Na
de militaire
staatsgreep,
in 1980 gepleegd door een groep van zestien onderofficieren
onder leiding van Desi Bouterse, mislukt op 11 maart 1982
een tegencoup. Bouterse en zijn aanhang trekken de teugels
flink aan, maar overal in het land zijn protesten en demonstraties
voor democratisering. De machthebbers in Paramaribo laten
uiteindelijk In
de nacht van 8 op 9 december zestien
opposanten van het militair bewind arresteren. Onder hen
de advocaten John Baboeram, Kenneth Goncalves,
Eddy Hoost en Harold Riedewald, de journalisten
Bram Behr, Lesley Rahman, Jozef Slagveer
en Frank Wijngaarde, vakbondsmannen Cyrrill
Daal en Fred Derby, de universitair docenten
Gerard Leckie en Sugrim Oemrawsingh, de
soldaten Surendre Rambocus en Jiwansingh Sheombar,
oud-minister André Kamperveen en zakenman
Robby Sohansingh. Na mishandeling in Fort Zeelandia
worden ze op één na vermoord. Alleen vakbondsman
Fred Derby ontspringt de dans, om tot op de dag van vandaag
onopgehelderde redenen. Derby zegt de ervaringen te pijnlijk
te vinden om erover te praten. Bouterse heeft hem ervan
beschuldigd 'de mol' te zijn geweest bij de moorden, de
reden waarom hij als enige zou zijn gespaard. Derby heeft
zijn rol als spion overigens ontkend.
(lees ook: Fred
Derby doet zijn verhaal)
De
moorden
slaan in binnen- en buitenland in als een bom en
worden
een zwarte bladzijde in de geschiedenis genoemd. Veel
Surinamers emigreren naar Nederland en de Nederlandse
overheid besluit de ontwikkelingshulp aan het land op
te schorten. Bouterse heeft zich niet vaak uitgelaten
over de moord, maar nam uiteindelijk de verantwoordelijkheid
met de woorden "Het was zij of wij."
Pas in 1986 keert de democratie terug en volgen er vrije
verkiezingen. Het zal echter nog jaren duren voordat de
macht van de militairen is teruggedrongen. Ondanks de
diepe wonden die de Decembermoorden in de Surinaamse samenleving
hebben achtergelaten, is de zaak nooit justitieel onderzocht.
Wel constateerden diverse internationale rapporten dat
de vijftien slachtoffers standrechterlijk waren geëxecuteerd.
Op 1 november 2000 werd door het gerechtshof in Paramaribo
besloten dat er een onderzoek komt naar de slachting.
In Nederland is de beslissing over vervolging van Bouterse
kort daarna ook gevallen.