Home: Special: Herdenking Decembermoorden
18
jaar na de decembermoorden; Fred Derby doet zijn verhaal
Er
was vlaggenparade, en na de vlaggenparade misschien een uur,
1 1/2 uur daarna werd de deur opengetrapt en er kwamen militairen
zeer agressief naar binnen. Jij, jij, jij, jij en jij en ze
haalden 5 mensen die naar boven moesten gaan. En die 5 waren
dus eh, Rambocus, Sheombar, Cyrill Daal, eh, Slagveer en Kamperveen.
Ze gingen naar boven bij Bouterse. En de mensen werden dus
met huilen en schreeuwen en toestanden daar gebracht en eh,
het duurde dus niet zo lang, daarna hoorde je dus schoten,
repeterende schoten. Een aktiviteit die maakte dat wij die
daar waren achtergebleven eh, zeer eh, emotioneel, waren.
Je leven werd bedreigd, want de mensen gingen dood.
Aan
het woord Fred Derby, de enige overlevende van de slacht
en moordpartijen van 8 december 1982. Vandaag precies 18 jaar
na dato, vertelt hij wat er die nacht van 7 op 8 december
werkelijk gebeurde, gevolgd door de dag, middag en avond van
8 december 1982.
 Achttien
jaar hield Derby zijn mond over datgene dat zich afspeelde
in het Fort. Slechts tegen Justitie deed hij zijn verhaal
en tegen Kompas vertelde hij 2 jaar geleden ook summier wat
er gebeurde. Maar nu vindt Derby het de juiste tijd om zijn
verhaal goed te doen. In een openhartig gesprek met journalist
Carlos Durham gaat Derby in op de gebeurtenissen vanaf het
moment dat hij thuis werd opgehaald om half 3 snachts,
7 op 8 december tot aan het moment dat hij weer thuis werd
afgeleverd, 9 uur savonds, 8 december 1982. - Foto: Fred Derby.....de enige overlevende van 8 december 1982.
Ook
gaat Derby in op zijn beweegredenen het interview te doen,
het nu op gang gezette onderzoek, de beschuldigingen van Bouterse
in zijn richting, zijn partijgenoten en zijn partij, en zijn
verwachting van het te volgen Mega proces.
Een overlevende vertelt.
Ik
werd door een zekere meneer Rozendaal opgehaald tussen 2 uur
en half drie in de ochtend van 7 op 8 december. Hij deelde
mij mede dat ik moest meegaan. Ik vroeg waarom, wie heeft
mij laten halen. Ik kreeg te horen, meneer Bouterse.
Ik reageerde door te zeggen op dit uur van de
nacht, dat is niet alleen onvriendelijk, maar dat doe je niet,
dat past nergens in. Maar meneer Bouterse had mij laten
halen. En voordat ik de volgende vraag kon stellen was Rozendaal
op mijn balkon. Aanvankelijk ging het gesprek tussen hem en
ik vanuit het balkon waar ik stond en hij beneden. Nu was
hij op het balkon en adviseerde mij op een hele rustige manier
om mee te gaan. Intussen zag ik mensen, militairen, mijn erf
opkomen, verspreid over het erf, terwijl de auto voor de deur
stond.
Mij
bleek al spoedig dat ik te doen had met 4 mensen. Eén
in de auto, 1 op mijn balkon en 2 op mijn erf. Terwijl ik
met hen sprak zag ik iemand de telefoonkabels snijden. Ik
begreep dus dat wij te doen hadden met een ernstige situatie.
En ik probeerde te zeggen dat ik mij klaar moest maken. Dat
moest maar snel gebeuren. Ik was in mijn onderbroek, nu snel
kleren aantrekken, een hemdje, broek, en toen moest ik maar
gaan. Ik had nog geen schoen aan, maar toen moest ik maar
gaan.
Maar
dan weer zeer beleefd werd dat gemeld. De tijd vorderde en
mijn dochter die boos werd dat haar vader het huis moest verlaten
zonder een schoeisel was tenslotte nog in staat mij een schoen,
tenminste een badslipper achterna te gooien vanuit het balkon,
want ik was al beneden aangekomen.
In
de auto aangekomen ontdekte ik dat de heer Roy Esajas achter
het stuur zat. De heer, eh, de militair Ruben Rozendaal met
wie ik het gesprek had gevoerd ging naast hem zitten. Ik moest
achterin en naast mij zat Dijksteel. De vierde militair werd
achtergelaten op mijn balkon. Achteraf hoorde ik dat hij iedereen
in de voorzaal had laten komen. Mijn vrouw en de kinderen.
De kinderen die niet wakker werden die werden met de UZI wakker
gemaakt. Mijn jongste dochter Kitty Abaisa sliep nog. Iedereen
moest daarna in de voorzaal zitten op de vloer, zodat hij
dus overzicht kon hebben op de bewoners van het huis die op
dat moment nog daar aanwezig waren.
Derby
verhaalt dat hij dus werd weggebracht in de auto, waar hij
vragen probeerde te stellen. Hij wilde namelijk weten waarom
hij was opgehaald en wat er aan de hand was. Maar de inmiddels
enorm zenuwachtige vakbondsleider, kreeg geen antwoorden.
Volgens Derby waren de militairen die hem hadden opgehaald
en met de auto naar het Fort afvoerden zeer emotioneel en
zeer zwaar bewapend. Zo zou men hijgen en was de ernst van
de situatie duidelijk voelbaar.
Je
voelde dus dat het ging om een ernstige situatie, de bewapening,
de kleding, etcetera. Het zijn mensen die ik toch wel, eens
een keertje gesproken had minstens. Ik kende Roy Esajas, ik
kende Ruben Rozendaal, ik kende ook Dijksteel naast wie ik
zat. Maar ik mocht geen vragen stellen.
Ondertussen
was Derby bij het Fort aangekomen waar hij volgens eigen zeggen
werd afgeleverd door Rozendaal aan de militairen, Baghwandas
en Brondenstein. Die sommeerden hem zijn broek en zijn hemd
uit te trekken. In zijn onderbroek werd hij vervolgens in
een cel gezet. Derby meent dat de cel waar hij in terecht
kwam de ruimte was, waarin gevangenen in het Fort kwamen als
ze moesten luchten. Hij beschrijft de enge ruimte
waar hij urenlang doodsangsten heeft uitgestaan.
De
zaak had een ronde - of een ovale vorm en was van boven open.
Dus als het regende werd je nat, wat ook gebeurde en als de
zon schijnt, tja, dan is het weer zon. Toen ik binnen kwam
waren er al 5 mensen daar.
Dat
bleken onder andere de 4 juristen te zijn, die reeds eerder
dan Derby zelf waren opgehaald. Eddie Hoost, John Baboeram,
Harold Riedewald en Kenneth Gonzalvez. Die waren al binnen
en zaten tezamen met André Kamperveen daar vast.
Het
was donker. Toch kon je uitmaken wie er allemaal waren. Je
mocht niet praten en we stonden verspreid. Staan, niet leunen,
niet zitten, niet liggen, het was staan. En mensen werden
vervolgens van tijd tot tijd verder naar binnengebracht. De
laatste persoon die in die ruimte werd gebracht en dat was
dus al 8 december smiddags, dat was Wijngaarde.
Volgens
Derby werden tussen half drie smiddags en 6 uur smiddags,
kort vòòr de vlaggenparade, achtereenvolgens
Cyrill Daal, Surendre Rambocus, Sheombar en Jozef Slagveer
binnengebracht. In totaal waren zij dus met 11 mensen in zijn
cel. Derby vertelt dat hij in de hele periode dat hij
in het Fort had gezeten nooit de andere 5 slachtoffers heeft
gezien of gehoord. Noch Lesley Rahman, noch de Sohansinghs,
noch Bram Behr, noch Gerard Leckie heeft Derby in het Fort
gezien. Die waren reeds veel eerder dan de rest opgepakt en
waren ingesloten bij de Militaire Politie, de MP.
Dus
ik heb van de 5 anderen later begrepen dat die bij de Militaire
Politie waren. Die zouden ook als eerste moeten zijn
gemarteld en zijn vermoord.
Zoals
ik al zei, mochten we niet praten. Het was fluisteren en dan
nog heel zachtjes want de mensen die boven waren, letten op
wat er beneden gebeurde. Maar volgens Derby kwam er
daar verandering in het moment dat Rambocus en Sheombar, ook
in zijn cel werden geslingerd.
Rambocus
en Sheombar zijn dus letterlijk binnengegooid. Vanaf Rambocus
binnenkwam, werd de stilte verbroken. Hij ging protesteren
en deed zijn zegje. Hij legde ons bovendien uit hoe laf Bouterse
was.
Rambocus
vertelde zijn mede gevangenen dat hij Bouterse ondertussen
wel kende en dat deze wel weer met één of ander
flutverhaal zou komen en zaken zou ensceneren. Hij wees de
anderen erop dat zij er rekening mee moesten houden dat zij
waarschijnlijk van het één of het andere zouden
worden beschuldigd en misschien wel mensen hadden doodgeschoten.
Ook dacht Rambocus dat de militairen onder leiding van Bouterse
misschien wel granaten naar binnen zouden werpen in de cel,
om allen op te ruimen.
Daarom
instrueerde hij de mede gevangen wat ze moesten doen
bij zulke scenarios. Dit zorgde voor grote problemen
omdat de militairen die vanaf boven op het platform de wacht
hielden, nu ook in een heftige - en zeer verhitte diskussie
met de moedige Rambocus terecht kwamen. Die diskussie raakte
steeds verhitter en Rambocus daagde de militairen uit. Hij
zei hen dat ze allemaal gewoon lafaards waren en vroeg hen
hem dan ook een wapen te geven.
Geef
mij een UZI en die laffe baas van jullie ook. Laat hij het
dan met mij uitvechten. Laat die arme burgers gaan, die hebben
er niets mee te maken, tartte Rambocus de militairen.
Dat was ook de reden dat de geoefende militair gruwelijk werd
mishandeld en gemarteld vòòr zijn exekutie door
Bouterse zelf, en op dat moment nog nauwelijks op zijn benen
kon staan.
En
dus anderhalf uur na de vlaggenparade van 6 uur smiddags,
werd de celdeur opengetrapt en kwamen een aantal militairen
zeer agressief naar binnen. Jij, jij, jij, jij en jij,
schreeuwden ze en wezen zij en haalden zij 5 mensen eruit,
die die naar boven moesten gaan. En daar wachtte het
zogenaamde tribunaal van Bouterse die verder bestond
uit Paul Bagwandas en wisselend ook Roy Horb, die er bij was
gesleept door Bouterse.
Maar
het was Bouterse die bepaalde over het lot van de gearresteerden.
Ook Derby kwam die bewuste middag tot 2 maal toe, voor diens
tribunaal en konstateerde dat het Bouterse was, die
bepaalde wat er gebeurde. De 5 mensen die als eersten naar
boven werden gebracht die middag waren Rambocus, Sheombar,
Daal, Slagveer en Kamperveen.
Ze
gingen naar boven in de kamer, waar Bouterse zat. Volgens
Derby was het goed en precies te zien vanuit de cel, dat de
arrestanten bij Bouterse in de kamer kwamen. Aangezien het
toch de bedoeling was dat er geen overlevenden zouden zijn,
maakte dat voor Bouterse niet veel uit. Derby beschrijft vervolgens
waar het bureau van Bouterse stond in de bewuste kamer waar
diens tribunaal was.
 Natuurlijk
wisten we dat omdat waar Bouterse zijn bureau was, als hij
achter zijn bureau zat, dan zat hij met zijn rug naar het
raam dat je van beneden af kon zien uit de cel.
Bovendien
kon Derby het nog eens bevestigen omdat hij zelf tot 2 keer
toe naar dezelfde ruimte werd geleid , waar Bouterse achter
het bewuste bureau zat. Derby vertelt wat er gebeurde nadat
de eerste groep van 5 man uit de cel was gehaald en naar boven
werd geleid.
- Foto: Hier zat Bouterse achter zijn bureau bij het uitspreken van zijn doodvonissen
En
de mensen werden dus daar met huilen en schreeuwen en toestanden
gebracht. En dat duurde niet zo lang. Daarna hoorde je dus
schoten, repeterende schoten. Een aktiviteit die maakte dat
wij die daar waren achtergebleven eh, zeer eh, zeer emotioneel
werden. Je leven werd bedreigd, want de mensen gingen dood.
En, dat is het enige wat je wist en maar schreeuwen en schreeuwen
en schieten en schieten. Dit verhaal hebben wij uitgebreid
aan de Justitie vertelt.
De
eerst volgende keer dat de celdeur daarna weer openging was
het de beurt aan Derby zelf, om toen nog voor de eerste maal
voor het Tribunaal te verschijnen van Dési Delano Bouterse,
door Eddie Daal (broer van Cyrill Daal) God genoemd
die dag, omdat deze beschikte over leven en dood. Dat gebeurde
met veel verzet van de korte maar stevige vakbondsleider die
alles er tegen deed, om zijn zekere dood, niet
tegemoet te treden.
Derby:
Ik moest naar boven gaan. U moet begrijpen wat er dan
gebeurde om mij dus naar boven te krijgen. Het ging maar heel
moeilijk. Met trekken en al, want ik ging zitten, ik ging
zitten op de grond en klampte mij overal aan vast. We klommen
uiteindelijk toch de trap op en ik kwam bij Bouterse.
Volgens
Derby begon deze direkt met zijn verhaal toen hij Derby boven
was en voor hem terecht stond. Bouterse legde
hem uit wat er op dat moment gebeurde. Terwijl Derby allerlei
schoten en ontploffingen hoorde maakte Bouterse hem duidelijk,
dat werd afgerekend met alle verzetshaarden van de Revolutie.
Om hem te intimideren vertelde Bouterse aan Derby dat op dat
moment radiostations, kranten, vakbondsgebouwen en dergelijken,
werden opgeblazen.
Terwijl
hij met Derby sprak of liever gezegd, Derby intimideerde,
kwam Majoor Horb, toen nog Garnizoenskommandant binnen en
Bouterse wees hem naar zijn plaats in het Tribunaal.
Dus
die 2 begonnen te praten. En ik maar aan het huilen en aan
het praten en uitleggen en vragen van wat heb ik gedaan, waarom
ben ik hier. Leg mij op zn minst uit wat ik misdaan
heb. Ik ben in geen enkele konspi, ik konspireer nooit, iedereen
kent mij, eh, ik, ik, ik ben een open boek , ik leid mijn
vakbonden, ik ben politikus, en eh , eh, nou het is een onbeschrijfelijke
situatie, dus ik wil er verder niet op ingaan.
Na
een tijdje Derby aangehoord te hebben en te hebben horen smeken
voor zijn leven, mocht deze plotseling, onverwachts, weer
naar beneden gaan. Ik werd voor de eerste keer afgevoerd.
Dat is dus gebeurd.
Derby
vertelt verder dat hij en de andere mannen waarmee hij in
de dodencel zat te wachten op hun exekuties, Bouterse 2 keren
zagen weggaan uit t Fort overdag en smiddags.
Na
mij is ie dus voor de tweede keer weggegaan. Er werden geen
mensen meer voor de rest, noch voor een korte tijd, dan wel
voor een lange tijd uit die cel gehaald, totdat hij terug
kwam. Toen waren Hoost, daarna Baboeran en, en, eh, eh, Kenneth
Gonzalvez aan de beurt.
Maar
ook Hoost overleefde de eerste ronde voor het
Tribunaal van Bouterse en kwam terug naar de cel. Die
anderen niet meer, aldus Derby.
Om
een uur of 8 liet de bevelhebber, Derby weer boven
komen. Hij liet hem staan in zijn kamer en vroeg daarop aan
een dienstdoende militair om Majoor Horb te gaan halen. Horb
woonde zelf in het Fort en was dus niet ver weg. Op een gegeven
moment moest Horb het Tribunaal namelijk hebben verlaten,
omdat hij het niet meer kon aanzien.
Horb
kwam terug en Bouterse begon te praten en liet Derby zitten.
Aan Horb deelde Bouterse vervolgens mede dat hij besloten
had om Derby naar huis te sturen waarop Horb antwoordde, goed.
Derby moest daarop zijn kleren gaan halen, aangezien hij al
die tijd nog in zijn onderbroek rondliep. De kleren waren
echter op het platform, waar de anderen koelbloedig en wreed
waren geexekuteerd.
Ga
je kleren halen zei Bouterse en dus ik ging mijn kleren halen.
Wat
Derby echter aantrof op het platform deed hem met knikkende
knieën terug gaan naar de ruimte waar Bouterse en Horb
zich bevonden. Derby wilde een vraag stellen maar werd meteen
afgesnauwd. Hij mocht geen vragen stellen. Horb stelde daarop
aan Bouterse voor dat zijn lijfwachten, zijn veiligheidsmensen,
Derby naar huis brachten. Bouterse antwoordde daarop dat het
goed was, zonder verder op te kijken.
Maar
Derby kon het Fort niet verlaten alvorens toch een poging
te doen om de 3 anderen die nog in leven in de dodencel zaten,
te trachten, ook het vege lijf, te redden. Hij
smeekte of hij de gelegenheid kon krijgen wat te zeggen, anders
zou hij het Fort niet kunnen verlaten. En Bouterse vroeg:
goed wat wil je weten.
Derby
vroeg daarop of de lichamen die hij op het platform had gezien
toen hij zijn kleren was gaan halen, of dat lijken waren.
Bouterse antwoordde dat hij dat niet mocht vragen. Daarop
pleitte Derby voor de 3 nog in leven zijnde latere slachtoffers,
Hoost, Wijngaarde en Riedewald.
Derby:
Ik zei, ik ben beneden geweest met 10 andere mensen.
Er zijn 3 mensen nog daar en ik begon de namen te noemen.
Hoost, Wijngaarde en Riedewald. En toen reageerde Horb door
te zeggen Hoost, Hoost nog???? Hoost hebben wij toch
al afgewikkeld???? En Bouterse gaf hem daarop als antwoord,
terwijl hij een een papiertje uit zijn zak haalde, ja, Hoost
heb ik weer naar beneden gestuurd toen je er niet was.
Toen
Hoost bij het Tribunaal kwam, bleek Horb al te zijn vertrokken
en waren slechts Bouterse en Baghwandas paraat. Derby vroeg
toen aan Bouterse of de andere 3 tezamen met hem het Fort
mochten verlaten. Hij werd echter afgesnauwd dat hij blij
mocht zijn zelf nog te leven. Derby werd vervolgens afgevoerd.
Hij mocht dus gaan. De veiligheidsmensen van Horb brachten
hem weg nadat Horb hem zelf, naar de poort van het Fort had
gebracht.
Nou,
ik moest alleen maar opletten. Het was avondklok dus opletten
of ze me inderdaad naar mn huis brachten, want dat was
het enige ik eh, .....wat ik eh, dacht? Maar toen ik dus inderdaad
zag dat ze de Gemenelandsweg, ingingen, en daarna, de Daniël
Couthinostraat en dan mijn straat, toen wist ik dus dat ik
thuis kwam. Want voor hetzelfde geld kon men mij uit het Fort
halen en niet thuis brengen. Dat is gebeurd, dat is gebeurd.
Ik dacht omstreeks 9 uur, 9 uur, was ik thuis, aldus
het relaas van Fred Derby over zijn ervaringen op 7 en 8 december
1982.
Maar
voordat Derby het interview toestaat legt hij eerst uit waarom
hij nu na 18 jaar wel bereid is zijn verhaal te doen.
Het
lijkt me goed om toch te zeggen waarom ik het doe ondanks
het feit dat het geen pret is om iedere keer een zaak op te
rakelen, die je niet graag oprakelen wil. Dit interview is
een middel. Want het doel is om in een demokratische rechtsstaat,
de rechtsgang zn beloop te laten hebben, het recht zn
beloop te laten hebben. En dat mensen die buiten de schreef
gaan, die buiten de oevers raken van wet en recht, dat die
gestraft worden door dezelfde wet en door hetzelfde recht.
We zijn van oordeel dus dat we een bijdrage moeten leveren,
in de positie waarin wij ons bevinden om de waarheid aan de
oppervlakte te brengen door middel van onderzoek, wat er precies
is gebeurd op 8 december, en aangeven wie welke bijdrage heeft,
aan deze lugubere moordpartij. Hierdoor kunnen wij op nationaal
en ook internationaal niveau een bijdrage leveren,
tot de in standhouding van de rechtsstaat en de verdere uitbouw
van die rechtstaat.
Vervolgens
leveren wij een bijdrage om t leed dat aan grote delen
van die samenleving is toegebracht, aan de nabestaanden, de
familieleden, de kinderen en vrouwen van de slachtoffers,
te verzachten en kunnen wij een bijdrage leveren tot genoegdoening.
En tenslotte, we vinden dat de wonden die geslagen zijn in
deze samenleving, 8 december heeft de samenleving mede verscheurd,
grote delen liggen hier en daar aan scherven, aan diggelen,
moeten worden geheeld.
En
we dachten dat het goed was om inderdaad een bijdrage te leveren
tot onderzoek, vervolging en mogelijke berechting.
Derby
gaat ook in op beschuldigingen van Bouterse gedaan op diens
perskonferentie als zou de reden waarom Derby niet dood is
gemaakt op 8 december zijn, dat hij Derby, als mol heeft gewerkt
voor de militaire machthebbers.
Dat
is een pertinente leugen van de heer Bouterse dat ik een rol
zou hebben vervuld van mol. Ik weet niet hoe de rol van een
mol zou kunnen worden vervuld door mij. Ik ben daar totaal
ongeschikt voor. Ik heb de kwaliteiten er niet voor. Mijn
karakter leent zich daar niet voor. Ik ben een open boek.
Ik ben een publieke man. Ik ben vakbondsleider/ politikus,
en ik leid de grootste vakcentrale hier in dit land. Ik ben
dus publiekelijk bezig en ik leid de Surinaamse Partij van
de Arbeid. Mijn leven is dus op straat. Ik kan dus nooit mol
zijn geweest voor Bouterse.
Bovendien
ik weet niet wat mijn belang zou zijn. En als ik een mol zou
zijn, dan betekent dat, dat ik konspireerde, dat ik in een
komplot met anderen zat, want ik bracht dan over wat die anderen
deden. En dat kan niet omdat ik nooit mol zou kunnen zijn
voor Bouterse in een komplot waar Behr in zat, waar Rahman
in zat, progressieven als ik in zaten dus. Waar Eddie Hoost
in zat, vrienden van mij, broers van mij, en een komplot om
ze dus te verkopen om ze te laten vermoorden???? Hoost en
ik zaten in dezelfde vakcentrale. Hij was mede oprichter
van mijn vakcentrale. We zaten in dezelfde politieke partij.
Dus Bouterse is de kluts kwijt. En hij probeert dan mede mensen
mee te krijgen dus die met hem mee moeten gaan.
Maar
ik denk dat ik teveel wapenfeiten op mijn naam heb, om dit
te loochenstraffen. Ik ben daar totaal ongeschikt voor. Ik
wil er niet eens over praten. Dus ik kan geen mol zijn. Ik
weet niet eens hoe dat moet gebeuren. Overigens als hij zegt
dat het een CIA komplot was tegen hem, dan betekent
dat ik was samen met de CIA aan de ene kant om de dingen te
brengen naar hem toe. En dan ben ik geweldiger dan die CIA
mensen die niet konden ontdekken dat ik een mol was. Nee,
daar praat ik niet eens over. Dat kun je naar het rijk der
fabelen toeschrijven.
De
uitspattingen nu van Bouterse en de lage bij de grondse aanvallen
op zijn direkte tegenstanders, Fred Derby, minister Siegfried
Gilds van Justitie en Politie en andere toppers zoals de advokaat
Gerard Spong, ziet Derby als een poging de afbrokkeling van
zijn macht, te verhullen.
De
mazen worden strakker getrokken. De mogelijkheden worden kleiner.
En de man weet dat het serieus is dat we van oordeel zijn
dat in elk geval de waarheid aan de oppervlakte moet komen.
De Nieuw Front kombinatie heeft tijdens de verkiezingskampagnes
gezegd aan de Surinaaamse bevolking, we de zaak gaan
onderzoeken als we winnen. Als u ons de staatsmacht
in handen geeft gaan wij daarmee ook deze zaak onderzoeken.
Het elektoraat heeft gereageerd om ons 33 van de 51 zetels
te geven, mede op grond van dit, deze intentie. Dus daar kunnen
wij geen grappen mee maken. We moeten deze intentie verheffen
tot beleidsdoel. Dat hebben wij nu gedaan en u ziet dus dat
wij serieus bezig zijn om de lijnen uit te gooien, om tot
onderzoek te geraken.
Nu
het Hof is begonnen met hoorzittingen en het OM het verzoek
heeft gedaan om over te gaan tot vervolging lijkt Derby dat
men in Suriname, op de goede weg is.
Dat
is gebeurd. Verhoren worden afgenomen dus u zult van meneer
Bouterse, nog meer rare dingen meemaken. Toen de justitiële
weg niet was ingeslagen en er was nog geen sprake van een
procesgang, heeft Bouterse steeds een andere verklaring gegeven.
Eerst
was het ik heb de verantwoordelijkheid voor wat er gebeurd
is op 8 december. Dat was zn eerste uitspraak.
U moet nu goed letten op wat Bouterse zegt. De verantwoordelijkheid
berust bij mij. Gaandeweg hebben rechtsgeleerden hem
gezegd, dat hij die zaak genuanceerder moest brengen. Toen
kwam het, de politiek verantwoordelijkheid draag ik.
Dus de tweede fase die hij ingeslagen is. Politieke verantwoordelijkheid.
En toen hij de politieke verantwoordelijkheid opeiste dacht
Bouterse dat we de weg zouden opgaan van een waarheidskommissie,
want dat suggereerde hij een aantal keren. Een waarheidskommissie
alla Zuid Afrika en andere landen.
Hij
had niet kunnen bevroeden dat nabestaanden, het proces zouden
opstarten bij het Hof. Ja, en dat de vervolging ook zou beginnen.
Nu hij dus ziet dat de weg wordt opgegaan van inderdaad een
strafproces, dan verlaat hij ook de aanvankelijke politieke
verantwoordelijkheid. Hij wist van niks, hij was daar niet
toen die moorden werden gepleegd. Ja, en hij gooit dan hier
en daar beschuldigingen om mensen mee te krijgen en verwarring
te stichten en aandacht te verdelen om niet gekoncentreerd
en gericht te zijn op hem. Dat is wat hij doet.
Derby
wordt overigens al weer enige tijd bedreigd. Volgens Derby
wist men dat hij na het mol verhaaltje
van Bouterse zou reageren. Hij had een perskonferentie aangekondigd
en ook gehouden, waarop hij dus deze onzin van Bouterse,
ontzenuwt heeft.
En
gedurende die periode werd ik wel serieus en ernstig bedreigd.
Die telefoontjes die ik niet zelf opnam, maar mijn veiligheidsmensen
thuis bij mij. En dat heb ik dus ook onder de aandacht gebracht.
Want als ik op de perskonferentie zou ontkennen dat ik een
mol was, dan zou ik eraan gaan, mijn huis zou in brand worden
gestoken, in de fik gaan dus en men zou mij maar doodschieten
en toestanden. Die berichten kwamen dus van beneden bij mij
naar boven. En ik heb dus de kommandant toen gevraagd dat
aan de politie door te geven. En ik heb dat zelf aan de president
doorgegeven die dat ook aan zijn veiligheidsadviseur heeft
doorgegeven. Vanaf dat moment heeft de president de opdracht
gegeven om de veiligheid bij mij op te voeren, en dat is dus
dan ook gebeurd.
Derby
ziet deze bedreigingen duidelijk van Bouterse uitkomen.
Dus
hij heeft zijn leven te beschermen, moet hij in veiligheid
stellen. Dus ik denk dat hij inderdaad ook mensen van wie
hij verwacht dat ze de waarheid zouden kunnen zeggen inderdaad
zal bedreigen en zelf, waar hij gewoon aan is, dat onderschatten
wij dus niet, dat hij mogelijk dus fysiek mensen te lijf zou
willen gaan en blijkbaar ook nog zal gaan doen, waarschuwt
Derby voor Bouterse.
Door
het nu ingezette proces tegen Bouterse en mede verdachten
en het weer moeten verhalen van de gebeurtenissen van die
gedenkwaardige dag in december 1982, komt alles weer naar
boven bij de gedreven politikus.
Ja,
dus natuurlijk. Iedere keer wanneer er over gepraat moet worden
en er over gepraat wordt, dan rakel je de zaak weer op. Maar
het is geen pret, geen feest dat we aan het vieren zijn. Helaas
niet. Want dat zou ik graag met u willen doen. Maar het gaat
dus om mensenlevens, die op een zeer lugubere manier zijn
genomen. Mensen hebben hun dierbaren verloren. We hebben wonden
geslagen daarmede in deze kleine samenleving.
Derby
begrijpt dat opeenvolgende regeringen ondanks de wil niet
in staat zijn geweest, om deze zaak eindelijk aan te pakken.
Maar het gaat erom dus dat je prioriteiten stelt, wanneer
je tot onderzoek van een dergelijke zaak wil overgaan in een
kleine samenleving als de onze.
Dit
proces zal de geschiedenis ingaan als een mega proces
meent Derby.
De
omvang van dit proces is niet te overzien. Nu al zijn 37 verdachten
geweest. Blijkbaar zal die lijst worden aangevuld, dan weer
zullen namen worden afgenomen. We hebben de ervaring er voor
niet. Daarom heb ik gepleit reeds bij het begin, voor regionale
en internationale bijstand. Je zal dus de organen institutioneel
moeten versterken die daarmee om moeten gaan. Je zal een stukje
ervaring dat je niet hebt moeten invliegen. Dat alles moet
gebeuren, wil je tot een heel goede rechtsgang en een eerlijke
proces, met name een eerlijk proces overgaan.
8
December blijft Derby achtervolgen en is een moeilijke dag
voor de enige overlevende van de slachtpartij van Bouterse
en konsorten.
Wij
trekken ons op 8 december daarom iedere keer terug. Op 8 december
werk ik niet, ik ben alleen. Zo breng ik die dag door, heb
ik die dag 18 jaren doorgebracht. Dus, je houdt je daarmee
bezig ja. Je bidt en zeker op 8 december is het een dag van
bidden ja.
Toch
heeft hij zich de afgelopen jaren niet schuldig gevoeld dat
hij als enige van de 16 gearresteerden, 8 december heeft overleefd.
Ik
heb altijd zoiets gehad dat ik de nabestaanden kon begrijpen.
Het was voor mevrouw Hoost beter dat Eddie was gebleven, en
voor mevrouw Daal dat Cyrill was gebleven, dus voor iedereen.
Voor mijn moeder was dat dus haar zoon. Ze is onlangs dood
gegaan, maar ze bad ieder jaar voor de andere mensen en voor
hun zielenrust, echt met momenten van hele grote devotie.
In mijn familie blijven wij bidden voor de mensen. Het is
niet zo dat wij eruit zijn gegaan. Wij hebben in het openbaar
al een aantal keren gezegd dat als ik nu voor mezelf idealen
zou moeten nastreven dit gemeenschappelijke idealen zijn met
Hoost, met Daal, en met Rahman omdat ik niet geloof, dat ze
aan het konspireren waren. Dus wanneer wij optreden nu dan
weten we dat we ook voor die 15 die voor dezelfde idealen
op deze manier zijn weggerukt van die samenleving, dat ik
een stukje meer taak heb, meerdere taken heb te verzetten.
En dat doe ik ook, ik werk voor mezelf en de idealen die ik
had, maar ik weet dat ik een stukje van Hoost, een stukje
van Daal, een stukje van Rahman en de anderen ben. Daarom
ben ik zo onwrikbaar ja, in de houding die ik aanneem, en
in mijn standpunten die ik inneem in deze zaak.
Het
nu lopende vooronderzoek en mogelijk volgende strafproces
zijn voor Derby persoonlijk zeer belangrijk.
Dit
interview is een middel. De informatie naar het publiek toe
is een middel, het is geen doel en we mogen het niet verheffen
tot doel. Het grote doel van het proces is dat in de demokratische
rechtstaat wet en recht gelden, en voor iedereen. Niemand
moet boven of naast de wet staan. We staan allemaal onder
de wet, ook de staat, de regering en alle organen. Alleen
op die manier krijgen we evenwichtige geciviliseerde verhoudingen
in een samenleving welke nodig zijn voor de instandhouding
van die samenleving.
Derby
acht bij dit proces vooral het aan de oppervlakte brengen
van de waarheid, opportuun.
En
met de waarheid kunnen we dus weten wie welke bijdrage en
wanneer geleverd heeft, ja aan deze lugubere daad. Het nemen
van mensen hun levens op een brute manier. Dan kunnen we de
wet op ze afsturen en het recht op ze af sturen. Bovendien
hebben de nabestaanden recht op de waarheid en de samenleving,
de nabestaanden, hebben recht op genoegdoening.
Ik
zeg onderzoek, waarheid, eventuele vervolging en berechting,
kunnen een bijdrage leveren, tot het helen van de wonden die
geslagen zijn in deze samenleving, door de 8 decembermoorden.
En wij hebben grote behoefte om die samenleving te zuiveren,
om die samenleving te genezen van deze wonden. Zodat we als
een sterke samenleving, een sterke natie, met heel grote veerkracht,
ja, in die rij der samenlevingen, in de rij der naties, onze
plaats kunnen innemen, kunnen behouden en uitbouwen. Daarom
is het onderzoek zo belangrijk. Daarom is het belangrijk om
te onderzoeken. Niet om sensatie. Niet omdat we mensen kwaad
willen doen. Maar het is dus voor die rechtstaat, voor die
demokratische rechtstaat, noodzakelijk.
Derby
zegt dat het beter was geweest als Bouterse deze zaak anders
had aangepakt en werkelijk had getracht in het reine te kunnen
komen met dit volk, zonder dat dit volk 8 december ging vergeten.
Hij benadrukt dat we met 8 december 1982, een stuk geschiedenis
hebben. Ook al staat het omschreven als de zwarte bladzijde
uit onze geschiedenis.
Dus
vergeten kunnen wij dat niet. Want een volk dat een stukje
van zn geschiedenis wegscheurt, dan wel vergeet, is
geen volk. Ja, maar vergeven, dat zou kunnen. En Bouterse
is niet op een volwassen manier achter vergeven aangegaan.
Iedere keer weer stoer doenerij, het roeren in die beerput,
waarmee hij zichzelf verder in de afgrond brengt. Hij had
niet alleen maar moeten betreuren de gebeurtenissen, maar
hij had ook vergiffenis moeten vragen van dit volk. En dan
ben ik zeker, dat dit volk, gelovig als we zijn, inderdaad
tot vergeving zou overgaan.
Maar
Bouterse wil het anders aanleggen. Hij wil niet tot verzoening
overgaan met dit volk. En als hij gekozen heeft om niet tot
verzoening te komen met dit volk, dan wil hij strijd leveren
met dit volk. Hij wil maar hebben dat het volk moet accepteren
dat hij op deze brute manier mensen hun leven genomen heeft.
Maar dan slaat hij de plank volledig mis. Want dat gaat niet
gebeuren. Dan kent hij het volk verkeert en slecht.
Reeds
18 jaar wordt er gesuggereerd dat Derby in leven is gelaten
op 8 december 1982 door Bouterse, om de werkende klasse in
toom te kunnen houden. Heeft Bouterse aan de vakbondsleider
aangegeven waarom hij naar huis mocht en de anderen niet????
Niet
tijdens de 2 gesprekken die ik met hem heb gehad op de dag
van 8 december zelf. Deze gesprekken waren onder heel moeilijke
omstandigheden, mensonterende omstandigheden en hij heeft
mij niets gezegd. Daarna heeft hij me ook niet kunnen - en
niet willen zeggen en heeft hij mijn familie ook niets willen
zeggen. Mijn oudste zoon is helemaal uit Holland gekomen om
de heer Bouterse te vragen hier wat zn vader misdaan
had, waarom hij werd opgepakt en deze behandeling gekregen
heeft, zodat de familie kon nagaan om met mij te praten om
mogelijke verkeerde handelingen die ik gepleegd had, na te
laten. Tot nu toe is Bouterse ons het antwoord schuldig.
In
het nu lopende onderzoek en mogelijke vervolging en berechting
heeft Derby alle vertrouwen.
Ik
heb daar volledig vertrouwen in, anders waren wij er niet
aan begonnen. En anders waren wij dus ook niet bereid een
bijdrage daartoe te leveren.
Ik
wil echter vermijden om er een politiek proces van te maken
wat Bouterse blijkbaar wil hebben. En met een politiek proces
bedoel ik dat we dat proces voeren, buiten de rechtszaal om.
Dat hij op zn berm gaat, op zijn perskonferentie gaat,
en dingen hier en daar zeggen en menen dat wij gaan reageren.
En op die manier in een polemiek komen, buiten een strafproces,
buiten dat juridisch kader, dat hiervoor is aangegeven. Buiten
de instituten en buiten de instanties en organen die hiervoor
in het leven zijn geroepen door onze samenleving zelf. Dat
wil ik vermijden. Daarom ben ik dus niet iedere keer weer
bereid om op dingen van Bouterse in te gaan.
Want
Bouterse wil graag een proces buiten de zalen van de rechtszaal
te voeren. En dat willen wij dus niet. Maar ik geloof dat
we de nodige institutionele versterking die nodig is, in acht
moeten nemen ook. Wij staan bekend, los dus van 8 december,
los van 80, staan we bekend als een volk, een natie
dat, geloof hecht en geloof heeft in een eerlijk proces, in
een eerlijke rechtsgang. En wij geloven dat het recht daarbinnen
zn beloop moet hebben. Dat is de traditie die we hebben.
Zo staan wij bekend, regionaal en internationaal. Dus wat
dat betreft hebben we volledig vertrouwen in de mechanismen
die we voorhanden hebben, wanneer we die inzetten zoals we
die ingezet hebben en daar waar er ervaring moet worden ingevlogen,
hebben we gedaan.
Binnen
ons bestel werken wij dus met rekonstruktie. Willen wij het
bewijs leveren dan rekonstrueren we. Bewijsmateriaal moet
er zijn. Getuigen moeten er zijn. Al dit soort zaken spelen
binnen ons bestel, ons rechtsbestel een hele crusiale rol.
Ja, dat maakt die zaak van 8 december zo omvangrijk, tot een
mega - zaak. Wanneer we al deze zaken in aanmerking nemen
geloof ik dat we inderdaad het doel dat we willen bereiken,
zullen bereiken.
>
over de decembermoorden
|