|
Het succes van Surinaamse voetballers in Nederland
Vanaf 1978 werd het een tijd lang stil op de Nederlandse
velden. Successen waren er niet meer. Tot er zich in
de jaren tachtig een nieuwe generatie topvoetballers
aandiende. Natuurlijk waren daar de oer-Nederlandse
spelers met namen als Koeman en Van Basten bij betrokken,
maar de echte 'schwung' kregen Oranje, en ook Ajax,
vooral van spelers met een geheel andere achtergrond.
Het waren spelers die hun roots op één
of andere manier hadden in Suriname.
De voormalige kolonie, die op 25 november 1975 onafhankelijk
werd, had tot 1981 welgeteld één Nederlandse
international geleverd. Op 3 april 1960 debuteerde Humphrey
Mijnals voor Oranje. Hij speelde drie interlands, en
daarna werd het stil rond de Surinamers in het Nederlandse
voetbal. Daar kwam in 1981 verandering in. In het voorjaar
werd Romeo Zondervan de tweede Nederlandse international
van Surinaamse afkomt. Later dat jaar debuteerden Frank
Rijkaard en Ruud Gullit tijdens een vriendschappelijke
wedstrijd tegen Zwitserland. Rijkaard startte in de
basis, Gullit loste hem in de rust af, slechts weinig
toeschouwers hadden in de gaten dat er gewisseld was.
Jammer, want het was een echt historisch moment, het
begin van een nieuwe bloeiperiode van het Nederlandse
voetbal. Immers, daarna was een Oranje zonder Surinaamse
inbreng ondenkbaar.
Gullit en Rijkaard werden de boegbeelden van een decennium.
Aron Winter, Gerald Vanenburg, Stanley Menzo, Hennie
Meijer en Bryan Roy; ook zij kwamen in de jaren tachtig
allemaal in het Nederlands elftal. Met de topspelers
uit die eerste Surinaamse generatie won Oranje het EK
van 1988 en pakten PSV (EC I in 1988) en Ajax (EC II
in 1987) eindelijk weer eens prijzen.
In de jaren negentig werd de lijst internationals van
Surinaamse afkomst almaar langer. Geen wonder, want
ook in de eredivisie zetten zij de toon. Feyenoord werd
in 1993 kampioen met een elftal dat bulkte van de Surinamers:
Henk Fräser, Ulrich van Gobbel, Regi Blinker en
Gaston Taument waren basisspeler. Verder beschikte trainer
Van Hanegem in die tijd over Dean Gorré, Errol
Refos, Orlando Trustfull en Harvey Esajas. Ook bij Ajax
was het één en al Surinamers wat de klok
sloeg.
In de absolute glorietijd kon Louis van Gaal met gemak
een echt Surinaams elftal opstellen. Alleen al in de
20-koppige selectie voor het eerste elftal had hij in
1995 zeven Surinaamse spelers. Logisch dus dat ook het
Nederlands elftal een steeds Surinaamser uiterlijk kreeg.
In de loop van de jaren negentig debuteerde de één
na de andere Surinamer: Marciano Vink, Jerry de Jong,
Regi Blinker, Henk Fräser, Ullrich van Gobbel,
Orlando Trustfull, John Veldman, Gaston Taument, Glenn
Helder, Ferdi Vierklau, Clarence Seedorf, Edgar Davids,
Winston Bogarde, Patrick Kluivert, Michael Reiziger,
Jerrel Hasselbaink, en laatstelijk Mario Melchiot.
[Bron: Jaap van Essen - Twentse Courant | 22/9/2001]
|
|