachen en de moeder geniet duidelijk van de aandacht. Het wordt mij niet duidelijk waarom het meisje zo bang is. Een van de mannen, met kale kop en glimmende oorbel, vraagt de moeder iets.’Dit is mijn zoontje,’zegt ze,’ maar ik heb ook nog een zoon.’ De mannen zijn net zo verbaasd als ik. Hoe jong is ze dan geweest toe ze haar eerste zoon kreeg?
De man vraagt door.’Je wil te veel informatie,’zegt de moeder en lacht.’Pas op met hem,’zegt de ene man over de andere,’hij is een duivel.’De duivel lacht smakelijk.
Dan is het tijd om te landen. Suriname pas op, de Euro-Suri’s komen er aan. We weten alles beter, willen(snelle en rechte) huizen bouwen, zijn soms wat neurotisch, planten ons net zo enthousiast voort als in Suriname en we nemen onze eigen duivel mee.

Chris Polanen – h.polanen47@chello.nl

- Advertentie -

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.