Home Columns Oom Paul

Oom Paul

4

Door Chris Polanen – Als ik in Suriname ben moet ik altijd even bij oom Paul langs. Oom Paul is geen echte oom, maar een vriend van de familie. Ik ken hem al zolang ik mij kan herinneren. Het is al een uur of zes als ik zijn straat in loop. Het is nog licht, maar het is van een kwetsbare kwaliteit. Het zal snel donker worden. Oom Paul woont in een straat, die parallel loopt aan de Julianastraat, waar ik opgegroeid ben. Een straat die het centrum van Paramaribo met het noorden van de stad verbindt. Het is zo een straat waar iedereen vroeg of laat wel eens door rijdt, maar bijna niemand stopt.
Het huis van oom Paul heeft zijn beste tijd al gehad. Een felgroene klimplant die balkon en trap bijna geheel bedekt, lijkt de planken bij elkaar te houden. Alleen de stenen pilaren waar het huis staat, zijn nog fier en stevig. Ik stop voor de poort en zie een gestalte zich losmaken uit de schaduwen onder het huis. Oom Paul. Zoals altijd in short, met bloot bovenlijf, de massieve bierbuik moeizaam meesjouwend. Ik loop naar de poort die hij met een zwaai opent.’Aaai boi, nu pas kom je mij zien…,’zegt hij met een brede grijns en omhelst mij. Hij klopt mij stevig een paar maal op mijn rug, alsof er slijm zit dat losgeklopt moet worden.’Oom Paul, hoe gaat het met u?’zeg ik en bekijk hem eens goed. Hij wordt oud.
Zijn tanden zijn gelig en zijn haar zo dun dat een groot deel van zijn schedel te zien is.’Beter dan met jou. Je bent je kleur kwijtgeraakt in Holland. En je bent mager.’Hij prikt mij tussen de ribben, alsof hij mij op de barbecue wil gooien.’ Wat geeft die Hollandse vrouw je te eten? Aardappelen en bloemkool?’Bepaalde dingen veranderen niet, realiseer ik mij. Zoal oom Pauls grote mond en de scherpe tong die er in huist. Toch kunnen we het nog altijd goed met elkaar vinden. Hij lacht en trekt mij het erf op.’Kom binnen, kom binnen mi boi.’
We lopen de houten trap op, die gevaarlijk wiebelt bij elke stap die ik op een trede zet.’Hoe gaat het met je praktijk?’vraagt hij.’ Vraag je nog steeds 50 euro als je een hond een spuitje geeft?’ Hij lacht een bulderende lach die de papegaai in de kooi boven de trap doet opschrikken.
Op het balkon wijst hij naar een stoel en ik ga zitten. Hij blijft staan en kijkt mij indringend aan.’Je komt precies op tijd. Ik heb roti gemaakt. Je gaat eten toch?’Ik knik, want weigeren is niet mogelijk. Bovendien is oom Paul een prima kok. Hij knikt tevreden en verdwijnt de keuken in. Vanuit de keuken roept hij.’Tante Joyce is voor drie maanden naar Holland. Naar de kinderen.’Alle kinderen van Paul en Joyce wonen in Nederland. Hij komt na vijf minuten terug met een indrukwekkend bord. Een roti met een berg aardappel en vlees in het midden.
‘Njang boi, dit ga je in Nederland niet vinden.’Ik neem een hap. Hij heeft gelijk. De speciale smaak van een echte Surinaamse roti vindt je niet in Nederland.
Terwijl ik mijn roti eet, praten we over van alles en nog wat. Oom Paul moet niks van Nederland hebben, maar aan zijn geklaag te horen, eigenlijk ook niets van Suriname. Plotseling komt de buurman zijn erf uit. Het is een lange, pezige man met Chinese trekken.’Ik moet deze man even wat vragen,’zegt Paul en wenkt de buurman. ‘Chris eet rustig door, ik kom.’ Terwijl hij de trap af bonkt, voel ik het balkon mee schudden. Ik hoor hem en de buurman druk praten. Hun stemmen zijn luid en opgewonden. Even lijkt het of ze ruzie hebben, maar daarna hoor ik ze smakelijk lachen.

Ik concentreer mij weer op mijn roti. Het is nu bijna donker. Een gestalte die aan komt lopen trekt mijn aandacht. Het is nog licht genoeg om te zien dat het een jonge vrouw is. Slank, brede heupen, lange benen. Een manier van lopen die de aandacht trekt. Alsof ze niet door een donker straatje in Paramaribo loopt, maar over een catwalk, met aan weerszijden publiek en flitsende fotografen. Ik kan mijn aandacht niet meer bij mijn roti houden. Als ze dichterbij komt, zie ik meer. Ze is niet Surinaams, maar waarschijnlijk Braziliaans. De uitdrukking op haar gezicht is niet die van een fotomodel. Het is die van iemand die geen vertrouwen meer heeft in het leven. Iemand die te vroeg te veel heeft meegemaakt.
‘Ven aca!’ klinkt het van onder het huis. Het is de stem van oom Paul. Praat oom Paul tegenwoordig ook Braziliaans? Het meisje lijkt niet verbaasd en loopt naar de poort.
Ik hoor geroezemoes onder het huis, maar kan niets meer verstaan. Nieuwsgierig loop ik naar de rand van het balkon.
Plotseling verschijnt het meisje van onder het huis. Het is nu bijna geheel donker. Ze loopt het smalle stukje erf naast het huis op. Oom Paul zegt wat tegen haar. Ze verstijft en draait zich met een ruk om. Ze maakt een heftig gebaar met haar hand. Uit haar mond vertrekt een stroom scheldwoorden richting Oom Paul. Surinaams, aangevuld met Braziliaans. De Surinaamse doen pijn aan mijn oren, het zangerige Braziliaans kan ik gelukkig niet verstaan. Oom Paul en de buurman lachen smakelijk. Ik vraag mij af wat haar zo kwaad heeft gemaakt. Ik weet dat oom Paul geen lieverdje is. Alsof ze voelt dat er iemand kijkt, draait ze haar hoofd om en kijkt naar boven. Ze loopt weer terug naar oom Paul en de buurman onder het huis. Ik hoor weer druk gepraat. Oom Paul en de buurman proberen het meisje te kalmeren. Ze lijkt inderdaad wat tot rust te komen.
Ik ga zitten en eet verder. Dan hoor ik geluid naast het huis. Ik sta op en kijk weer over de balustrade. Het meisje houdt iets voor haar gezicht en ik hoor haar snuiven. Ze kijkt niet meer omhoog. Het is al donker en ik kan niet goed meer zien wat er precies gebeurt.Het lijkt haar nu niet te kunnen schelen of er iemand meekijkt. Ik ga weer zitten.
De stemmen van beneden klinken nu gejaagd en opgewonden. Ik hoor de poort open en dichtgaan. Het meisje loopt met haastige passen weg. Even later komt de buurman naar buiten, groet mij en gaat zijn erf op.
Oom Paul komt naar boven. Hij schudt zijn hoofd. ‘Die buurman van mij is lastig. Hij weet dat ik deze meisjes niet op mijn erf wil hebben. Toch gaat hij haar roepen.’
Ik knik.’Was die roti lekker jongen?’vraagt oom Paul.Aan zijn gezicht kan ik zien dat het vorig onderwerp hermetisch afgesloten is. ‘Heerlijk,’antwoord ik.

Chris Polanen – h.polanen47@chello.nl

4 REACTIES

  1. Sunder
    leuk verhaal mang! Ik proef de sfeer en zelfs die rotie van oom Paul. Ik denk dat de meeste van ons wel zo een oom Paul hebben. Ik moet zelfs oppassen dat ik niet een oom Paul wordt. Waarom zijn we (surinaamse mannen) toch zo lastig voor vrouwen. Op alle fronten krijgen vrouwen geen controle en we flirten en we schijnen er maar op los. De surinaamse man is quite a character, echt Caribisch zoals je je dat niet in de andere streken van de wereld ziet.
  2. Rooshnie
    Shubh Holi! En laten we blijven genieten van die heerlijke roties, zo ook van de column van Chris.
  3. uitkijk
    nr. 1. in Su is het extreem..maar ja wij moeten anno 2007 wel gaan uitkijken...als de cijfers kloppen 5% bevolking (hiv/aids)dus die geweldige snelheid moet eruit, anders..mi no sabie..(no go doe)no tikie ai loekoe. tamara joe latie..mi di tang pi. Daarom vind ik bepaalde story's van deze man waardeloos, hij komt als een blinde broejador, met zijn rotzooi opzetten.
  4. natalia
    Ik vind het verhaal leuk en zo tekenend voor Suriname. Inderdaad iedereen heeft een Oom Paul die lekker kookt en een duistere kant heeft, die je kent als kind en waar je als volwassene achter komt. Suriname is daarom ook altijd een real surprise. Het verbaast me (nog) steeds hoeveel moeite de Surinaamse man zich getroost om een (Surinaamse) vrouw te koeieneren en te controlen. Alleen....het lukt nog niet zo goed (ha ha ha)